• Verlaten Werkkamer

    Gele kranten lagen op de grond. Ongelezen, netjes in een stapeltje, zoals zij door de brievenbus gevallen waren. Losse vellen type-sels, een gedicht, halve vertelsels en een rijmwoordenboek. Het bureau vol met aantekeningen en handgeschreven briefjes. Het whiteboard bevatte een bedachte uitwerking, die als een moordcomplot met dunne lijntjes aan elkaar hing. Een opengeslagen boek, tussen al dat onafs. De bureaustoel draaide nog langzaam na alsof er zo-even nog iemand gezeten had. Het geheel baadde in het namiddagse-zonlicht. Een potje zwarte inkt, waar de dop niet goed opgedraaid zat, was omgevallen en drupte de op een beschreven pagina. Op de stoel voor het open raam kwam een nieuwsgierige merel zitten en sloeg alles gade. Een bericht kwam binnen op een onzichtbare telefoon. Bij het omlaaggaan van de deurklink vloog de merel weg en werd de ruimte weer gevuld met leven. Werd er opnieuw een poging gedaan iets te schrijven. 

    Ben zo terug – Bart 

  • Stranddroom

    De zon was duidelijk boos op mij. Haar stralen prikte mijn witte huid en hadden het zand zo verhit dat het voelde alsof het mijn voeten zou branden. Een koele bries blies van over de zee, het hielp mij bij het vasthouden van mijn verstand. Ik stond op om wat af te koelen in het zoute water. Toen ik er naartoe liep verdwenen de golven. Als een luchtspiegeling die altijd voor je uitstrekt, maar nóóit bereikbaar. Met elke stap leek er meer zand te verschijnen. Het voelde of er blaren op mijn voeten ontstonden, maar ik had nog een woestijn te gaan. Achter mij was de plaats waar ik vandaan kwam verdwenen. Alleen nog zand en zonneschijn.
    Toen ik mij terugdraaide naar de zee, raakte een koude, natte hand mijn arm aan. Een schok van kippenvel ging door mijn warme lichaam. Hij omhelsde mij.  Nam mij mee naar het koude water. Een verkoelende kou voor een dwaler over eindeloze stranden. Hij hield mijn hoofd vast en kuste mij terug naar de werkelijkheid.   

    Ben zo terug – Bart

  • Lees hier vanaf het begin, en hier het vorige deel.

    De warmte deed de lucht naar droge aarde ruiken. ‘Maar…’, probeerde ik Syn te ondervragen, ‘wat is er net gebeurd?’. Syn trok mij mee langs de terracotta muur, naar de voorkant van het huis. Aiōn was al naar voren gelopen ‘Aditi’, zijn stem klonk jeugdiger dan hiervoor. De zon brandde alsof het door mijn huid heen ging. Syn en ik volgde de stem van Aiōn. ‘Wat een eeuwigheid geleden!’. We bleven een klein stukje achter hem staan. ‘Kom binnen het is veel te warm’, zei de vrouw die voor Aiōn stond. ‘Waarom hier?’ vroeg Aiōn over zijn schouder terwijl hij de schaduw van het huis inliep. ‘Wie is dat?’ vroeg ik Syn zacht. ‘Aditi’, antwoorde Syn mij. ‘Ik kon niet zo snel iets anders bedenken, Aiōn’. Terwijl we het huis binnenstapte voegde zij er wat onzeker eraan toe: ‘Het is ver weg’. 

    Mijn ogen moesten even wennen aan de schemering waarin ik terecht was gekomen. Het was een groot vertrek met een verhoging waar Aditi op een grote stoel zat. Op de grond lagen kussens en er stonden twee lange, lage tafels. Nu mijn ogen gewend waren kon ik haar beter bekijken. Ze was mooi. Haar huid was brons alsof het gekust was door de zon, haar lange donkerbruine haren waren opgestoken en achter haar linkeroor zat een rode bloem. Ze zat statig, zonder dat zij een standbeeld leek. ‘Dat is inderdaad een tijd geleden’ zij ze toen wij op de kussens zaten. ‘Syn’, knikte Aditi. Er was iets kouds aan haar begroeting. Ze keek naar mij en knikte. Maar haar kijken bleef op mij hangen, zelfs na de knik. Alsof ik iets was wat zij nog niet eerder gezien had. ‘De jongen wil iets weten over de Witte Heiligen’ zei Aiōn zonder op haar vraag te wachten. Aditi knikte nogmaals naar mij, voor zij Aiōn opnieuw aankeek. ‘Je bent er zelf bij geweest’, zei ze. ‘Jij bent veel dichterbij geweest’, zei Aiōn. Ze sloeg haar ogen naar de grond alsof er schaamte in haar speelde. ‘Wat…?’ vroeg zij na een korte stilte. 

    Aiōn vertelde het verhaal van Helops en de kerk. Hoe hij zijn vader kwijt was geraakt en was meegenomen naar binnen. Van de raspende worden die zijn vader de dames had toegeblaft. ‘Het breken van het brood’, zei Aditi knikkend. Ze haalde diep adem, ‘misschien is het wel handig om iets te vertellen over hoe het zo is ontstaan’.  

    Ben zo terug – Bart

  • Zonnige zondag

    Het licht van de ochtend dwaalde door het raam naar binnen. 
    Inplaats van de kou die ik verwachte bij het uit bed stappen; had het licht het laminaat verwarmd daar, waar het als een plas water de grond raakte.
    Een aangename verrassing bij het ontwaken, nu deze goede dag begon.

    Ben zo terug – Bart

  • Ontmoeting I

    ‘Jij kan hier niet zijn!’ het klonk alsof de jongeman hem kende. ‘Hoe bedoel je, jij kan hier niet zijn?’ vroeg Damian. Hij bekeek de man voorzichtig, hij was lang, tegen de twee meter. Zijn lichaam gespierd, maar slank. Het sluike zwarte haar was doorvlochten met groen, alsof moedernatuur zichzelf bezig had gehouden met het in toom houden. Zijn kleding leek gemaakt van geweven gras en had verschillende kleuren. Zijn huid had een lichtbruine waas en zijn ogen waren helder. Op dit moment keek hij wat verdwaast. Zijn hand leunde nonchalant op zijn zwaard.

    ‘Barraskr,’ siste hij. ‘Het is gevaarlijk, je moet hier weg!’  Pas toen hij dichterbij gekomen was zag Damian hoe helder zijn ogen waren. De één mosgroen en de ander azuurblauw. Beiden leken gouden vlokken in zich te dragen. Hij drukte Damian de donkere schaduw van de bomen in. De felle ogen, met de donkere zwarte wenkbrauwen, keken hem dreigend aan: ‘Je kan hier niet zijn!’ Hij keek om zich heen alsof hij iemand verwachtte.  Pas nu Damien in de schaduw stond, voelde hij hoeveel koeler het was dan in de zon. 

    Ben zo terug – Bart

  • Parttime Expat (Uitbraak)

    Het was opeens zo akelig dichtbij dat de onrust overheersende vormen aannam. Geen mensen meer, maar gevallen werden geïsoleerd. Koortsachtig was de zoektocht naar iets dat zou kunnen helpen. Opeens waren er weer grenzen. Het Niemandsland weer opnieuw ingesteld. Alles voor de veiligheid. 

    Maar, dit verhaal begint eerder. Ergens aan het eind van het jaar daarvoor. De eerste kennismaking vond via het internet plaats. Een glimlach, een knipoog of… het ijs doorbroken, was het begin van het gesprek. Het duurde nog tot februari voor wij elkaar zouden zien. De volgende afspraak was een week later. Hij werkte net over de grens. Parttime expat. Tegelijk met de onrust in mijzelf, was er onrust in de wereld. 

    Toen was alles afgesloten. Even heb ik hem gezien. Met groepen tegelijk kwamen mensen aan bij de grens. Er waren plaatsen waar het open was en de grens doorzichtig. Hij stond wat ongelukkig, zo’n tweehonderd meter van mij vandaan. Het enige wat ons tegen hield waren de akelige dunne draadjes die onder stroom stonden.  Er waren soldaten aan de grens, altijd iemand aanwezig. Hij stak zijn hand op met daarin de telefoon, ik deed hetzelfde. Ergens achter mij was wat onenigheid. Een vrouw aan de andere kant had zich losgemaakt van de groep mensen die op een rij, gepaste afstand hielden. Ik werd opzij gedrukt. Toen ik mij weer hersteld had, was ik hém kwijt. De telefoon in mijn hand ging over, zijn naam op het scherm. 

    Geluk was aan onze zijde. Alles was ver, bij ons ontluiken vandaan. Wat de geruststelling al snel onderdrukte, was dat van de ene op de andere week het virus opdook op andere plekken. Steeds dichterbij. Het naderde onrustig snel over grote afstanden. Zijn grensoversteek duurde iets langer dan hij gewend was. Opeens was er een thermometer aanwezig bij de overgang. Werden er mensen verwezen naar de ziekenboeg ter controle. Een week later mocht je alleen nog reizen met speciale papieren. 

    Ik drukte de telefoon aan. Zijn stem klonk onrustig. ‘Wij zijn weggestuurd! Het werd onhoudbaar.’ Ik liep wat verloren richting de auto. Het begon zacht te regenen. ‘Ga rustig naar huis’ zei ik, omdat ik ook iets moest zeggen. ‘We kunnen nu toch niets doen. Ik ben wel blij dat ik je even gezien heb.’ Het viel stil. Zijn adem schokte door het lopen. Ik opende de autodeur en ging zitten. 

    Ben zo terug – Bart 

  • 50 woorden #538

    Dit is de bedoeling?? Hoe het precies zit weet ik niet. Er is een hoop te winnen en alles lijkt onaangenaam. Er is iets in de lucht. Iets dat de ruimte krijgt. Ergens moet een begin zijn geweest. In ieder geval… er gebeuren dingen die totaal tegenovergesteld zijn van daarvoor.

    Ben zo terug – Bart 

  • De Wereld

    Het laat voor zich spreken,

    dat er grenzen zijn daarbuiten.

    Hoe? Het waar en waarom…

    Tot de regels zijn gebroken,

    lijkt de wereld zich te sluiten.

    Wordt het rechte krom en andersom.

    Ben zo terug – Bart

  • Orion

    De nacht! De lucht kleurde van donkerblauw naar zwart. In het westen was nog het laatste beetje oranje licht aan de horizon te zien. Wolken sluierde de hemel. De onverlichte wegen, door de vlakke weilanden, maakte de enkele zichtbare sterren nog helderder. Mijn laatste stop deze avond, voor ik richting huis zou gaan. Toen ik weer naarbuiten stapte was de lucht koud. Tussen de donkere wolken was een klein stukje hemel te zien. Om precies te zijn één sterrenbeeld. De nachtelijke jager keek vanuit grote hoogte op mij neer. Zijn riem met drie vonkelende stenen bezet. Zijn zwaard geheven, een uitgestrekte arm. 

    Even bleef ik staan, het licht achter de voordeur klikte uit, ik keek naar hem. Uit het portiek gestapt liep ik over het grindpad naar de stoep. Hij leek dichterbij gekomen. Over de oneffen tegels liep ik langs het plantsoen. Dichterbij. Mijn stappen naar de sterren of de sterren richting mij? Zijn zwaard in de schede, de handen langs zijn zij. Ik keek, de kou had de mensen binnen doen blijven. Het was volledig stil. Nog dichterbij. Stak de straat over, keek nogmaals rond. Niemand in de buurt. Dichterbij. Hij had een gezicht. Niet meer de punten die een sterrenbeeld maken, een persoon. 

    Hij stak zijn hand uit. ‘Orion’, zei hij. Wat verdwaast zei ik: ‘kan ik iets voor u doen?’ Alsof ik opeens wakker werd voegde ik eraan toe, ‘ow, sorry.’ Schudde hem de hand ‘Ander.’ We stonden ongemakkelijk achter mijn auto. Het licht van een lantarenpaal flikkerde. Ik klikte de deuren van de auto van het slot en wees hem naar de deur. ‘Mijn perspectief is anders’ begon hij toen we eenmaal in de auto zaten. Ik lachte en wees hem hoe hij de autostoel naar achteren kon schuiven. Hij zat opgevouwen in het Aygotje, zijn knieën tegen het dashboard. Geen wonder een sterrenbeeld in zo’n klein autootje. Ik schatte hem over de twee meter. ‘Ik sta iets verder weg’ ging hij verder toen hij eindelijk aangenaam zat. Ik knikte en startte de auto. ‘Ik… was van plan naar huis te rijden. Kan ik je ergens afzetten?’ Hij schudde zijn hoofd ‘ik kom wel terug, rijd maar naar je huis.’ 

    ‘Sorry, u zei?’ spoorde ik hem aan verder te vertellen. ‘Ah, ja. Dat ik verder weg sta’ hervatte hij. ‘Er is veel te doen van dichtbij.’ Zijn half lange haren waren achter op het hoofd samengebonden. Er hing een lichte geur van geranium om hem heen. ‘Ik snap de onrustige verwarring wel nu mijn perspectief veranderd is.’ Doordat de wolken de hele lucht verhulde kon ik niet zien of zijn sterrenbeeld nog wel aan de hemel stond. Het viel stil en ik reed rustig verder. Bij het kruispunt ging ik links en reed de dijk op. ‘Ik denk dat het mis gaat…’ hij stopte alsof hij overwoog om niet te vertellen wat hij dacht. ‘Als er niemand waarschuwt.’ Ik reed de dijk af. Hij zat onbeweeglijk, staarde over de weg. Het licht van de oranje lantarenpalen glansde over zijn zwarte haren. ‘Empathie’ fluisterde hij. ‘De meeste mensen proberen het juiste te doen.’ Weer links het dorp in. Hij zocht naar de woorden. Met de weg mee, dan de tweede links. Zijn blik week geen moment van de voorruit. Over de brug en dan de eerste rechts. Terwijl ik de auto parkeerde zei hij: ‘De wereld draait niet alleen om onszelf, maar om veel méér andere. Er is er maar één van onszelf en miljoenen van de andere.’

    Ben zo terug – Bart 

  • notitieboek

    Soms wordt het leven even samengevat. Soms in één enkele zin, of in een paar woorden. Waar het veranderd, is als het leven van iemand, in een eigen handschrift valt te lezen. Een agenda vol afspraken en notities. Het leren omslag is, waar het veel was vastgehouden, donkerder. De krassen op het leer, van de spullen die er tegenaan gelegen hadden. Een lichte plek waar de pen altijd het leer omklemd had. Het was blanco geweest. Elke bladzijde zonder enige beperking of restrictie. De eerste pagina was gevuld met kalligrafische letters. De naam, de datum en fijn geschreven letters in donkerrode inkt, “Notities van …”

    Nu ik er doorheen blader zie ik data langskomen. Afspraken die genoteerd staan voor de toekomst. Nu, jaren geleden. Kleine notities, belangrijke gedachten. Zo af en toe komt er een tekening voorbij. Lijstjes en vakantiebelevenissen. Diagrammen. Soms een rijtje woorden die niets met elkaar te maken lijken te hebben, of een quote. Baudelaire, Rimbaud, Marcus Aurelius en een gedicht van Vasalis. Een stukje krant, een polaroid van vrienden. Een gedroogde bloem. Een koffievlek. Boven aan de pagina staat steevast de datum. De kleuren van de inkt veranderen na elke paar pagina’s. Dan opeens zijn de pagina’s weer leeg. Zelfs de datum ontbreekt. De notities zijn gestopt… nog voor het einde. 

    Ben zo terug – Bart