Tag: Gras

  • Naar boven

    Naar boven

    Als we dichterbij de zon komen voelt het kouder. We zijn hoog boven het landschap uitgestegen. Zover dat er niets meer groeien wil.  Na de boomgrens was het gras en wat verdwaalde struiken. Die zijn hier opgehouden te bestaan. Het is enkel steen en rots. En daar zo verdwaald tussen al dat zwaars en hards, staat een klein gebouwtje. Het hout, door het zonlicht en de tijd, grijs gebleekt. Daar zit in de deuropening een oude wijze man. Ik vroeg hem om wijsheid.

    Hij zei:

    “Vaak verliest men veel tijd omdat men een windstoot wil nalopen of een schaduw grijpen.”


    Ben zo terug – Bart

  • Appels op het gras

    Appels op het gras

    De takken zijn bedekt met korstmossen. Het is een fiere boom die met volle takken probeert te overtuigen dat hij nog leven heeft. De overvloed aan fruit buigt zijn takken als een treurwilg, kranig weert hij zich onder al dat gewicht. Als een loodswerker die blijft slepen met de waren uit het schip. Die door de hitte heen moet om een wagen in te laden. Maar van de warmte soms even uit balans raakt en wat morst. Zo vallen met een kleine plof af een toe kleine appelen naar beneden. Een last minder zo zonder het noodzakelijke water. 

    Ben zo terug – Bart

  • Kaart

    Ymir was van het pad af gelopen, het groene grasland in. Het wilde gras kwam tot aan zijn knieën. Verderop in een glooiing vond hij een platgetrapt stuk gras. In het midden lag een bundeltje. Nieuwsgierig naar de inhoud kwam Ymir dichterbij.  Er leek niemand in de buurt te zijn. Hij knielde neer en opende de bundel. Een trui en een broek, wat brood en een ansichtkaart: Voor moeder. “Ik geniet met volle teugen van de wereld.”  Met een postzegel en al. Ymir stopte de kaart bijzicht en besloot het bij de volgende brievenbus te posten. Glimlachend  liep hij verder.

    Ben zo terug – Bart