Tag: Warmte

  • Wolken in drank

    Wolken in drank

    Even verdwaal ik in de wolk melk in mijn thee. Zoals de wolken boven mij draaien en wringen zij zich langs elkaar.  Het heldere bruine water word net als bij de wolken in de lucht ondoorzichtig.  De onstuimigheid van de warme thee en de koude melk zorgen ervoor dat er geen stilstand in de wolken massa komt. De warmte vandaag verschuift naar een onontkoombare benauwdheid die als vochtige kleding aan mijn lichaam hangt. Er word onweer opgegeven! Hopelijk besluit Thor zijn strijdwagen te bestijgen en met de bokken voor zijn wagen over de wolken te denderen en de reuzen te verslaan. 


    Ben zo terug – Bart

  • Schrik

    Schrik

    In de schaduw ligt de hond op het gras.  Een koolwitje fladdert door de tuin alsof het haar werk is elke millimeter te bestuderen. De hond volg de vlinder met haar ogen, alleen als het nodig is verlegt ze haar kop. Het is veel te warm om te bewegen. Wanneer de vlinder iets onverwachts doet schieten haar wenkbrauwen omhoog. Als de vlinder recht op haar afvliegt kan zij niet langer haar kop laten liggen. Dan waagt de vlinder het ook nog op haar neus te gaan zitten. Ze houd haar kop schuin, snuift  en slaat verontwaardigt haar poot langs haar snuit.


    Ben zo terug – Bart

  • Overdenking daarboven

    Overdenking daarboven

    “De verleiding was groot hier boven op de berg te blijven. De koude aangename lucht, de mooie uitzichten en de grootsheid maakte alles in het dal onaangenaam. Warm, uitzichtloos en vooral klein. Maar er zat niet anders op dan weer naar beneden terug te keren. De warmte op te zoeken en de grootsheid achter te laten; op de plaats waar zij past. Tussen de rotsen door over het groene met kleine bloemen gevulde gras, daar op de rand waar gras weer over gaat in struiken en bomen. Fladderde een kleine vergeet-mij-niet-blauwe vlinder langs.”

    Dacht ik bij mijzelf, onderweg naar beneden.


    Ben zo terug – Bart

  • Licht op de muur

    Licht op de muur

    Als ik mijn ogen open, plakt mijn t-shirt aan mijn lichaam. Mijn voorhoofd is bezweet alsof ik een halve marathon gerend heb. Licht stroomt, als heet water, de kamer binnen. Als ik het laken van mij afsla voel ik de warmte in de ruimte. Het schuifgordijn, voor het dakraam, is een klein stukje opengeschoven. Een streep zonlicht tekent zich af op de muur aan het voeteneind van mijn bed. Het raam open of gesloten laten? Is de vraag die door mijn hoofd speelt. Als ik het dakraam open trek stroomt er nog meer warme lucht naar binnen.  Toch maar dicht!


    Ben zo terug – Bart

  • IJdele hoop

    IJdele hoop

    De dag voelde zwaar. Het gewicht van de warmte en het vocht in de lucht. Het schuren tussen de wolken is begonnen. De blauwe regen heeft zijn uitlopers over een lijn lichtjes gedrapeerd en zij hangen stil in de lucht. Een zuchtje wind laat ze schommelen.  Even heeft het waaien soelaas geboden; maar de warmte drukt zichzelf opnieuw tegen mijn lichaam. Vanuit mijn ooghoek zie ik de dikke wolken naar elkaar toe sluipen, alsof zij proberen onopvallend samen te zweren.  Een zachte rommel lijkt het onweer aan te kondigen. Lijkt, maar zelfs een paar uur later is er niets gekomen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Onder een boom in de nacht

    Onder een boom in de nacht

    De warmte van de dag is in de wind getrokken. Zoveel als wij naar de koelte verlangen, hij is uitgebleven. Zelfs de nacht is er door overvallen. Na een paar stappen hangt de hond haar tong uit haar bek en hijgt ze alsof zij al een einde heeft gerend. Zo kuieren we hier over een van de onverharde paden, tussen uitgedroogde weilanden, die naarstig behoefte hebben aan het lang uitgebleven vallend water. Even staan we hier stil, in het laatste licht van de dag dat nog net aan de horizon staat, zo onder een boom samen met de eerste sterren. 


    Ben zo terug – Bart

  • Zomerwarmte

    Zomerwarmte

    Het is warm en droog, maar  vooral heel warm. Zo warm dat zelfs de bladeren herfstkleuren beginnen  aan te nemen. Zo af en toe drommen wolken zamen, sluiten de zon even buiten. Echt helpen doet het niet. Even lijkt het beter als er een simpel briesje opsteekt. Maar schijn bedriegt. De wind is warm; net zo warm als de rest van de wereld. De wolken dragen water, maar regen valt er niet. Als de wolken uiteen worden getrokken schijnt de zon met extra verve. Het ritselen tussen de bladeren zorgt voor een wolk van gele bladeren die naar beneden vallen.

    Ben zo terug – Bart

  • Stranddroom

    De zon was duidelijk boos op mij. Haar stralen prikte mijn witte huid en hadden het zand zo verhit dat het voelde alsof het mijn voeten zou branden. Een koele bries blies van over de zee, het hielp mij bij het vasthouden van mijn verstand. Ik stond op om wat af te koelen in het zoute water. Toen ik er naartoe liep verdwenen de golven. Als een luchtspiegeling die altijd voor je uitstrekt, maar nóóit bereikbaar. Met elke stap leek er meer zand te verschijnen. Het voelde of er blaren op mijn voeten ontstonden, maar ik had nog een woestijn te gaan. Achter mij was de plaats waar ik vandaan kwam verdwenen. Alleen nog zand en zonneschijn.
    Toen ik mij terugdraaide naar de zee, raakte een koude, natte hand mijn arm aan. Een schok van kippenvel ging door mijn warme lichaam. Hij omhelsde mij.  Nam mij mee naar het koude water. Een verkoelende kou voor een dwaler over eindeloze stranden. Hij hield mijn hoofd vast en kuste mij terug naar de werkelijkheid.   

    Ben zo terug – Bart

  • Zonnige zondag

    Het licht van de ochtend dwaalde door het raam naar binnen. 
    Inplaats van de kou die ik verwachte bij het uit bed stappen; had het licht het laminaat verwarmd daar, waar het als een plas water de grond raakte.
    Een aangename verrassing bij het ontwaken, nu deze goede dag begon.

    Ben zo terug – Bart

  • Ontmoeting I

    ‘Jij kan hier niet zijn!’ het klonk alsof de jongeman hem kende. ‘Hoe bedoel je, jij kan hier niet zijn?’ vroeg Damian. Hij bekeek de man voorzichtig, hij was lang, tegen de twee meter. Zijn lichaam gespierd, maar slank. Het sluike zwarte haar was doorvlochten met groen, alsof moedernatuur zichzelf bezig had gehouden met het in toom houden. Zijn kleding leek gemaakt van geweven gras en had verschillende kleuren. Zijn huid had een lichtbruine waas en zijn ogen waren helder. Op dit moment keek hij wat verdwaast. Zijn hand leunde nonchalant op zijn zwaard.

    ‘Barraskr,’ siste hij. ‘Het is gevaarlijk, je moet hier weg!’  Pas toen hij dichterbij gekomen was zag Damian hoe helder zijn ogen waren. De één mosgroen en de ander azuurblauw. Beiden leken gouden vlokken in zich te dragen. Hij drukte Damian de donkere schaduw van de bomen in. De felle ogen, met de donkere zwarte wenkbrauwen, keken hem dreigend aan: ‘Je kan hier niet zijn!’ Hij keek om zich heen alsof hij iemand verwachtte.  Pas nu Damien in de schaduw stond, voelde hij hoeveel koeler het was dan in de zon. 

    Ben zo terug – Bart