Tag: fantasie

  • Dromen

    Dromen

    A Star-Formation Laboratory
    A Star-Formation Laboratory by NASA Goddard Photo and Video is licensed under CC-BY 2.0

    Een nevelachtige wolk van beelden uit de dag aangevuld door fantasie word als een werkelijkheid. Zonder dat ik daar maar iets aan doe. Appels zo groot als huizen vallen met doffe ploffen op het gras. Ik weet niet of ik klein ben of de appels juist heel groot.  Maar de mieren zijn hun gewone grote. Zo staand tussen die appelen veranderd de zon in de maan. Iets te snel. De lucht gaat van helder blauw naar bijna zwart en de sterren worden zichtbaar. Ze vliegen om mij heen als kleine raampjes, waardoor ik uit zicht heb op de normale wereld. 


    Ben zo terug – Bart

  • Ballonnen

    Ballonnen

    In alle rust te zweven over het landschap, gedragen door een mandje en voortbewogen door de wind. Het lijkt mij de beste manier voor een ander perspectief. Op gelijke hoogte met een V van ganzen, even meegedragen op hun pad. Als miniaturen onder ons, als automaten die niet anders kunnen, dan hun programma afdraaien. Daar rijdt de ijscoman die met zijn melodietje, aan de kinderen zijn aanwezigheid verraadt. De fietsers die zich uitlaten rijden van de heuvel naar beneden en het terras dat wordt opgeruimd na een drukke dag. Zo bekijken wij hier de beslommeringen van de mensen dáár beneden.


    Ben zo terug – Bart

  • Een Nieuw Geluid

    Een Nieuw Geluid

    Tussen het fluiten van de vogels en ruisende bladeren klonk opeens geluid dat me aan het twijfelen bracht. Niet dat het ongewoon was of onwerkelijk. Het was eigenlijk de normaalste zaak van de wereld. Het vallen van planken, het ringende geluid van een cirkelzaag. Werk-geluiden. Het geluid van draaiende motoren van grote machines en mannenstemmen die overleggen hoe en wat te doen. De twijfel kwam omdat het mij nog niet eerder opgevallen was. Het leek alsof de vakantie opeens over was. De wereld weer opstartte en het werk opnieuw werd opgepakt. Had ik het de afgelopen dagen echt niet gehoord? 


    Ben zo terug – Bart

  • Zwaard (een perspectief)

    Zwaard (een perspectief)

    Ik lag hier maar in een glazen kast.  Te kijk voor eenieder die mij wilde zien. Wat voornamelijk de kinderen en stiekem de vaders waren. Er zit een lust in de blikken van de vaders. Een lust om mij op te pakken en daadwerkelijk, eindelijk ridder te kunnen zijn. Nou zijn is te veel van het goede; te spelen. Maar zij zijn volwassen en dat is onbetamelijk. De moeders staan onaangedaan voor het glas waarin ik mij bevind. De jongens en meisjes zijn de helden;  redden hun prins of prinses. Het is maar net hoe en bij wie het past.


    Ben zo terug – Bart

  • Migraine in slaap

    Migraine in slaap

    Het gezicht vertrokken tot een grimas. Een zachte kreun en abrupte stoot adem schokte het lichaam. De schouders verzetten zich tegen de beweging. Opnieuw vertrekt het gezicht. Alsof het lichaam probeert iets te ontwijken krimpt het ineen. Het hoofd verdwijnt onder de dekens. Een hoopje opgerolde, ingetrokken ledematen. Het lijkt zich losser op het matras te laten rusten. Behalve het hoofd, alsof het een los onderdeel is. Dan ontworsteld het hoofd zich van de dekens en gooit zich in de nek achterover met de mond open als een verstomde schreeuw.  

    Tenminste dat denk ik, want ik lag nog te slapen.


    Ben zo terug – Bart  

  • Verloren

    Verloren

    Onzeker zette ik mijn voet op een even pad. Ik kon de stenen door de zool van mijn schoenen voelen. Het leek het meest op afgesleten stenen in een oude stad. Kinderkopjes in het bos? Het donker hield ze uit mijn zicht. Het gaf in ieder geval een wat stabielere voeting. Een rank haakte zich vast in mijn shirt, het leek mij bij zich te willen houden. Als ik mij aan de weerhaakjes heb ontworsteld en verder stap word ik door blaadjes in mijn gezicht geslagen. Ik knipper…

    Zo strompelde ik vantussen de letters in zwart op het wit papier.


    Ben zo terug – Bart

  • Sirene?

    Sirene?

    Een stem zong door het donker alsof deze mij naar veiligheid kon leiden. Een verhaal over nachten donker. Zo donker zelfs dat er geen sterren licht meer was. Zij waren uit verdriet uitgegaan voor het doven van het zachte licht van de maan. Nachten waarin wegen onbegaanbaar worden. Waarin het donker zelfs het licht van lantaarns opslokt. Het was een lichte stem doordrongen van melancholie. Een tikje wanhoop die voor de zoektocht naar een nieuwe maan opwelde in een onderstroom van de stem. Dit allemaal in een taal die ik niet verstond, maar dat verhaal in gevoel aan mij overdroeg. 


    Ben zo terug – Bart

  • Overdenking daarboven

    Overdenking daarboven

    “De verleiding was groot hier boven op de berg te blijven. De koude aangename lucht, de mooie uitzichten en de grootsheid maakte alles in het dal onaangenaam. Warm, uitzichtloos en vooral klein. Maar er zat niet anders op dan weer naar beneden terug te keren. De warmte op te zoeken en de grootsheid achter te laten; op de plaats waar zij past. Tussen de rotsen door over het groene met kleine bloemen gevulde gras, daar op de rand waar gras weer over gaat in struiken en bomen. Fladderde een kleine vergeet-mij-niet-blauwe vlinder langs.”

    Dacht ik bij mijzelf, onderweg naar beneden.


    Ben zo terug – Bart

  • Naar boven

    Naar boven

    Als we dichterbij de zon komen voelt het kouder. We zijn hoog boven het landschap uitgestegen. Zover dat er niets meer groeien wil.  Na de boomgrens was het gras en wat verdwaalde struiken. Die zijn hier opgehouden te bestaan. Het is enkel steen en rots. En daar zo verdwaald tussen al dat zwaars en hards, staat een klein gebouwtje. Het hout, door het zonlicht en de tijd, grijs gebleekt. Daar zit in de deuropening een oude wijze man. Ik vroeg hem om wijsheid.

    Hij zei:

    “Vaak verliest men veel tijd omdat men een windstoot wil nalopen of een schaduw grijpen.”


    Ben zo terug – Bart

  • Roest 

    Roest 

    ‘Opa jij hebt sproeten’ zijn vinger trekt de omtrek van de sproeten op opa’s arm. 

    ‘Ja roest. Dat krijg je als je ouder word dan begin je te roesten.’ Zegt opa, een glinstering in zijn ogen. 

    ‘Neeeee, dat is niet zo. Toch?’

    ‘Mama opa zegt dat hij roestig is… door de sproeten.’ Zijn moeder steekt haar hoofd uit de keukendeur naar buiten en schud haar hoofd. Zogenaamd boos naar opa kijkend, alsof zij zeggen wil: “geen wilde verhalen ophangen tegen mijn zoon”  

    ‘Jij hebt toch ook sproetjes?’ Vraag opa wijsend op de arm van zijn kleinzoon. ‘Komt door de zon’


    Ben zo terug Bart