Tag: nederlands

  • Van heksen en bezemstelen

    XIV
    Van heksen en bezemstelen

    Een oude dame stapte met kleine pasjes uit de donkere steeg vandaan. Het wieltje van haar rollator piepte toen zij om de hoek kwam. Ze keek kwaad. Een pluk van haar grijze haar was los gekomen en net voor zij in het licht van de lantarenpaal verscheen kwam er een straatkat uit de steeg vandaan geschoten.

    Ik had het hele tafereel voor mij zien ontvouwen vanuit mijn slaapkamerraam. Ik denk dat ik een jaar of vijf moet zijn geweest.
    Het leek alsof ze was verdwenen na die avond. Ik had haar al een paar keer eerder zien lopen door de straat maar na de situatie in de steeg was ze verdwenen. Ik had geen idee waar ze woonde. De eerste keer liep ze met een stok. Niet een echte wandelstok maar meer een tak die ze had gevonden in het bos, eentje die precies goed was voor haar.

    Ik zat vaak voor mijn raam, het was een goede plaats om naar mensen te kijken. Vooral in mijn straat. Er waren genoeg vreemde mensen om naar te kijken. ‘Kinderen’ Mompelde ze de eerste keer dat ik haar zag. ik was langs haar gerend om zo snel mogelijk thuis te komen. Ik wilde naar mijn boek toe de laatste bladzijdes uitlezen.

    ‘Sorry mevrouw’ had ik gezegd. Haar stem klonk schor en donker en de manier waarop ze het zei deed het voor komen alsof ze er alles aan deed om niet boos te worden. Er glom iets van woede in haar ogen toen ze omkeek. Ik zou er nooit meer aan hebben gedacht waren het niet voor de tweede maal dat ik haar zag.

    Ik weet zeker dat ik het gezien heb en was zo onder de indruk van alles dat ik het nooit aan iemand verteld heb. Bijna niemand alleen mijn beste vriend. Zoals kinderen dat doen. Ze stond in het midden van een klein grasveldje in het bos.

    Een heel gezond en creatief 2017

     

    Ben Zo Terug – Bart

  • Onzekere Ontmoeting #1

    Het huisje dat ik gehuurd had stond aan de rand van het park. Een kleine heg scheidde het park van de weilanden. Ik was alleen. Het was mijn bedoeling om te schrijven. Ik had mijzelf geïnstalleerd aan het raam, waar ik met pen en papier klaar zat om mijn gedachten bloot te geven aan de pagina. De bureaustoel kraakte telkens als ik ging verzitten, de houten balken van het dak zette uit door de warmte van de zon en na een halfuur werd het zó warm in het huisje dat ik besloot dat ik net zo goed buiten kon gaan zitten om daar mijn schrijven op te pakken. Toen ik eindelijk mijn pen op het papier zette en de eerste twee woorden van de eerste zin had geschreven, kraakte de scharnieren van het poortje dat toegang gaf tot het grindpad dat over het hele park liep. Een jongeman keek mij vanachter zijn donkerbruine krullen aan.
    ‘Ik ben hier geboren’ zei ik zacht ‘en jij?’ De jongen had ik niet eerder gezien, niet dat ik hier nog zoveel kwam als in mijn jeugd, ik was tenslotte gekaapt door eentje van de vaste wal. Maar als je van een eiland komt, ken je de meeste wel. ‘Nee ik kom hier niet vandaan’ Ik glimlachte. ‘Vandaar’. De houten tafel die ik naar buiten had gesleept vanuit het kleine huisje lag vol papieren en een enkele foto die ik had mee genomen ter inspiratie. Ongemakkelijk keek ik naar de tafel, waar te beginnen met de uitleg. ‘Ik schrijf,’ was het enige dat uit mijn mond kwam. ‘Althans, dat was de bedoeling…’

    Enkel lege stoelen, de verlaten bank en de open gordijnen. Buiten schemerde het en de eerste sterren waren al goed zichtbaar toen ze in beweging kwam. ‘Het is tijd’ mompelde ze tegen de lege kamer. Het glas in de deur rinkelde terwijl ze de deur opende en de treden kreunde bij haar gang naar de slaapkamer. Ze poetste in de badkamer afwezig haar tanden en stapte uit haar kleren zonder ze in de wasmand te doen. Haar man was een paar dagen op reis voor zijn werk, iets wat ze gewend was. Maar het huis was leger dan normaal. Haar hand gleed even langs zijn kussen alsof ze hem langs zijn gezicht streelde. Ze sloot haar ogen in afwachting van de slaap. De eerste twee weken dat ze alleen was had ze veel gedroomd, ondertussen wist ze wat haar te wachten stond. Met een zucht opende ze haar ogen en ging op de rand van het bed zitten. Ze pakte de telefoon van haar nachtkastje en drukte een nummer in. De kerkklok sloeg half, “half wat” ze greep naar het lichtknopje van haar bedlampje en zocht haar horloge ‘half vier’. Nog voor de telefoon voor de tweede keer over kon gaan drukte ze deze uit en legde hem weg. Ze bleef op de rand van het bed zitten. Pakte nogmaals de telefoon en drukte het nummer in en wachtte op de eerste toon van de overgaande telefoon. Haar adem schokte van het harde geluid. De toon stopte en begon weer. Na de vierde keer ging deze over naar de voicemail. De krakende opname van zijn stem maakte haar steeds onrustiger. “Wat als er iets met hem gebeurd was?” dacht ze bij zichzelf. Ze keek nogmaals op haar horloge. ‘Het is half vier wat verwacht je nu zelf’, sprak ze zichzelf streng toe. Haar handen klapten de telefoon dicht, knipte het licht uit en met een zucht ging ze op haar rug liggen. Haar ogen wijd geopend in de donkere kamer.

     

     

  • Briefwisseling #1

    Beste Bart,

    Ik heb je brief ontvangen en met veel plezier gelezen. Ik zal proberen de punten die je maakt in volgorde te behandelen (na mijn val ben ik, tijdelijk, opgenomen in een verzorgingshuis). Ten opzichte van de vraag die je stelde over meningen, zal ik je verblijden met een klein verhaaltje.
    Gistermiddag zat ik in de eetzaal. We hadden het eten op en ik zat nog uit te buiken. Een stel oudere heren zaten in gesprek aan de andere kant van de tafel. Eén van hen zat steeds naar mij te kijken alsof hij wilde dat ik mij zou mengen in het gesprek. Na een paar minuten keek hij mij recht aan en vroeg; ‘wat vind jij nu van al die hoofddoekjes?’. Ik nam een paar seconden tijd om de vraag en wat daarachter schuil ging, te doorgronden. Mijn antwoord: Het lijkt mij lekker warm in de winter, verder gaan mijn gedachten daar niet over.
    Het is grappig dat het jou is opgevallen dat het bijna een vereiste is geworden om overal een menig over te hebben. Dat wij alleen maar bezig lijken te zijn met hoe we in deze wereld staan, wat we vinden van elk onderwerp dat we in ons leven tegen kunnen komen en op welke manier we onze meningen vormen.

    Het onderwijs waar je over spreekt lijkt een misvatting. Volgens mij heeft het altijd te maken met connectie. Een band die in de basis steeds moet worden bij gehouden en daardoor sterker wordt. Je hebt inderdaad gelijk dat het nagenoeg onmogelijk is om een band op te bouwen met een leerling, als je niet lang genoeg in contact kan zijn. Het is een falen van het onderwijssysteem dat er niet genoeg tijd is voor een kind dat anders is. Het blijkt steeds weer dat er behoefte is voor die groep mensen die buiten de gebaande paden vallen. Die paden zijn verworden tot de regels die vanuit een beleidsmatig oogpunt worden gemaakt en die blijken pijnlijk rigide en zeker niet gemaakt voor afwijkingen.
    Hoewel je daar zeker gelijk in hebt, is het onmogelijk beleid te maken voor elke variabel. De vraag wordt dan: Wanneer is de afwijking groot genoeg om een uitzondering te maken binnen die beleidsmaatregels? Ik denk dat wat je aansnijdt één van de ethische problemen is die veel mensen zich afvragen in het onderwijs.

    Ik durf zó niet in te gaan op Either/Or, van Søren Kierkegaard. Ik heb het nooit gelezen. Dat geeft mij een goed excuus om de bibliotheek weer te bezoeken en het te lezen. Je hebt een interessante lijst boeken die je aan het lezen bent. The Rubaiyat of Omar Khayyam heb ik ook gelezen dus ben benieuwd wat je er van vindt. Dat kan nog wel eens een interessante discussie worden. Mijn lijst is zeker niet zo uitgebreid als die van jou maar ik heb meer tijd dus lees elk boek uit, en ga door naar de volgende.
    Ik heb de twee delen van De Thibaults, van Roger Martin du Gard uit de bieb geleend, die gaan deze week gelezen worden. Mijn herinnering van de boeken komt van mijn schooltijd waar ik ze gelezen heb in het Frans. Ben benieuwd naar de Nederlandse vertaling.

    Ik zie uit naar je volgende brief !

    Vriendelijke groeten,

    Chris.

  • De donkere klas (Een kinderlijke herinnering)

     

    Zover ik mij kan herinneren was alles donker. De tafels waar wij aan zaten stonden allemaal in rechte rijen. Tot op de millimeter nauwkeurig waren zij op de zelfde afstand van elkaar neer gezet, elke stoel leek vast genageld aan de vloer. Het zwarte krijtbord was schoon alsof er nog nooit een letter op was geschreven. De lerares voor de klas leek elke toevallig mee genomen kleur van buiten in zich op te nemen en het te veranderen in een zwart-wit beeld. Hoewel de klas gevuld was met kinderen was er geen enkel geluid te horen. Als iemand het waagde om een geluid te maken dat niet door haar was bevolen, werd de wereld binnen het lokaal een beetje grijzer. Iets donkerder dan hij al was. Diegene die het geluid gemaakt had beloofde heilig dat hij het nooit meer zou doen na de afranselingen die hij kreeg. Er werd geen geweld gebruikt in de school. Maar de toorn was genoeg om je bibberend van angst terug te laten vallen in je stoel. Ik was zo’n kind, een kind van kleur en kon de grijze wereld waarin ik terecht gekomen was maar moeilijk begrijpen. We moesten leren dat snapte ik wel, maar de manier waarop ontging mij compleet. Elke berisping die mijn kant uit werd gesnauwd voelde als een kleine brandblaar. Een stekende pijn, die door de publiekelijke vernedering, voelde als een sigaret die werd uitgedrukt op de huid. Maar niet fysiek, alles van binnen.
    Zo kan ik mij nog het einde van het jaar herinneren. De kinderen werden in een goedmoedige bui voor de klas geroepen en op een stoel gezet zodat allen hen goed konden zien. Voor de volledige klas werd je complete rapport voorgelezen. Inclusief de opgetrokken wenkbrauwen bij kleine voldoendes en de teleurstelling bij onvoldoendes. De langzaam opgedreunde cijfers waren totaal oninteressant. Kinderen lachte om het ongeluk van anderen. Als de lijst was afgewerkt werden de opmerkingen van de lerares voorgelezen. De lerares had al een paar keer naar mij gekeken en na de laatste keer mijn rapport overduidelijk onderaan de stapel gelegd. Uiteindelijk was ik aan de beurt, het leek of het de hele dag geduurd had. Vol schaamte liep ik door de klas naar de stoel hees mijzelf omhoog en probeerde naar niemand te kijken. Ik dook zover ik kon weg in mijzelf. De cijfers werden voorgedragen. Voor zij verder ging, hing ze een touw om mijn nek dat aan het plafond bevestigt was. Met elk woord dat ze sprak werd het touw strakker om mijn nek en werd ik steeds verder omhoog getrokken. “Het rekenen gaat nog niet zo goed!” zei ze terwijl mijn tenen loskwamen van de zitting van de stoel. “Met het lezen heb je nog veel moeite!” één centimeter boven de stoel. “We moeten je nog vaak helpen met de letters schrijven!” Mijn luchtpijp werd dicht gedrukt door het touw. “Je bent vaak afgeleid en loopt dan zomaar van je plaats, of begint te fluiten.” Mijn ogen zagen niet meer. Mijn lichaam schreeuwde om lucht. Mijn strottenhoofd verbrijzeld door het gewicht van mijn eigen lichaam. Ver boven de vloer van het lokaal. En net voor ik zou verdwijnen was het klaar. “Kom maar van de stoel af je rapport ophalen.”
    Een gebroken kind. Het gekke was alleen dat het mij niet brak. Hoe meer men de kleur van mij wilde afpakken hoe meer ik er van kreeg. Tot de regenboog voorbij!

    Ben zo terug – Bart

  • Groeven

    Bloed drukt zich naar buiten. Het is de zwakste plaats van mijn huid die de naald met gemak heeft verbroken. De platenspeler staat onschuldig voor mij. Het huis rondom mij heen is stil. Elk normaal geluid is ver naar de achtergrond verdrongen. Ik kijk naar de top van mijn vinger. Het druppeltje rood wordt steeds groter tot het de kamer vult zodat ik alles in een rode waas zie. Mijn hand beweegt zich zonder dat ik daar controle over heb. Daar, waar mijn huid doorboord is door de naald, ontrold mijn hand via de lijnen die een vingerafdruk maakt, zich steeds verder. Eerst mijn wijsvinger dan via mijn hand tot een lang lint aan het einde van mijn arm dat verstild in de lucht blijft zweven. De draaitafel was leeg en het lint rolt zich tot een platte schijf van huid. De andere hand zette de naald aan het begin van de lijn. Krakend start het.
    Ruis vult de kamer, als een oude radio die niet goed was afgestemd op de zender. Het huilen van een baby in een verkeerde toonsoort. Onsamenhangend gemompel waar geen woord aan was vast te knopen is. Steeds duidelijker wordt het geluid. Meer stemmen, verschillend in toon en ritme. Steeds hetzelfde en een tik. Niet te begrijpen. Toon en ritme, tik. Stemmen, toon, ritme en tik. Mijn hand beweegt zich naar de arm van de platenspeler en zet de naald een groef verder. Een doffe stem doet, zonder een woord te zeggen, het hele huis trillen.
    De blauwe plekken en littekens van mijn jeugd maakt de plaat moeilijk te beluisteren. Het vallen, het opstaan en het ongeduld, de leegtes, hiaten en het onvermogen, klinken. Over dubbele levens, als twee violen die beide een melodie spelen, de symfonie die aanzwelt tot een climax tijdens een moment van euforie en één enkele snaar die wordt beroert voor de meest neerslachtige momenten. Zoals IJslands voor de niet-verstaander onbegrijpelijk is bij abstracte ideeën of experimentele jazz in de totale paniek van het moment. In kleuren blauw voor kou en rood voor woedend warm, in zwart voor dood en licht voor leven. Steeds duidelijker de verschillende intonaties van de geleerde talen. Met openheid voor ontdekking en het afsluiten voor het niet. De interpretatie van kunst en begrip. De ruzies die woeden, de liefdes en verlies. Lust als een stuwende kracht in het leven en de noodzaak van het alleen zijn. De letters onbegrijpelijk, onschrijfbaar en uiteindelijk overmeesterend. Het gesproken woord, de emotie… taal.
    Opeens tilt de naald zichzelf van de plaat omhoog en schuift terug naar zijn rustplaats. In de laatste wentelingen van de draaitafel maakt de huid zich los van het apparaat en werd opnieuw mijn hand en al het rood concentreert zich weer tot de top van mijn wijsvinger.
    “Toekomst! De toekomst!” dacht ik toen ik mijn ogen opende en knipperde tegen het felle licht. De toekomst, dit weet ik allemaal al, maar de toekomst?

     

    Ben zo terug – Bart

  • Festival gedachtes en observaties

     

    De dame naast mij vóélt de muziek maar lijkt wat ongemakkelijk met de hele situatie. Haar ogen sluiten zich en haar lichaam beweegt zich op de muziek, glimlacht. Haar vriend achter haar staat verstilt te luisteren.

    De set is klaar, het podium ontruimd voor een nieuwe act. Het witte licht in de zaal dood de magie.

    Blues: Over gierende gitaren heen zingt een zanger hoe stil het is geweest.

    Er lopen een heleboel excentrieke individuen, met allemaal dezelfde baard.

    Opgaand in de muziek, met vijfduizend mensen en toch zo speciaal, dat iedereen het gevoel heeft dat de band alleen voor jou speelt.

    ‘Dit is een festival waar zo’n meisje haar vriendje mee naar toe sleept, omdat zij kaartjes heeft gekocht voor een artiest die zij van één liedje kent’
    ‘Ja, inderdaad. Dat zij, als hij ’s morgens voor de kast staat zegt: “Anders doe je even leuk je alternatieve trui aan”.’

    Van rijmbaar ritme tot monotone melodie…
    Van klein begin tot extase in een wilde kakofonie.

    De locaties zijn geweldig, de muziek alleen niet zo goed.

     

    Ben zo terug – Bart

     

  • Gebroken werkelijkheid 2\2

    De man die tegenover haar zat had haar vragend aangekeken toen zij even opkeek van de foto. Het had haar ongemakkelijk gemaakt. Ze kon op dat moment haar stem niet vinden en liet haar ogen snel zakken. de foto’s terug in haar agenda en deze terug in haar tas. Nog steeds waren haar ogen op de grond gericht. In haar hoofd bleef het gezicht van Stephen rondspoken.

    De supermarkt liep vol met mensen, het was warm en de meeste barbecues zouden die avond worden opgestookt. Er werd vlees gekocht en stokbroden, kruidenboter en sla. Mijn karretje was volgeladen met drinken, chips en ander lekkers voor míjn visite. Toen kreeg ik een bericht van een vriend die helaas niet kon komen. In de bijlage zat een foto van Rufus Wainwright onderuit gezakt op een bank, zwoel in de lens kijkend met het bijschrift “Gefeliciteerd lieverd” en een knipogend gezichtje.

    Hij had met grote nieuwsgierigheid het rolletje uit het toestel afgeleverd bij de fotozaak. Wie zou hij te zien krijgen na het ontwikkelen van de plaatjes. Het koste hem grote moeite om zijn enthousiasme niet te laten ontsnappen. De dag dat hij de foto’s op kon halen was zijn hoofd gevuld met verhalen over wat hij te zien zou krijgen en wie. Toen hij in de zaak kwam zei de eigenaar tegen hem dat hij niet zeker wist wat er precies met de foto’s was, maar dat het verhaal daarachter hem intrigeerde. Vooral omdat de eerste foto’s dermate anders waren als de plaatjes die verstild waren op het laatste deel van het rolletje. Hij betaalde de man en zei dat hij het nog wel eens kwam vertellen als hij er zelf meer van wist.

    Ondertussen bedacht zij wat de man tegenover haar had gezien. Van haar eigen visie kon zij het zien, ze wist waarom zij de foto’s had gepakt, wat er met haar gebeurde en waarom. Vanuit het gezichtspunt van de man tegenover haar was het moeilijk te begrijpen. Het hield haar bezig. Graag had zij hem willen zien kijken naar het meisje tegenover zich en zijn uitdrukkingen geobserveerd. Het zou interessant zijn geweest om het verhaal van twee kanten te kennen, nu bleef het alleen haar eigen verhaal.

    Ongewild glimlachte ik om de foto. Ik las zijn excuses voor het late afzeggen. Mijn gedachten waren bij hem terwijl hij ontdekte dat hij niet op mijn verjaardag kon komen en hij in wilde paniek achter zijn laptop sprong om iets voor mij te maken dat mij doet glimlachen, al was het maar voor even. Hij weet heel goed dat ik het geen probleem vind als er niemand komt, lekker rustig. Met een volle boodschappentas loop ik naar huis en probeer alles in mijn koelkast te krijgen. Na mijn strijd met de boodschappen zet ik de ramen open, zet alle spullen klaar en in afwachting ga op de bank zitten. Alleen, wachtend op visite.

    De foto’s lagen over de grond voor hem uitgespreid. De eerste foto van het rolletje lijken bladeren maar zijn zo overbelicht en bewogen dat het onmogelijk is te achterhalen wat er werkelijk op de foto staat. Een paar zijn er van een terras, het is mooi weer en de mensen lijken het leuk te hebben. De enige foto die er uitspringt is die van een stel. Haar blonde haar is opgestoken en een krullende lok is op haar schouder gevallen terwijl zij de man kust op zijn wang, deze kijkt uitdagend de lens in. Haar arm die om zijn nek geslagen is lijkt hem nooit meer te willen loslaten. Het lijkt of de tuin die hen omringt klein is, het voelt intiem. De camera observeert niet, hij is onderdeel van, doordat de man recht door de lens vanaf de foto in je ogen kijkt. Alsof hij wil zeggen: “Wat wil je van mij!”

    Ben zo terug – Bart

  • Gebroken werkelijkheid 1/2

     

    “U heeft een bericht van Dirk” laat mijn laptop mij weten als ik hem heb opgestart. Wie Dirk is mag Joost, die ken ik eigenlijk ook niet, weten. Uit nieuwsgierigheid klik op de link die mij doorvoert naar facebook. Enkele andere berichten wachten daar op mij. Het is een felicitatie. Mijn verjaardag is een groter festiviteit op het internet dan het in de werkelijkheid is.

    Hij had het fototoestel gevonden ergens achterin de kringloopwinkel onderop een plank met andere spullen waar afstand van gedaan was. Het was zo’n camera die nog op rolletjes werkte, groot en lomp van een andere tijd. Met veel meer klasse en stijl dan die van tegenwoordig. Hij had het in zijn handen gehouden, het toestel gevoeld. Het was zwaar, een gewichtig apparaat dat gemaakt was voor serieuze zaken. Niet dat er niet mee gespeeld mocht worden, het kon tegen een stootje, maar gemaakt voor echte fotografie.

    Bijna had zij haar trein gemist. Haar eerste trein had vertraging opgelopen op een station dat enkelspoor had. De treinen kruisten elkaar op het station en door een sein storing moesten zij wachten op het station. Gelukkig kon ze zitten, met een rood gezicht was ze binnen komen stormen ondanks de drukte was er plaats in de coupe. Ze had haar tas geopend en de foto’s uit haar agenda genomen. De man tegenover haar staarde naar haar, alsof hij probeerde te zien wat er met haar zou gebeuren. Het maakte haar oncomfortabel om op deze manier naar haar verleden te kijken. Het voelde naakt.

    Ik scrol wat door mijn tijdslijn die gevuld is met filmpjes van kittens en baby’s, meningen over van alles en nog iets meer en interessante nieuws stukken uit de krant, die door een like van de eigenaar ook op mijn tijdslijn verschijnen. Ik hoef niet te weten wat iemand leuk vind en zeker niet wat iemands mening is over Geert Wilders of andere mensen. Ik heb er niets mee en ik vind het totaal irrelevant in mijn leven. Als ik op het punt sta uit te loggen, verschijnt er een mededeling in beeld: Een vriendin die ik al een tijd niet gesproken heb heeft ook een bericht achter gelaten.

    Een laag stof bedekte de camera. Dat was eigenlijk wat hem het meeste intrigeerde, een ongebruikt gebruiksvoorwerp. Dat was de reden dat hij het had opgepakt, om te zien of het stuk was. Toen hij door de lens keek om te zien of daar iets mis mee was, zag hij wat stofjes die gedurende de jaren naar binnen waren gedrongen verder was alles helder. Hij focuste op een oude platenspeler en drukte de foto af. Terwijl hij doordraaide merkte hij dat er nog een rolletje in het apparaat zat. Zonder enige reden, zonder dat hij het nodig had of echt wilde hebben, besloot hij het fototoestel mee te nemen.

    Die naaktheid, had niets met de foto’s te maken het waren kiekjes, momenten van geluk en vriendschap en liefde. Er was maar één foto waar Stephen opstond. Ze probeerde terug te halen wie die foto zou hebben gemaakt. Maar na eenentwintig jaar nieuwe herinneringen was het moeilijk om deze uit het moeras der vergetelheid op te dreggen. Het maakte haar melancholiek, neerslachtig maar gek genoeg niet op een negatieve manier. Er was steeds een onderliggende vreugde voor dat wat was geweest. Ze kon met grote moeite haar tranen beheersen.

    Het was op het moment dat ik opkeek dat een pluisje van een paardenbloem langs mij zweefde. Het was warm buiten en de ramen van mijn appartement stonden open. ‘Onzin’ zei ik terwijl ik mijn laptop dichtsloeg. ik was dertig geworden en het was tijd om mijzelf een nieuw personage aan te meten, mopperend en negatief dat is een nieuwe weg die ik nog nooit bewandeld heb; dacht ik bij mijzelf. Maar na een minuut of twee was ik er klaar mee dat is het niet ik blijf nog wel even wie ik ben. De boodschappen voor vanmiddag moesten nog worden gedaan en de plicht riep, schreeuwde.

    Hij had die middag door de stad geslenterd en het rolletje volgeschoten met stille foto’s van een park en kerk, en luide foto’s verstild. Op de hoek van zijn straat zat een kleine fotozaak die nog zelf ontwikkelde. Het zou een dag duren voor hij de foto’s te zien kreeg.

     

    Ben zo terug – Bart

  • Stukjes leven

    Verloren in verhalen

    ‘Oorlog is vrede. Vrijheid is slavernij. Onwetendheid is kracht.’ Hij prevelde, zoals zo vaak. Regels van wat hij ooit in volle collegezalen aan zijn leerlingen meegaf. ‘1984 – George Orwell – tweeëndertigste druk Blz. 116’ Het waren de dingen die hij zich herinnerde, de werken waaraan hij veel tijd besteedt had tijdens zijn jaren als professor. Honderden, zo niet meer, had hij geleerd wat ze in welk boek dan ook konden vinden en waarom het zo belangrijk was om deze kennis te hebben. ‘Ik ben totaal niet belezen, maar ik lees veel. De vanger in het graan – J.D. Salinger – tiende druk Blz. 29.’ Hij was de eerste professor die literatuur gaf aan de Universiteit. Zijn hele leven stond in het teken van de literatuur. ‘Fools have a habit of believing that everything written by a famous author is admirable. For my part I read only to please myself and like only what suits my taste. Candide – Voltaire Drieëntwintigste druk Blz. 23.’
    Het waren die studenten die zijn geprevel van nu, veelal zo fantastisch vonden tijdens zijn colleges. Van bijna iedere grote schrijver kende hij wel een regel uit één van de boeken. Het was een gewoonte geworden door velen na de colleges nog even te blijven zitten. Uitgedaagd door de menigte werd zijn geheugen op de proef gesteld door de vragen van zijn studenten.

    Een gesprek op afstand

    ‘Heeft ze haar medicatie gehad of moet ze nog iets mee?’
    ‘Hoe laat zei u ook alweer dat ze thuis zou zijn?’
    ‘Tegen vijven, dan kom ik haar weer hier brengen.’
    ‘Nee dan hoeft u niets mee, ze heeft de medicatie van nu al gehad en die van vanavond krijgt mevrouw dan bij haar eten als ze terug komt.’
    Ik denk wel eens dat ze denken dat ik helemaal niet meer begrijp waar het over gaat. Vooral als ze praten over mij alsof ik er niet bij ben. Ik ben wel eens wat kwijt, maar dat wil nog niet zeggen dat ik helemaal niet begrijp wat er aan de hand is.
    ‘Ik zal mevrouw even in de jas helpen en dan breng ik gelijk de rolstoel mee deze kant op. Gaat u even met mij mee mevrouw Jansen? Dan doen we even de jas aan het is koud buiten.’
    ‘Heb ik een keus?’
    ‘Natuurlijk heeft u een keus, maar u gaat toch met uw zoon mee naar de bruiloft van uw kleindochter. Dat hadden we gister toch besproken?’
    ‘Ja het zal wel, ik weet er niks meer van maar het zal zo zijn als u het zegt. Als je het leidend voorwerp bent dan heb je er niets meer over te vertellen’
    ‘Maar dat is toch gezellig een bruiloft, dan ziet u al uw kleinkinderen weer.’
    ‘Ze komen ook niet bij mij zou niet weten waarom ik nu wel naar hen toe moet.’
    ‘Heeft u geen zin in een bruiloft dan?’
    ‘Wie gaat er ook alweer trouwen?’
    ‘Marjan, de dochter van uw zoon.’
    ‘O, Marjan was altijd zo’n lieverd. Daar hoefde je nooit mee te bemoeien die kon altijd zo lief spelen. Wij hebben haar ooit nog met ons mee genomen op vakantie. Met wie gaat ze trouwen?’
    ‘Dat zal u aan uw zoon moeten vragen dat durf ik u niet te zeggen. Loopt u mee naar uw kamer, of moet ik de jas even hier mee naar toenemen?’
    ‘Ik ga even mee naar m’n kamer, ik moet nog even naar de wc.’

    Ben zo terug – Bart

     

  • Een dagje vrij?

    ‘Ik moet mij verontschuldigen! ik heb geschreven dat beloof ik. Alleen waar aan ik heb geschreven is een onderdeel van iets groters, waardoor het vrij lastig te delen is. Het liep lekker, de woorden wisten hun weg via mijn brein naar mijn hand en vingers te vinden. Daarin tegen lukte het mij niet een klein verhaaltje voor vandaag te bedenken. Mijn brein laat zich slecht verleiden om naast intens bezig te zijn met een verhaal ook een kleiner zijpad te bewandelen. Hoewel ik wel een idee heb voor een kort verhaal, wil ik met zoveel aandacht als ik vandaag had om aan het groter geheel te werken, mij ook toe leggen op de korte stukken die ik schrijf. Ik zit buiten onder een parasol in de schaduw omdat ik gegrild mijn appartement ben uit gekomen. Benauwd.
    Ik zit vlak bij het water en een boom die voor de meeste schaduw zorgt. Tussen de bedrijven door ben ik even snel langs de boekhandel gelopen om het nieuwe boek van J. M. Coetzee “De schooldagen van Jezus” te kopen. Ben benieuwd heb nog nooit iets van hem gelezen. Daar ga ik vanavond aan beginnen nadat ik het laatste verhaal uit “De Dame met het Hondje” heb gelezen. Maar goed ik dwaal af. Het schrijven. Door de laatst genoemde bundel ben ik op het idee voor het korte verhaal gekomen. Meer ga ik er niet over zeggen. Alleen dat het nog geschreven moet worden. Het bestaat als geheel in mijn hoofd maar op papier zijn het wat schimmige aantekeningen en beschreven beelden. Zoals dat gaat met het creëren van een verhaal.
    Ik wens iedereen nog fijne en bijzonder warme dagen toe…’

    Ben zo terug – Bart