Tag: nederlands

  • Landziekte

    Landziekte

    Het duurde even voor ik in de gaten had wat er precies aan de hand was. Bij het ontwaken overspoelde het mij als een golf die probeerde mijn lichaam onder water gedrukt te houden. Melancholie, verlangen hielden mij nog even op mijn matras gevangen. Het kwam in die zelfde golven, ze maakte mij misselijk. Een onverklaarbaar verdriet dat half onder de oppervlakte blijft hangen. Niet om iets grijpbaars. Ik had wel kunnen bedenken wat het was, had alleen even niet opgelet. En dus pas toen ik mijn broodje aan het eten was, overviel het mij opnieuw. 

    Ik wilde naar huis! 


    Ben zo terug – Bart

  • Dromen

    Dromen

    A Star-Formation Laboratory
    A Star-Formation Laboratory by NASA Goddard Photo and Video is licensed under CC-BY 2.0

    Een nevelachtige wolk van beelden uit de dag aangevuld door fantasie word als een werkelijkheid. Zonder dat ik daar maar iets aan doe. Appels zo groot als huizen vallen met doffe ploffen op het gras. Ik weet niet of ik klein ben of de appels juist heel groot.  Maar de mieren zijn hun gewone grote. Zo staand tussen die appelen veranderd de zon in de maan. Iets te snel. De lucht gaat van helder blauw naar bijna zwart en de sterren worden zichtbaar. Ze vliegen om mij heen als kleine raampjes, waardoor ik uit zicht heb op de normale wereld. 


    Ben zo terug – Bart

  • Ballonnen

    Ballonnen

    In alle rust te zweven over het landschap, gedragen door een mandje en voortbewogen door de wind. Het lijkt mij de beste manier voor een ander perspectief. Op gelijke hoogte met een V van ganzen, even meegedragen op hun pad. Als miniaturen onder ons, als automaten die niet anders kunnen, dan hun programma afdraaien. Daar rijdt de ijscoman die met zijn melodietje, aan de kinderen zijn aanwezigheid verraadt. De fietsers die zich uitlaten rijden van de heuvel naar beneden en het terras dat wordt opgeruimd na een drukke dag. Zo bekijken wij hier de beslommeringen van de mensen dáár beneden.


    Ben zo terug – Bart

  • Werkelijkheid van taal

    Werkelijkheid van taal

    Lieke Marsman - de dichter en de duivel
Arthur Rimbaud - Gedichten, een seizoen in de hel, Illuminations

    In de schaduw wacht een wereld van witte bladzijde en zwarte letters. Een gevecht tussen gedachten en de omschrijving daarvan. Of beter nog het idee en de gevoelens die ons mee voeren naar een andere wereld. Of ons als lezer een spiegel voorhoudt over in welke wereld we eigenlijk bestaan. Van gedichten naar brieven en via proza terug naar poëzie. Bezoeken we zijn vroege gedachten in verzen die bijna kinderlijk eenvoudig zijn tot overweldigende beelden die een indruk geven van de belevingswereld van de poëet. Van prachtig mooi tot gruwelijke exemplarisch voor de wereld waarin wij tot nu toe bestaan. 


    Ben zo terug – Bart

  • Regen?

    Regen?

    Het lijkt altijd tekort. Of we nu elke dag de plantjes water geven of niet, het verdampen gaat sneller dan het water in de grond opgenomen kan worden. We doen ons best. Maar nu trekken de wolken samen, er lijkt hemels water op komst. We zijn eerder verleid door ijdele hoop. De wind is aangetrokken en blaast de donkergrijze wolken over het landschap. De zon is verdwenen achter luchtwater dat lijkt te willen vallen. Boven mij klinkt een tik op het metalen dak van de overkapping. Het gaat beginnen! De afkoeling is onderweg! 

    Maar waait te snel over ons heen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Schrik

    Schrik

    In de schaduw ligt de hond op het gras.  Een koolwitje fladdert door de tuin alsof het haar werk is elke millimeter te bestuderen. De hond volg de vlinder met haar ogen, alleen als het nodig is verlegt ze haar kop. Het is veel te warm om te bewegen. Wanneer de vlinder iets onverwachts doet schieten haar wenkbrauwen omhoog. Als de vlinder recht op haar afvliegt kan zij niet langer haar kop laten liggen. Dan waagt de vlinder het ook nog op haar neus te gaan zitten. Ze houd haar kop schuin, snuift  en slaat verontwaardigt haar poot langs haar snuit.


    Ben zo terug – Bart

  • IJdele hoop

    IJdele hoop

    De dag voelde zwaar. Het gewicht van de warmte en het vocht in de lucht. Het schuren tussen de wolken is begonnen. De blauwe regen heeft zijn uitlopers over een lijn lichtjes gedrapeerd en zij hangen stil in de lucht. Een zuchtje wind laat ze schommelen.  Even heeft het waaien soelaas geboden; maar de warmte drukt zichzelf opnieuw tegen mijn lichaam. Vanuit mijn ooghoek zie ik de dikke wolken naar elkaar toe sluipen, alsof zij proberen onopvallend samen te zweren.  Een zachte rommel lijkt het onweer aan te kondigen. Lijkt, maar zelfs een paar uur later is er niets gekomen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Een aroma

    Een aroma

    Van voeten stinkend, bezweet in leren schoenen die soppen van de warmte. Het loeven van oude kaarsen, uitgeblazen, nog kringelende rook. Wierook van vergane dagen. Hondenpoep, plat getrapt in een grove zool. Oude mannen, asem doordrongen van wijn van vorig avonden. Naar binnen gelopen natte hond. Water van de daken,  zure regen van de straten, urine of ander lichaamsvocht. Oud zweet, oude boekenlucht. Koude grond, schaduw, lagen die nooit worden beschenen door de zon.  Tombes waarin mensen lagen. Grafzerken in de grond. Het zorgt voor een ‘Ik vind dat het stinkt’. 

    Maar het licht schijnt zo mooi door de ramen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Appels op het gras

    Appels op het gras

    De takken zijn bedekt met korstmossen. Het is een fiere boom die met volle takken probeert te overtuigen dat hij nog leven heeft. De overvloed aan fruit buigt zijn takken als een treurwilg, kranig weert hij zich onder al dat gewicht. Als een loodswerker die blijft slepen met de waren uit het schip. Die door de hitte heen moet om een wagen in te laden. Maar van de warmte soms even uit balans raakt en wat morst. Zo vallen met een kleine plof af een toe kleine appelen naar beneden. Een last minder zo zonder het noodzakelijke water. 

    Ben zo terug – Bart

  • Sneeuw in steen

    Sneeuw in steen

    ‘Kijk eens wat ik gevonden heb!’ 

    ‘Kind wat mooi’

    ‘Het lijkt wel sneeuw’

    ‘Dat zou zomaar wel eens kunnen’ 

    ‘Opa! Dan was het toch allang gesmolten!’

    ‘De God van ijs en sneeuw en de God van de Bergen hadden heel lang geleden ruzie. Telkens als de god van sneeuw en ijs de bergen had besneeuwd dan gooide de god van de bergen er stenen overheen. Zo kwam de sneeuw tussen de stenen klem te zitten. Onder de druk van al die zware stenen werd de sneeuw samengeperst tot hele kleine kristalletjes; die net zo schitteren in de zon als sneeuw’



    Ben zo terug – Bart