Tag: Mensen

  • Tegenovergestelde

    ‘Ik ben vrouw en zwart. Wat ben jij?!’
    Wat onthutst kijk ik op van mijn boek. Ik weet niet precies wat er van mij wordt verwacht. ‘Mijn naam is Stephan?’ probeer ik. De trein is nagenoeg leeg. Een oudere dame zit verderop uit het raam te kijken, maar luistert naar ons gesprek.
    ‘Nee, ik bedoel identificeer jezelf’
    ‘Bent u van de politie?’, zeg ik met een glimlach. Haar gezicht blijft ongemakkelijk, zonder uitdrukking. ‘Ik lees een boek en maak aantekening in de marges?’ Ik houd mijn vulpotlood onhandig omhoog. Haar ogen richten zich op de pagina die opengeslagen voor mij op schoot ligt.
    ‘Wat lees je?’, een autoritaire ondertoon klonk door in haar stem. Er was niets grappigs hier. Ik hield het dicht geslagen boek omhoog.
    ‘The Human Stain van Philip Roth’

     Een donkere hand rijkt mij het boek aan. ‘Philip Roth hé? wat vind je er van?’ Het vulpotlood hangt nog tussen mijn verslapte vingers.
    ‘Dank u wel’ zeg ik zo verontschuldigend mogelijk, ‘het is een interessant boek’.
    ‘Lezer?’ vraagt ze.
    ‘Vanmorgen niet echt…’ ik glimlach. Zij glimlacht terug en trekt haar schouders op.
    ‘Het is vroeg en het geluid van de trein monotoon. Dat heb je wel eens.’ Er klinkt een gedempt geroesemoes. ‘Heb je de andere twee delen ook gelezen? American Pastorale en ik geloof dat die ander I Married a Communist heet’. Ik schud mijn hoofd en schrijf de titels op het schutblad.
    ‘Daar ga ik achteraan. Dank u. Wat bent u aan het lezen?’
    ‘Heb je wel eens James Baldwin gelezen?’, wederom moet ik ontkennen. ‘Ik zal je eerlijk vertellen ik lees veel maar ik had mijzelf er nooit de tijd voor gegund. Hier is nog een tip lees deze een keer.’ Zij houdt haar boek naar mij omhoog. Een geel/groene kaft met witte letters James Baldwin Go Tell It on the Mountain. Ik noteer de titel.
    ‘Verplichte literatuur!’
    ‘Vanmiddag even langs American Book Center’
    ‘Doe dat maar’ zegt zij lachend.

     Ben zo terug – Bart

     

  • De man op de foto

    ‘Amerika… New York’, begon zij. ‘Ja, toen ik later nog eens terug kwam in de stad, was hij verdwenen, niet Peter maar de stad.’ Peter was dat zijn naam? Ik had nog nooit van hem gehoord. In het verhaal van mijn oma was er geen naam, hij was “de man”, nooit een naam. ‘De stad die ik zo goed kende was volledig verdwenen. Niets deed mij meer herinneren aan de periode die ik daar had door gebracht. De eens zo majestueuze gebouwen en dansgelegenheden waren vervallen en de sfeer, de sfeer die wij toen maakten met elkaar. De adem die liet zien dat je met weinig, een heel eind kan komen. Hoewel de werkeloosheid hoogtij vierde werd er gedanst gezongen en het leven gevierd.’ Ik kon mijzelf niet bedwingen en stelde meteen nog een vraag. ‘Peter, was dat zijn naam?’ Haar hand roerde nogmaals met het lepeltje door haar kopje, zij tikte het twee keer tegen de rand en legde het op het schoteltje. Voorzichtig bracht zij het kopje naar haar mond en nam een slokje. ‘Ja…’ zei ze met het kopje nog in haar hand, ‘Peter, Peter Wellis.’ Haar stem verstomde langzaam en liet een leegte achter, die niet gevuld zou worden.

    Peter Wellis, ik liet de naam een aantal keer door mijn brein gaan. Het klonk bekent maar ik kon het niet grijpen. Als iets dat je zeker weet, maar ergens diep in een lade in je achterhoofd zoek is geraakt. Op de foto was een jonge man afgebeeld, de glans van zijn golvend haar dat achterover gekamd was verraadde iets van olie of Brylcreem. De hoge bandplooibroek en blouse, waren iets te ruim en de achteloze sigaret tussen zijn vingers, zorgt voor sierlijke rookkringels. Alles aan zijn uiterlijk schreeuwde lief, aandoenlijk bijna, alsof de foto geheel geplant is. Van de kleding en de halve sigaret tot zijn lachende gezicht. In zijn andere hand heeft hij een hoed, waarschijnlijk geënsceneerd, er is niets dat er op wijst dat hij deze ook daadwerkelijk gedragen heeft.

    ‘Ik had hem al zien binnen komen’ haar stem haalt mij uit mijn gedacht ‘hij was zo iemand die zichzelf onderdeel van de menigte kon maken. Maar ik had hem wel gezien.’ Haar ogen verraden een kinderlijke blijheid, alsof deze hun vader terug zien. ‘Hij was met een groep vrienden die duidelijk meer op hun gemak waren dan hij.’ Haar blik richtte zich naar de deur alsof hij elk moment binnen kon stappen.

     

    Ben zo terug – Bart

  • Opstaan en opnieuw beginnen

    Een stapel boeken staat naast haar stoel. Doorgespit op nieuwe woorden en zinnen. Brieven naar iedere uithoek van het land en elke functie die zij maar kon verzinnen. En toch is zij verloren. Verloren op de witte pagina’s, verloren in haar eigen vocabulaire en waar zij nú nog kan beginnen.

     Ben zo terug – Bart

  • Verhalenfabriek. III – Schets

    Het werk was er net zo saai als overal. De oude hangaar was een open werkplaats met “hang-outs” voor “meetings” een koffiebar waar groene sapjes en water werd opgegoten op koffie in filters. Er was nergens ruimte om rustig te werken aan de troosteloze cijfertjes. Alleen aan de oostkant van de hangaar waren vier kantoortjes waar alle afleiding, die een inspirerende werkplek met zich mee brengen, buitensloten. Deze morgen was ik vroeg en kon ik een van die kleine ruimtes voor mijzelf bemachtigen. Het licht van de laaghangende zon scheen oranje door het hele gebouw. Terwijl de laptop opstartte dronk ik mijn koffie. Langzaam vulde het gebouw zich met werknemers. Met ideeën en de mensen, die hen voortbrengen. Soms, achter dat glas, bekeek ik hen vanuit mijn eigen wereld alsof ik er niet helemaal bij hoorde.

     

    Ben zo terug – Bart

    Lees deel 4 hier

  • Verhalenfabriek. II – Dronken avond

    ‘Ik ben bang om los te laten, te ontspannen. Het beangstigt mij omdat ik niet weet wat dat veroorzaakt.’ Het was een lange avond die omrand werd door rode wijn. ‘Ken je dat gevoel aan het einde van de zondag, dat je had als kind? Het bewust zijn van het tijdstekort?’ Ik volgde zijn gedachtegang niet, begreep niet wat hij wilde zeggen, wat zijn beschrijving was. ‘Misschien niet’ zei hij. Er klonk treurigheid door zijn stem. Een treurigheid die altijd aanwezig is. Bij elke beslissing draaide het uiteindelijk zijn lelijke kop. Niet dat hij dat zelf zo zag. ‘Van iedere ervaring leer je iets’ zei hij vaak als ik hem weer eens met medelijden aan keek omdat hij zijn baan verloren had of iets dergelijks.

    Ik ken hem al mijn hele leven. Als peuters begonnen wij onze school. Er is altijd een spanningsveld dat in zijn lichaam zit. Het enige dat ik niet meer weet is of dat toen ook al zo was. Of dat het met de tijd zichtbaarder is geworden. Hij bewoog zich door zijn leven als een blok.

    Hij dronk zijn glas in stilte leeg. ‘Wat gebeurd er als je los laat?’ vroeg ik hem. Zijn wenkbrauwen fronste. ‘Een moeras heeft soms plaatsen waar je kan staan zonder dat je wegzakt’ het klonk als een vraag. ‘Waar de rest je langzaam opslokt, je zo voorzichtig mogelijk laat verdrinken. Ik weet mijn weg aan de rand van het moeras. Het gewone zand. Maar als ik even niet oplet sta ik midden in het moeras. Is het moeilijk te zien waar ik veilig ben. Het lijkt onmogelijk mijzelf uit die situatie te trekken. Dus probeer ik op te letten’. Ik moet hem totaal verloren hebben aangekeken. ‘Ook niet’ zei hij resoluut.

    Voor sommige mensen wil je graag dat het allemaal lukt. Hij is zo iemand. Terwijl je dat graag wilt, lijkt het wel; hoe meer ik het hem gun des te minder alles lukt. In diezelfde mislukking komt er een gelatenheid over hem heen. Alsof het een bewijst is dat het voor hem was weg gelegd.

    ‘Ik denk graag na, ben introvert en mensen nemen een heleboel energie van mij.’ Die losse flodder bleef tussen ons in hangen. ‘Wijn?’ vroeg ik hem. Hij knikte. Ik liep om de bank naar de keuken. ‘Er zijn veel redenen om kwaad te zijn, maar het voelt als verspilde energie. Ik pas mij aan.’ Welke redenen? vroeg ik nog voor ik de keuken uit kwam. ‘Gewoon… dingen. Vergeet maar wat ik heb gezegd’. Ik plofte naast hem op de bank en keek hem vragend aan. ‘Soms laat je dingen gebeuren die je totaal uit je doen brengen’. ‘Zoals wat?’ ‘Je vroeg net toch wat er gebeurd als ik los zou laten?’ Ik knikte om hem verder niet te onderbreken. ‘Los laten, los laten, los laten!’ Hij fluisterde het tegen zichzelf, een zoekende blik door de kamer. Hij pakte zijn glas en met een diepe zucht zakte hij tegen het kussen van de bank. Hij sloot zijn ogen en nam een slok. Even speelde er een glimlach over zijn gezicht. ‘Oké, doe je ogen dicht en beeld je in dat je in een kroeg staat’. Ik sloot mijn ogen en toverde uit mijn gedachte een beeld. ‘Je bent daar met een paar vrienden, verder ken je daar niemand, je vrienden komen daar regelmatig en kennen sommige van hen. Hebben we dat beeld?’ Ja, bevestig ik. ‘Een lachende jongeman komt op je af. Wacht, je moet je even voorstellen als een jongen van een jaar of achttien.’ Ik knik. ‘Eén van de jonge mannen komt lachend op jou af en dan gebeurd er dit.’ Ik voel hem naast mij verschuiven. Opeens grijpt zijn hand in mijn kruis. Ik open mijn ogen in shock. Lachend zegt hij: ‘Dit wil je toch graag?’ Even snel als zijn hand greep, is hij weer weg. ‘Zijn vrienden lachen. De onwetendheid van een ander. Dat doet mij niets. Het feit dat de mensen die je vrienden zijn, mee lachen… En dus ben je in elke situatie bezig een andere rol te spelen. Altijd in onderhandeling met je omgeving. Dat moet ontspanning zijn… sorry maar dat is het niet’. Hij staat op en loop richting de deur. ‘WC’ zegt hij kort. Nog wat beduusd, blijf ik alleen achter op de bank.

    Ben zo terug – Bart

    Lees deel 3 hier

  • Verhalenfabriek. I

    Een straal zonlicht valt in het glas water dat naast mij staat en een regenboog vormt zich op het bureau. Als ik mijn vingers er langs haal verkleuren zij in het licht. Het kleurenspel fascineert mij. Het neemt plaats in mijn brein en vult het langzaam totdat er geen andere gedachten meer zijn. Ik beweeg mij naar voren om de kleuren dichterbij te bekijken. Door het glas gezien is de wereld verbogen en vervormd net zoals het verbogen licht vervormt is. Ver achter in het glas is een wereld bezig. Ik focus mijn aandacht weer op het lege vel papier. Er komt weer ruimte in mijn hoofd en de kleuren die het gevuld hadden blijven in een hoekje spelen.
    Het is vergaan, het moment. De regenboog is weg. Alleen zonlicht in een rechte lijn over het bureau. Mijn vingers schrijven de woorden en een zin ontstaat. De eerste aanzet van een verhaal. Vanuit mijn ooghoek komt er beweging in het licht. Een schaduwfiguur word steeds groter. Voorzichtig kijk ik op van mijn werk. Niemand. Het licht is weer zichzelf, zonder de schaduw. Ik heb mijzelf vergist!
    “Het is vergaan, het moment. De regenboog is weg.” Lees ik mijn openingszin “Alleen zonlicht in een rechte lijn over het bureau.”. Ik schrijf verder: “de kleuren zijn verloren een enkele witte lijn blijft achter. Het is een schaduw die mijn aandacht trekt. Het speelt door het glas.” Opnieuw een schaduw. Ik blijf zo stil mogelijk zitten en probeer vanuit mijn ooghoek de maker van de schaduw te ontdekken. En opnieuw… niemand. In het glas zie ik niets, ik beweeg mijn hoofd opzij en kijk opnieuw. Een persoon, zijn schouders naar beneden hangend, verslagen. Er is niets te zien. Een zwart profiel tegen het witte licht. Ik laat mijn ogen door de ruimte dwalen. Er is hier écht niemand.
    Een schok zet mijn lichaam weer overeind, alsof ik knikkebollend op de stoel had gezeten. Woorden vloeien uit mijn pen…

     

    Ben zo terug – Bart

    Lees deel 2 hier

  • Perspectief

    Er is een hoop te zien. Het vreemde is dat iedereen leeft. Het vrouwtje dat voor mij zorgt is in de zeventig en zit stil naast mij. Wij staan buiten het leven, iedereen negeert ons. Een jongetje steekt zijn hand naar mij uit. Ik strek mijn nek uit, ruik zijn geur en lik zijn vinger. De moeder trekt hem bij mij weg. Even was er contact met de buitenwereld. De trein stopt en leegt zichzelf, dan word hij opnieuw bevolkt. Nieuwe geurtjes en mensen om mee te communiceren. De wanden blijven staan en zij zit nog steeds stil naast mij.

     Ben zo terug – Bart

  • Concert II (En 100 woorden terug.)

    Langzaam loopt de zaal leeg. Een laatste biertje voor de wandeling naar het station. Mijn oren ruizen na in de afwezigheid van al het geluid. Een snel afscheid en wij reizen terug naar ons eigen leven. De betekenis van sommige liedjes is veranderd door het licht en de omgeving, andere door de gesproken intermezzo’s. Nog andere hebben licht geworpen op teksten van eerdere albums. Mijn brein zindert, na een avond vol muziek uit de ziel. Het bevestigt dat de mensheid eeuwig zoekt naar een beschrijving van zijn leven. De trein is nagenoeg leeg. Dé plaats om het leven te beschrijven.

    Ben zo terug – Bart

  • Concert I (100 woorden heen…)

    Een lichte spanning neemt bezit van mijn lichaam. “Een uur of twee op centraal?” vraagt een berichtje mijn aandacht. Het is een afspraak die we telkens weer maken. De lift tussen perron twee en drie, daar zullen wij elkaar ontmoeten. Ik heb de hele rit om nogmaals het album door te nemen. Mijn handen zijn klam, een tinteling speelt door mijn brein, in afwachting van het live-optreden. Anderhalf uur luisteren naar de observaties van een ander leven. De muziek sluit mij af voor de wereld om mij heen. Wat wil ik vanavond graag horen? vraag ik mijzelf af.

    Ben zo terug – Bart

  • Exorcisme

    Er was een soort hopeloosheid in haar blik. Ze staarde voor zich uit naar het zwarte scherm van de televisie. Ze zat verstild tussen de schoonmaakspullen die door de hele kamer verspreid lagen. Midden in de kamer stond de stofzuiger, op de eettafel een emmer, het doekje had ze nog in haar handen. Koud en nat. Haar vingers waren door het water rimpelig geworden, als die van een oude vrouw.

    Vol goede moed was ze ’s morgens begonnen. Zij had haar mouwen opgestroopt en de ramen open gezet. Het was zonnig buiten, de frisse ochtendlucht maakte haar wakkerder dan de kop zwarte koffie die ze naar binnen had geslurpt. Het had haar verhemelte verbrandt. De blaar was bijna onmiddellijk opengesprongen en nu zat daar een draadje van het verbrande vlees, waar ze steeds met haar tong langs schuurde.

    De keuken was haar eerste uitdaging van de dag. Een play-list draaide op de pc die ze via draadloze boxen door het hele huis kon horen. In haar manie had ze alle kastjes één voor één leeg gehaald, uitgesopt en alles gerangschikt weer terug geplaatst. Toen ze klaar was met de kasjes waren de koelkast en de vriezer aan de beurt. Tijdens het ontdooien van de vriezer had zij de vloer gedaan.

    Toen ze de stofzuiger in de kamer zette kwam een besnorde dame haar gedachte binnen wandelen. De twee enorme roze oorbellen komen onder de donkere haren vandaan. Een roze topje over een leren rokje en daaronder de in panty’s gestoken benen. Het is pas als haar gehoor de tekst registreert; “I Want to break free” dat op haar serieuze gezicht een glimlach doorbreekt. Freddie Mercury!

    De ramen in de kamer waren het volgende project. Het witte licht schitterde in het water. De zeem piepte langs het schilderwerk terwijl Yann Tiersen een zwart-witte wereld met een Frans accent bezong. Gedachteloos haalde zij de stofzuiger langs de bank. De piano vulde haar hoofd, geen van de woorden vulde het plaatje aan. Haar handen vielen stil. Haar gedachte werd blank. Een bewustwording van haar situatie zette zich vast in haar hoofd, het verlamde haar. Ze plofte neer op de bank, met een lege blik keek ze de ruimte rond.

    ‘Dit is het voor nu.’ was het enige dat zij kon denken. ‘Nu ben ik hier, schoonmaken en opruimen dat is het … wat moet ik nu. ’ De verlamming van wat er nieuw zou komen, van wat dat betekende, had bezit genomen van haar brein. Na een halfuur kon ze de cirkel van haar gedachte doorbreken. Ze keek de kamer rond. Een rauwe damesstem galmde door de kamer. “Nobody told me there’d be days like these” en “It’s the salt that stings” Ze gooide het doekje van een afstand in de emmer en met vernieuwde overtuiging zette zij het werk voort. Zich van de viezigheid ontdoen.

    Ben zo terug – Bart