Tag: ongemak

  • Landziekte

    Landziekte

    Het duurde even voor ik in de gaten had wat er precies aan de hand was. Bij het ontwaken overspoelde het mij als een golf die probeerde mijn lichaam onder water gedrukt te houden. Melancholie, verlangen hielden mij nog even op mijn matras gevangen. Het kwam in die zelfde golven, ze maakte mij misselijk. Een onverklaarbaar verdriet dat half onder de oppervlakte blijft hangen. Niet om iets grijpbaars. Ik had wel kunnen bedenken wat het was, had alleen even niet opgelet. En dus pas toen ik mijn broodje aan het eten was, overviel het mij opnieuw. 

    Ik wilde naar huis! 


    Ben zo terug – Bart

  • Werkelijkheid van taal

    Werkelijkheid van taal

    Lieke Marsman - de dichter en de duivel
Arthur Rimbaud - Gedichten, een seizoen in de hel, Illuminations

    In de schaduw wacht een wereld van witte bladzijde en zwarte letters. Een gevecht tussen gedachten en de omschrijving daarvan. Of beter nog het idee en de gevoelens die ons mee voeren naar een andere wereld. Of ons als lezer een spiegel voorhoudt over in welke wereld we eigenlijk bestaan. Van gedichten naar brieven en via proza terug naar poëzie. Bezoeken we zijn vroege gedachten in verzen die bijna kinderlijk eenvoudig zijn tot overweldigende beelden die een indruk geven van de belevingswereld van de poëet. Van prachtig mooi tot gruwelijke exemplarisch voor de wereld waarin wij tot nu toe bestaan. 


    Ben zo terug – Bart

  • Regen?

    Regen?

    Het lijkt altijd tekort. Of we nu elke dag de plantjes water geven of niet, het verdampen gaat sneller dan het water in de grond opgenomen kan worden. We doen ons best. Maar nu trekken de wolken samen, er lijkt hemels water op komst. We zijn eerder verleid door ijdele hoop. De wind is aangetrokken en blaast de donkergrijze wolken over het landschap. De zon is verdwenen achter luchtwater dat lijkt te willen vallen. Boven mij klinkt een tik op het metalen dak van de overkapping. Het gaat beginnen! De afkoeling is onderweg! 

    Maar waait te snel over ons heen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Migraine in slaap

    Migraine in slaap

    Het gezicht vertrokken tot een grimas. Een zachte kreun en abrupte stoot adem schokte het lichaam. De schouders verzetten zich tegen de beweging. Opnieuw vertrekt het gezicht. Alsof het lichaam probeert iets te ontwijken krimpt het ineen. Het hoofd verdwijnt onder de dekens. Een hoopje opgerolde, ingetrokken ledematen. Het lijkt zich losser op het matras te laten rusten. Behalve het hoofd, alsof het een los onderdeel is. Dan ontworsteld het hoofd zich van de dekens en gooit zich in de nek achterover met de mond open als een verstomde schreeuw.  

    Tenminste dat denk ik, want ik lag nog te slapen.


    Ben zo terug – Bart  

  • Verduistering

    Verduistering

    Zo was het licht en zonder dat de zon onder ging schemerde het. Eigenlijk had ik het eerst niet zo erg in de gaten. Ik had mij ter afkoeling verscholen tussen de naaldbomen. Zij hielden iets van de koelte en het donker van de nacht vast. Dat was ook de reden dat ik het niet in de gaten had gehad. Het was hier aangenamer dan in de openlucht. Het zou een korte wandeling in de schaduw worden. Een klein gaatje tussen de dennennaalden liet één enkele zonnestraal door. Op de grond werd een ronde stip geprojecteerd met een hapje eruit. 


    Ben zo terug – Bart

  • Overdenking daarboven

    Overdenking daarboven

    “De verleiding was groot hier boven op de berg te blijven. De koude aangename lucht, de mooie uitzichten en de grootsheid maakte alles in het dal onaangenaam. Warm, uitzichtloos en vooral klein. Maar er zat niet anders op dan weer naar beneden terug te keren. De warmte op te zoeken en de grootsheid achter te laten; op de plaats waar zij past. Tussen de rotsen door over het groene met kleine bloemen gevulde gras, daar op de rand waar gras weer over gaat in struiken en bomen. Fladderde een kleine vergeet-mij-niet-blauwe vlinder langs.”

    Dacht ik bij mijzelf, onderweg naar beneden.


    Ben zo terug – Bart

  • Licht op de muur

    Licht op de muur

    Als ik mijn ogen open, plakt mijn t-shirt aan mijn lichaam. Mijn voorhoofd is bezweet alsof ik een halve marathon gerend heb. Licht stroomt, als heet water, de kamer binnen. Als ik het laken van mij afsla voel ik de warmte in de ruimte. Het schuifgordijn, voor het dakraam, is een klein stukje opengeschoven. Een streep zonlicht tekent zich af op de muur aan het voeteneind van mijn bed. Het raam open of gesloten laten? Is de vraag die door mijn hoofd speelt. Als ik het dakraam open trek stroomt er nog meer warme lucht naar binnen.  Toch maar dicht!


    Ben zo terug – Bart

  • IJdele hoop

    IJdele hoop

    De dag voelde zwaar. Het gewicht van de warmte en het vocht in de lucht. Het schuren tussen de wolken is begonnen. De blauwe regen heeft zijn uitlopers over een lijn lichtjes gedrapeerd en zij hangen stil in de lucht. Een zuchtje wind laat ze schommelen.  Even heeft het waaien soelaas geboden; maar de warmte drukt zichzelf opnieuw tegen mijn lichaam. Vanuit mijn ooghoek zie ik de dikke wolken naar elkaar toe sluipen, alsof zij proberen onopvallend samen te zweren.  Een zachte rommel lijkt het onweer aan te kondigen. Lijkt, maar zelfs een paar uur later is er niets gekomen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Onder een boom in de nacht

    Onder een boom in de nacht

    De warmte van de dag is in de wind getrokken. Zoveel als wij naar de koelte verlangen, hij is uitgebleven. Zelfs de nacht is er door overvallen. Na een paar stappen hangt de hond haar tong uit haar bek en hijgt ze alsof zij al een einde heeft gerend. Zo kuieren we hier over een van de onverharde paden, tussen uitgedroogde weilanden, die naarstig behoefte hebben aan het lang uitgebleven vallend water. Even staan we hier stil, in het laatste licht van de dag dat nog net aan de horizon staat, zo onder een boom samen met de eerste sterren. 


    Ben zo terug – Bart

  • Een aroma

    Een aroma

    Van voeten stinkend, bezweet in leren schoenen die soppen van de warmte. Het loeven van oude kaarsen, uitgeblazen, nog kringelende rook. Wierook van vergane dagen. Hondenpoep, plat getrapt in een grove zool. Oude mannen, asem doordrongen van wijn van vorig avonden. Naar binnen gelopen natte hond. Water van de daken,  zure regen van de straten, urine of ander lichaamsvocht. Oud zweet, oude boekenlucht. Koude grond, schaduw, lagen die nooit worden beschenen door de zon.  Tombes waarin mensen lagen. Grafzerken in de grond. Het zorgt voor een ‘Ik vind dat het stinkt’. 

    Maar het licht schijnt zo mooi door de ramen. 


    Ben zo terug – Bart