Tag: nederlands

  • Leven in een kistje XIII (De eerste keer 8 einde)

    Leven in een kistje XIII (De eerste keer 8 einde)

    ‘Ik bedoelde niet…’ probeerde Ander. Hij weerhield zichzelf de zin af te maken. 
    ‘Dat begrijp ik,’ antwoorde ik alleen. Wij moeten beide weggekeken hebben, want toen ik terugkeek had hij zijn gezicht van mij afgewend. Ik liep de vijf stappen van het lichtknopje naar mijn bed en ging op de rand zitten. Het ledikant kraakte zachtjes. ‘Moet je ver naar huis?’ vroeg ik hem. Ander draaide zich om en met een paar flinke passen stond hij voor het bed. ‘Niet zo ver…’ zei hij terwijl hij ging zitten. ‘De kortste route is via de steegjes.’ Wij keken allebei recht voor ons uit. Alsof naar elkaar kijken, was als het kijken in de zon. Ander liet zijn blik op zijn handen rusten en speelde wat met zijn vingers. Als een kind, dat zenuwachtig is. ‘Het lijkt mij beter, nu via de straat te lopen.’ ging hij verder ‘Iets meer licht. Het is maar één straat verder, maar toch…’

    Handschrift

    ‘Dank je wel dat je mij thuis bracht’ fluisterde ik verlegen. Het voelde niet genoeg, maar ik wist ook niet hoe ik er meer van kon maken. Te veel gevoelens tegelijk om onder woorden te brengen. Ander stond op en liep naar de deur. Hij draaide de sleutel om in het knarsende slot. Ik zat nog wat verwezen op de rand van het bed, in mijn onvermogen om mijn gevoelens onder woorden te brengen. Hij draaide zich naar mij toe en in een paar stappen stond hij voor mij. ‘Dank je wel’ zei hij terwijl hij zich voorover naar mij toe boog. Met zijn hand duwde hij mijn kin zachtjes omhoog, mij naar zijn lippen leidend en kuste mij vol tederheid. 

     

    Voor hij naar buiten stapte keek hij nog een keer om. ‘Dank je wel voor de fijne avond hier’ zei hij met een kleine knik van zijn hoofd. Als hij een hoed zou hebben gehad had hij die met zijn vinger opgetikt. ‘Volgende keer hoop ik op meer tijd’ voegde hij er glimlachend aan toe terwijl hij de deur uit stapte. Ik hoorde zijn voetstappen in het trappenhuis verder van mij verwijderen en stond op. Toen ik het gordijn open schoof, stond hij beneden voor de Hebreeuwse boekwinkel aan de overkant van de straat, zwaaide en liep de straat uit.

    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje XII (De eerste keer 7)

    Leven in een kistje XII (De eerste keer 7)

    Ander zag er wat besluiteloos uit zo voor de open deur. Met een wijds gebaar nodigde ik hem uit naar binnen te komen. Zonder verder iets te zeggen liepen wij naar de dubbele openslaande ramen. Wij keken van bovenaf neer op de straat, verwachtend de twee figuren daar te zien dralen. Maar de straat was verlaten. Zo van bovenaf gezien, in de veiligheid van mijn kamer, leek het lichter. Zelfs de schaduwen waren minder zwart. Ander had zich in de leesstoel laten zakken. De stoel stond voor het raam, niet om naar buiten te kijken maar om te zitten lezen bij de verwarming. Ik was op de poef gaan zitten. Beiden sloegen wij een zucht van opluchting. Tot onze ogen elkaar kruisten en wij lachten opnieuw. Deze keer van opluchting. Het was voorbij. Het leek of Ander alle zekerheid die hij eerder had laten zien, had verloren. 

    Er was iets zachts in zijn gezicht. Telkens als zijn ogen op mijn gezicht rustten en ik terugkeek, wende hij snel zijn blik af. Zo zaten we in het licht dat van de lantarens, via de straat tegen het plafond de kamer binnen kwam. Er hingen wolken verstild in de lucht als een kring rond de maan, die wat extra licht de kamer binnen hielp. Het was op dat moment dat ik pas in de gaten kreeg hoe koud ik het had. Ik draaide mij naar de verwarming en legde mijn handen op het gietijzer, om ze te laten ontdooien. 
    ‘Heb je…’ zijn stem stokte. Ander kuchte en probeerde opnieuw: ‘Heb je het koud?’ ik knikte ‘ik ook,’ zei hij zich draaiend naar de verwarming. Een rilling trok door mijn lichaam die ik probeerde te onderdrukken. 

    ‘Mag ik vragen waar je vandaan komt? Ik hoor iets van een andere tongval’ vroeg ik Ander. 
    ‘Oorspronkelijk kom ik uit Denemarken. Ik ben min of meer gevlucht…’ zijn uitleg stopte en verzonken in zijn gedachten bleef er een stilte hangen tot hij die zelf opmerkte, ‘En waar kom jij vandaan? Als ik het goed hoor klinkt er iets van Nederlands door.’ Ik knikte bevestigend. 
    ‘Ja dat heb je goed gehoord’ zei ik. In mijn achterhoofd speelde iets van onzekerheid. Ondanks dat we binnen waren en de figuren niet meer konden zien, kon ik mij niet helemaal los maken van de gedachten dat wij van buiten misschien toch werden bespied.       

    ‘Je maakt je zorgen,’ observeerde Ander mijn gezicht. Ik stond op en sloot het donkerrode overgordijn en zette de lichten aan. Het gele licht deed alles warmer aanvoelen, het maakte mij rustiger. 

    ‘Ik denk dat ik nog steeds het gevoel heb dat er iemand mee kan kijken.’ Legde ik uit. Ander glimlachte terwijl onze blikken elkaar even vasthielden in begrip over de situatie. Ongemakkelijk keken wij beide weg. Daarna, beurtelings weer naar elkaar. Observaties in ogenblikken, een studie in momenten van onoplettendheid.    

    ‘Wil je dat ik ga?’ Hij vroeg het alsof het hem pijn deed die woorden uit te spreken.

    ‘Liever niet,’ het was uit mijn mond voor ik er helemaal goed over nagedacht had. Ik voelde mijn gezicht kleuren. Opeens was ik warm, zweette ik. 

    ‘Ik wilde ook liever blijven.’ Ander’s ogen ruste op mij alsof hij probeerde meer te zien. Mijn hand, nog steeds op het lichtknopje. ‘Ik ben blij dat ik de moed had om naar je toe te stappen vanavond.’ Het was zijn beurt om te blozen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje XI (De eerste keer 6)

    Leven in een kistje XI (De eerste keer 6)

    We staken de straat over om aan het einde links af te slaan. Het was nog maar een paar honderd meter tot de voordeur. De twee figuren bleven achter ons aanlopen. Wij stopte voor de deur. Terwijl ze langs ons liepen hielden zij hun pas in. Zo vlug als ik kon, draaide ik de deur open. Wij stapte naar binnen in een gloed van warm licht, weg van de donkere straat. In mijn paniek had ik de deur met volle kracht dicht gesmeten. Bang, dat zij zich met gemak naar binnen zouden dringen. Ik ontspande mij en wij lachten beide ongemakkelijk terwijl ik Ander zijn arm los liet en wij ons naar de trap draaide. 


    ‘Wat gebeurt er allemaal!’ klonk er van boven uit het trappenhuis. Ik herkende de stem van mijn onderbuurvrouw. 
    ‘Niets aan de hand!’ stelde ik haar gerust bij het beklimmen van de eerste treden. Nu zag ik Ander pas goed. Er glom iets van rood door in zijn haar, dat naast die glans meer bruin was. Onze voetstappen klonken nauwelijks op de stenen treden die naar de eerste verdieping leidde. De vloer ging over in parket met een loper in het midden van de overloop. Daarna waren het houten treden die ons krakend naar de derde verdieping hielpen. Ander bleef naast mij lopen, met dezelfde houding, die hij had toen we elkaar in de club ontmoette. 
    ‘Hier is mijn kamer,’ wees ik naar de deur. Ik stapte naar voren en opende de deur. Ander stond met zijn handen achter zijn rug te wachten. 


    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje X (De eerste keer 5)

    Leven in een kistje X (De eerste keer 5)

    Nog steeds was er niemand te zien. Maar het gevoel dat wij achtervolgt werden werd steeds sterker. In een portiek stond een oudere man te praten met zijn buurvrouw. Toen hij opkeek viel er een soort onrust over zijn gezicht. Niet door ons, hij had langs ons gekeken en iets gezien dat hem zorgen baarde. Binnen een paar seconden hadden hij en de buurvrouw afscheid genomen en waren de voordeuren dicht geslagen. De voetstappen achter ons versnelde. Toen ik opnieuw omkeek zag ik één van de jonge mannen uit de club het lantarenlicht uit stappen. ‘Ander,’ zei ik zacht ‘ze zijn hier!’ met de laatste woorden schoot mijn stem een octaaf omhoog. Ik kneep in zijn arm. ‘De mannen uit de club…’ voegde ik toe. 

    Angst

    Ander pakte met zijn vrije hand mijn schouder. ‘Rustig blijven!’ zei hij met zijn gezicht naar mij gedraaid. Onrust had bezit van mij genomen. Elke schaduw kreeg een onguur trekje. De portieken en steegjes leken nog wel meer gehuld in duisternis.  De lantarens die ons eerst nog bijgeschenen hadden, dimde hun licht. Alsof zij zich overgegeven hadden aan de schimmige figuren; de voorkeur geven aan hun overwinning. De voetstappen klonken niet meer. Zelfs het geluid had zich gecapituleerd! 

    Het einde van de straat kon mij niet spoedig genoeg dichterbij komen. De steegjes in duisternis gehuld, leken allemaal gevuld met kwade opzet en schimmige types. Alsof wij elk moment het zwart konden worden in getrokken en alleen met een gebroken lichaam weer terug konden keren in het licht. Onder de straatlamp, aan het einde van de weg, stond één van de jonge mannen opzichtig te roken zodat wij hem zouden zien. Een hooghartige glimlach op zijn gezicht. Achter ons was de andere man uit de schaduw gestapt. Liep nonchalant fluitend met een wapenstok te zwaaien. ‘Ze jagen ons op!’ fluisterde Ander mij toe, ‘laat je niet opjutten!’ De rokende man moet iets hebben gezien in mij wat hem nog vrolijker stemde. Zijn glimlach bereikte nu ook zijn ogen, zijn mond opende zich in een geluidloze lach. ‘Geef ze geen aanleiding om ook maar iets te doen!’  


    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje VIII  (De eerste keer 3)

    Leven in een kistje VIII (De eerste keer 3)

    Bij de tafeltjes was enige commotie ontstaan. Eén van de jongens die bij de groep uniformen hoorde was opgestaan, zijn stoel was omgevallen en een glas viel stuk. Een ander hield hem tegen. Eén van de uniformen kwam erbij en schold de man, die tegenover de jongen stond, uit. Het uniform die het verst bij ons vandaan zat bleef maar in onze richting staren, zelfs tijdens de commotie. Alsof hij iets in het donker kon doorgronden, hij ons vanuit het licht kon zien. Het maakte mij onrustig. Ik seinde naar Ander dat we geobserveerd werden. Ander’s wilde ogen veranderde en tegelijk zijn hele houding. Hij bewoog zich achterwaarts en trok mij mee verder de schaduw in. Met een strakke blik op de groep, alsof hij zichzelf als schild had ingezet, draaide hij mij achter zijn lichaam. Toen hij zich omdraaide fluisterde hij,
    ‘We moeten hier weg!’ en greep mijn arm beet.

    Een groepje stamgasten maakte zich uit de voeten voor het gevecht dat was ontstaan. Nog een aantal andere waren ook opgestaan van de omringde tafeltjes. Vanuit verschillende punten dromde mensen richting de uitgang. De piano en het zingen stopte. Er hadden nog meer mensen zich in het gevecht gemengd. In de hectiek trok Ander mij mee. Hopelijk onopgemerkt! Tussen de kapstokken door, mantels en overjassen, zochten wij de onze. Er was geen paniek, er heerste een soort ongemak over een wat een gezellige avond had moeten zijn die in het water viel. En tegelijk een berusting in de wetenschap dat het bijna te voorspellen was dat dit zou gebeuren. 
    ‘Wij gaan niet wachten tot het uit de hand loopt!’ riep een kort gekapte dame in een glitterjurk. ‘Dat is het al’ zei de man die haar in haar mantel hielp, met een diep sarcasme in zijn stem. Ander kwam, van een paar rijen kapstokken verder, met zijn jas aan terug. Tussen de mensen door glipte we naar buiten.  

    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje VI (De eerste keer 1)

    Leven in een kistje VI (De eerste keer 1)

    10 januari 2000

    De eerste vertaalde tekst is terug gekomen. de eerste is uit de agenda en kwam via de mail van een Amená, floor bleef niet lang achter met de eerste tekst uit de leren bundel.

    Beste Josi

    Bij deze de vertaling van de eerste bladzijde van de Agenda uit 1934. De eerste twee dagen zijn vertaald uit het Deens. Telkens heb ik voor de tekst aangegeven uit welke taal deze vertaald is….

    Vriendelijke groeten Amená

    December 1933


    30 zaterdag 

    (Deens) De mooiste jongen ter wereld gezien. Als een spion van een afstand gadegeslagen. Te bang om hem aan te spreken.


    31 Zondag 

    (Deens) Oogcontact gemaakt. Als een schooljongen staan blozen. Later gesproken. Zijn naam is David. Thuis gebracht aan het einde van de avond. Onveilig op straat. 


    Beste Josi,

    Bij deze de vertaling van de eerste bladzijde uit de leren bundel. De tekst is oorspronkelijk geschreven in het Nederlands…

    Groeten Floor

    De eerste keer

    Berlijn 1 januari 1934

    (Nederlands) De statische lucht hing verstild te wachten op een ontladingspunt. Dat waren zo af en toe schermutselingen, uitgedaagd door hen die daarop liepen. Maar het kwam nooit tot een volledige ontlading. Alsof het juiste moment nog niet was aangebroken. Het was al gewoonte geworden om de politie uit de weg te gaan en nog meer de onzuivere figuren. Je kon ze herkennen, vooral de geüniformeerde; iets te trots op het uniform dat altijd en overal gedragen moest worden. En de geheime politie die vooral niet zó geheim was. Alleen wat er achter gesloten deuren gebeurde was geheim. Maar niet de afranselingen, die waren openbaar. Vooral van tegenstanders. Om hen die andere ideeën, hadden af te schrikken. 

    Onder die omstandigheden bevond ik mij op een feest ter viering van het einde van het oude en het begin van het nieuwe jaar, in nabijheid van een vriendelijke jonge man. Ik had hem de afgelopen dagen al een aantal keer gezien én zien kijken. Hij was groter en breder maar niet grof. Zijn stem was zwaarder dan die van mij en toch had deze iets lichts.  

    ‘Mag ik je iets te drinken aanbieden?’ had hij gevraagd met alle zekerheid die hij op kon brengen. Ik had zijn aanbod aangenomen. Het was een donker etablissement, dat was doortrokken van de sigaretten die er geconsumeerd werden. Er werd gelachen, gedronken en gezongen in afwachting van het nieuwe jaar. 

    Toen hij terugkwam overhandigde hij mij een glas cider en nam na het klinken van onze glazen onhandig een slok. Waardoor de schuimkraag van zijn bier in zijn snor bleef hangen. Hij veegde het snel weg en ik deed alsof ik het niet gezien had. Ik kon een glimlach niet helemaal onderdrukken. 

    ‘Lach je mij nu uit?!’ met glinsterende pretogen. Net of hij vergeten was hoe serieus hij nog geen tel terug naast mij had gestaan, als een soort bediende. Ik knikte bevestigend, terwijl ik mijn lach liet doorbreken. …

    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje V

    Leven in een kistje V

    Met mijn hoofd vol gedachten bladerde ik nog wat door de agenda. De tekst veranderde van Deens naar Duits, waar ik hier en daar een woord van meen te begrijpen. Alsof het de aangenomen taal was van de schrijver. Eerst nog met wat fouten, doorgekraste en verbeterde woorden. Zonder dat ik precies begreep wat er stond, kon je een soort zekerheid zien ontstaan in het schrijven. De paar regels die aan iedere dag waren toebedeeld vol afspraken met tijden en plaatsen. En dan de twee rijen op het onbeschreven gedeelte van de dagen; het jaar, datum en een korte beschrijving. 



    9 Januari 2000

    Ik had, voor de taak die ik mijzelf had opgelegd voor vandaag de scanner uit de kast tevoorschijn gehaald. Toen mijn computer mij liet weten dat er van Floor een e-mail binnen was gekomen. Zij liet mij weten dat haar collega de tekst had doorgestuurd aan iemand die kon helpen met vertalen van het Deens. Haar collega had een manier gevonden om de scans van de overige bladzijdes met hun te delen. Via een link in haar email kon ik de gescande pagina’s uploaden naar een server waar we allemaal toegang toe hadden.

    Ik besloot te beginnen met de in leer gebonden pagina’s. In het begin was elke scan proberen om alles er zo goed mogelijk op te krijgen. Maar op een gegeven moment ontstond er een soort ritme waardoor het sneller ging dan ik had verwacht. De handgeschreven tekst was groter dan die in de agenda en dus makkelijker te lezen. Dat was eigenlijk het meeste werk. Opletten wanneer een tekst voorbij was. Het brak ook het ritme die de handeling in zich droeg.

    Pagina omslaan, zorgen dat deze recht ligt, klep dicht, druk op de knop. En opnieuw. Het bestand opslaan, met als titel, de datum die boven aan de pagina genoteerd stond. Ergens op de helft besloot ik de al gescande pagina’s door te sturen naar de server. Het gaf me de tijd om thee te maken. Toen ik terugkwam met de warme mok in mijn handen was 95% verstuurd. Ik wachte tot dat alles verstuurd was. Alsof het staan toekijken het versturen sneller maakte. De tweede helft ging sneller. Het ritme van de handeling bracht mij in een trance. Toen ik klaar was, stond de mok halfvol met koude thee. 

    De agenda was meer werk. Elke pagina apart scannen en doorsturen. Na ongeveer vijf uur was deze ook ingescand en doorgestuurd. Nu begint het grote wachten. Ik had nog wat losse documenten, sommige schrijfsels, andere meer officiële documenten. De schrijfsels die vertaald moesten worden stuurde ik ook door. De andere documenten liet ik op mijn bureau liggen. Uitzoekwerk tijdens het wachten op de vertalingen. 



    Ben zo terug – Bart

  • Een leven in een kistje IV

    Een leven in een kistje IV

    ‘Ik zal je de vertaling sturen’ voegde ze nog toe. Ik kon het niet nalaten te vragen over de andere foto’s die ik haar had gestuurd. ‘De tweede foto is niet in het Nederlands het lijkt op Deens, zoals je zelf al in je mail schreef. De derde foto is moeilijker te ontcijferen. Daar ga ik even voor zitten. Deze zal ik zo snel mogelijk naar je toesturen.’

    Een paar uur later ontving ik een e-mail met de vertaling van het stuk op de derde foto. Een los stuk papier met handgeschreven tekst.  

    “Beste Josi,

    Deze is lastiger omdat het niet alles is. De tekst is incompleet en er zijn delen doorgekrast. 


    Ik ben bang voor wat het betekend dat ik wil dat hij mij vasthoudt. Zelfs het opschrijven voelt als te veel openheid. Alsof ik mijzelf verraad aan het papier. Blootstel. ‘Wat als iemand het leest?’ blijft door mijn hoofd spelen. Net zoveel als het verlangen naar die eerste keer dat we elkaars lichamen ontdekten. 


    Hier staan doorgekraste regels. Daarvan kan ik niet ontdekken wat er geschreven staat. 


    Gelukkig heb ik taal. Een andere taal die mij daartegen beschermd. En toch, kan ik het niet uit mijn hoofd krijgen dat iemand het kan lezen.  Dus, houd ik het schrift bij mij. Alsof het een object van grote waarde is. 


    Meer doorgekraste regels.  


    (Volgens mij heb ik tussen de krassen door “Voor Ander” kunnen ontwaren. Of dat betekent dat het dit stukje van de tekst betreft, is moeilijk vast te stellen.)

    Ik wil op zijn schouder mijn tranen laten. Mij volledig laten dragen. Eén omhelzing die meer is dan een omhelzing tussen twee mannen op de vlucht. De wereld laten breken. En niemand zijn. Zonder geschiedenis. Misschien nog wel het liefst zonder andere mensen. Zonder begrijpende blikken. Wat een armoede zo te leven.
    Om daarna voor net zo een lange tijd als nodig blijkt, hem te dragen


    Hierna is het blad onbeschreven.


    Het vluchten uit de eerste tekst komt hier terug. Als het daadwerkelijk uit de jaren van de tweede wereldoorlog komt, maakt mij dat zeer geïnteresseerd in de andere teksten. Staat er iets op de achterkant van dit Blad? 

    Ik heb een collega gevraagd of zij iemand kent die kan helpen met vertalingen vanuit het Deens. Als ik van haar terug hoor, laat ik het je weten. 

    met vriendelijke groeten,

    Floor”

    Als reactie op Floor haar vraag, stuurde ik haar een foto van het blad. Zwart! Volledig uitgewist schrijven. Het intrigeert mij immens. Wat staat er achter dat zwart?   


    Ben zo terug – Bart

  • Een leven in een kistje III

    Een leven in een kistje III

    8 januari 2000

    Bij het wakker worden vanmorgen, was het eerste waar ik aan moest denken… het kistje. Misschien kan het internet mij helpen wat tekst te vertalen. Zover ik heb kunnen achterhalen is het grootste gedeelte in het Nederlands geschreven. Allemaal, zover ik dat tot nu toe heb kunnen bekijken, van dezelfde hand. Het andere handschrift lijkt mij in het Deens. De vertalingen zijn niet zo best. Alsof het de woorden op zich vertaalde, maar de context compleet negeert. Ik heb een paar foto’s verstuurd naar Floor die vertalingen doet voor een uitgeverij. Dat in de hoop dat zij betere vertalingen kan geven, waarin de context blijft bestaan. 


    Binnen een uur reageerde Floor. Zij had een van de foto’s gezien. Daarnaast gaf zij de suggestie om de stukken in te scannen, zodat deze duidelijker leesbaar waren. “Zijn dit allemaal stukken uit die tijd?” en “Om hoeveel stukken gaat het?” vroeg zij. Ik vertelde haar, dat het om een grote hoeveelheid ging, waarvan meerdere documenten in verschillende talen. Na een paar minuten belde zij mij. 

    ‘De eerste foto die je stuurt is een soort beschrijving’ zei ze. ‘Dit is zo interessant’ haar stem ging een octaaf omhoog. En als een klein kind begon ze te vertellen, als een waterval aan woorden die niet te stoppen was. 



    ‘De beschrijving is van het gevoel tijdens het vluchten. Er staat geen datum bij, tenminste niet zichtbaar. Ik denk dat de tekst een persoon noemt, genaamd Ander. Maar ik weet niet of dat ook echt de naam is of dat het een aanduiding is van een persoon. En het spreekt over het menszijn onder die omstandigheden. Zal ik het je voorlezen?’ Nog voor ik kon antwoorden begon ze het stuk op te lezen. 

    “Het voelt eng om op de vlucht te zijn! Het is eng om niemand om je heen te hebben; daarentegen is het net zo eng om onder de mensen te zijn. Omdat je nooit weet wie je kunt vertrouwen. Ik heb het geluk gehad dat ik Ander bij mij had. Ik denk dat ik anders allang mijn menselijkheid verloren zou zijn.”

    ‘Eng in deze context kan bang betekenen. Maar in het Nederlands kan eng ook betekenen dat je een vernauwde blik hebt op de wereld om je heen. In deze tekst zou ik bijna willen zeggen dat het duidt op de realisatie dat als je vlucht, je moeilijk zonder achterdocht naar alles om je heen kunt kijken.’ Zo ratelde Floor haar gedachten af. Daarna viel het even stil. 

    ‘Ander is… als het om een persoon gaat, waar het wel op lijkt, de figuur die de schrijver helpt om die achterdocht in toom te houden.’


    Ben Zo terug – Bart  

  • Een leven in een kistje II

    Een leven in een kistje II

    7 januari 2000

    Wij hebben de hele avond nog berichtjes uitgewisseld over wat er misschien in het kistje kan zitten. Allemaal wilde verhalen. De mogelijkheden met een heel hoop fantasie.

    sleutel mart begon:  

    Mart:

    Misschien is het wel een schat met allerlei verschillende gouden/zilveren sieraden. 



    Mart:

    Ow… Ik dacht het zouden ook nog goudstaven of zilver kunnen zijn. Maar dat gaat dus niet door.




    Mart:

    liefdesbrieven! Een verbodenliefde is ook een schat! Vooral als het van een hele tijd geleden is?!







    Mart:

    Net wat ik zeg. Als het oud genoeg is wordt het vanzelf interessant.




    Mart:

    Ja is helemaal goed. Zie ik je morgen rond 18:00 uur




    Ik:

    Of het zijn allemaal aandelen in grote bedrijven. Het gewicht is niet al te hoog. Geen sieraden denk ik. 






    Ik:

    Of het zijn allemaal foto’s. 





    Ik:

    Twee jonge mannen die verliefd zijn geworden? Is een intrigerend idee. De vraag is dan, waarom willen zij dat het bij de Historische Vereniging terecht komt?




    Ik:

    We zullen het morgen zien. Kom je eten, zorg ik wel dat er wat extra is?!




    Ik:

    👍

    Als twee kleine kinderen die hun enthousiasme niet in bedwang konden houden zaten we aan tafel te eten. Wie als eerste zijn bord leeg had! Eerste probeerde Mart verschillende sleutels maar het bleek niet zo gemakkelijk. Hij had gelukkig andere spullen mee die hem in mijn ogen een inbreker maakte. Het kleine leren tasje zat vol met allerlei platte metalen staafjes in verschillende vormen. Het was veel sneller gedaan dan ik had verwacht. ‘Aan u de eer’ zij hij toen het slot open klikte. 

    Toen ik het deksel opende moet je op allebei onze gezichten iets van teleurstelling hebben kunnen zien. Het waren papieren, notitieboekjes een agenda. ‘Geen goud’ mompelde ik. Heel voorzichtig pakte ik een stapel uit het kistje en lag het voor ons op tafel. Mart pakte de agenda van 1933. Ik las een brief, althans dat probeerde ik. Het was in een andere taal. Ik meende wat woorden te herkennen maar kon andere niet plaatsen. 

    ‘Lubbe’ herhaalde Mart ‘van der Lubbe’ meer voor zichzelf ‘Ik herken die naam. Maar ik kom niet op waarvan…’ Ergens in mijn hoofd was ook bij mij iets van herkenning maar kon het in de mist van mijn herinneringen niet aan iets linken. ‘Mag ik je computer even gebruiken?’ vroeg Mart. 

    ‘Ga je gang’ zij ik. Onder tussen was ik verder tussen de papieren aan het kijken. Ik probeerde op de envelop van een brief te ontcijferen waar het vandaan kwam. 

    ‘De rijksdagbrand! Marinus van der Lubbe zou de rijksdag in brand gestoken hebben.’  



    Ben zo terug – Bart