
“De verleiding was groot hier boven op de berg te blijven. De koude aangename lucht, de mooie uitzichten en de grootsheid maakte alles in het dal onaangenaam. Warm, uitzichtloos en vooral klein. Maar er zat niet anders op dan weer naar beneden terug te keren. De warmte op te zoeken en de grootsheid achter te laten; op de plaats waar zij past. Tussen de rotsen door over het groene met kleine bloemen gevulde gras, daar op de rand waar gras weer over gaat in struiken en bomen. Fladderde een kleine vergeet-mij-niet-blauwe vlinder langs.”
Dacht ik bij mijzelf, onderweg naar beneden.
Ben zo terug – Bart

Geef een reactie