• Verloren

    Onzeker zette ik mijn voet op een even pad. Ik kon de stenen door de zool van mijn schoenen voelen. Het leek het meest op afgesleten stenen in een oude stad. Kinderkopjes in het bos? Het donker hield ze uit mijn zicht. Het gaf in ieder geval een wat stabielere voeting. Een rank haakte zich vast in mijn shirt, het leek mij bij zich te willen houden. Als ik mij aan de weerhaakjes heb ontworsteld en verder stap word ik door blaadjes in mijn gezicht geslagen. Ik knipper…

    Zo strompelde ik vantussen de letters in zwart op het wit papier.


    Ben zo terug – Bart

  • Sirene?

    Een stem zong door het donker alsof deze mij naar veiligheid kon leiden. Een verhaal over nachten donker. Zo donker zelfs dat er geen sterren licht meer was. Zij waren uit verdriet uitgegaan voor het doven van het zachte licht van de maan. Nachten waarin wegen onbegaanbaar worden. Waarin het donker zelfs het licht van lantaarns opslokt. Het was een lichte stem doordrongen van melancholie. Een tikje wanhoop die voor de zoektocht naar een nieuwe maan opwelde in een onderstroom van de stem. Dit allemaal in een taal die ik niet verstond, maar dat verhaal in gevoel aan mij overdroeg. 


    Ben zo terug – Bart

  • Verduistering

    Zo was het licht en zonder dat de zon onder ging schemerde het. Eigenlijk had ik het eerst niet zo erg in de gaten. Ik had mij ter afkoeling verscholen tussen de naaldbomen. Zij hielden iets van de koelte en het donker van de nacht vast. Dat was ook de reden dat ik het niet in de gaten had gehad. Het was hier aangenamer dan in de openlucht. Het zou een korte wandeling in de schaduw worden. Een klein gaatje tussen de dennennaalden liet één enkele zonnestraal door. Op de grond werd een ronde stip geprojecteerd met een hapje eruit. 


    Ben zo terug – Bart

  • Overdenking daarboven

    “De verleiding was groot hier boven op de berg te blijven. De koude aangename lucht, de mooie uitzichten en de grootsheid maakte alles in het dal onaangenaam. Warm, uitzichtloos en vooral klein. Maar er zat niet anders op dan weer naar beneden terug te keren. De warmte op te zoeken en de grootsheid achter te laten; op de plaats waar zij past. Tussen de rotsen door over het groene met kleine bloemen gevulde gras, daar op de rand waar gras weer over gaat in struiken en bomen. Fladderde een kleine vergeet-mij-niet-blauwe vlinder langs.”

    Dacht ik bij mijzelf, onderweg naar beneden.


    Ben zo terug – Bart

  • Naar boven

    Als we dichterbij de zon komen voelt het kouder. We zijn hoog boven het landschap uitgestegen. Zover dat er niets meer groeien wil.  Na de boomgrens was het gras en wat verdwaalde struiken. Die zijn hier opgehouden te bestaan. Het is enkel steen en rots. En daar zo verdwaald tussen al dat zwaars en hards, staat een klein gebouwtje. Het hout, door het zonlicht en de tijd, grijs gebleekt. Daar zit in de deuropening een oude wijze man. Ik vroeg hem om wijsheid.

    Hij zei:

    “Vaak verliest men veel tijd omdat men een windstoot wil nalopen of een schaduw grijpen.”


    Ben zo terug – Bart

  • Roest 

    ‘Opa jij hebt sproeten’ zijn vinger trekt de omtrek van de sproeten op opa’s arm. 

    ‘Ja roest. Dat krijg je als je ouder word dan begin je te roesten.’ Zegt opa, een glinstering in zijn ogen. 

    ‘Neeeee, dat is niet zo. Toch?’

    ‘Mama opa zegt dat hij roestig is… door de sproeten.’ Zijn moeder steekt haar hoofd uit de keukendeur naar buiten en schud haar hoofd. Zogenaamd boos naar opa kijkend, alsof zij zeggen wil: “geen wilde verhalen ophangen tegen mijn zoon”  

    ‘Jij hebt toch ook sproetjes?’ Vraag opa wijsend op de arm van zijn kleinzoon. ‘Komt door de zon’


    Ben zo terug Bart

  • Licht op de muur

    Als ik mijn ogen open, plakt mijn t-shirt aan mijn lichaam. Mijn voorhoofd is bezweet alsof ik een halve marathon gerend heb. Licht stroomt, als heet water, de kamer binnen. Als ik het laken van mij afsla voel ik de warmte in de ruimte. Het schuifgordijn, voor het dakraam, is een klein stukje opengeschoven. Een streep zonlicht tekent zich af op de muur aan het voeteneind van mijn bed. Het raam open of gesloten laten? Is de vraag die door mijn hoofd speelt. Als ik het dakraam open trek stroomt er nog meer warme lucht naar binnen.  Toch maar dicht!


    Ben zo terug – Bart

  • IJdele hoop

    De dag voelde zwaar. Het gewicht van de warmte en het vocht in de lucht. Het schuren tussen de wolken is begonnen. De blauwe regen heeft zijn uitlopers over een lijn lichtjes gedrapeerd en zij hangen stil in de lucht. Een zuchtje wind laat ze schommelen.  Even heeft het waaien soelaas geboden; maar de warmte drukt zichzelf opnieuw tegen mijn lichaam. Vanuit mijn ooghoek zie ik de dikke wolken naar elkaar toe sluipen, alsof zij proberen onopvallend samen te zweren.  Een zachte rommel lijkt het onweer aan te kondigen. Lijkt, maar zelfs een paar uur later is er niets gekomen. 


    Ben zo terug – Bart

  • De warmte van de dag is in de wind getrokken. Zoveel als wij naar de koelte verlangen, hij is uitgebleven. Zelfs de nacht is er door overvallen. Na een paar stappen hangt de hond haar tong uit haar bek en hijgt ze alsof zij al een einde heeft gerend. Zo kuieren we hier over een van de onverharde paden, tussen uitgedroogde weilanden, die naarstig behoefte hebben aan het lang uitgebleven vallend water. Even staan we hier stil, in het laatste licht van de dag dat nog net aan de horizon staat, zo onder een boom samen met de eerste sterren. 


    Ben zo terug – Bart

  • Even bij een rivier

    Onder een canapé van groene bladeren, op een kiezelbank van een rivier. Zijn de wortels van een grote oude eik die ver over het water reikt; schoon gespoeld door koude smeltwateren die samen komen in de bovenloop. Meanderend door bochten en kronkelend, buldert het water stuk op grote rotsen aan de zijde van de bergen. 

    De grote stenen zitten nog vast tussen de wortels. Als een natuurlijk bankje tegen de oeverwal. Uitkijkend over het water is het wat koeler in de schaduw. Pluisjes vliegen door de lucht en landen op de verstilde stromen. Waar kleine visjes soms boven water springen.


    Ben zo terug – Bart