Tag: Korteverhalen

  • Migraine in slaap

    Migraine in slaap

    Het gezicht vertrokken tot een grimas. Een zachte kreun en abrupte stoot adem schokte het lichaam. De schouders verzetten zich tegen de beweging. Opnieuw vertrekt het gezicht. Alsof het lichaam probeert iets te ontwijken krimpt het ineen. Het hoofd verdwijnt onder de dekens. Een hoopje opgerolde, ingetrokken ledematen. Het lijkt zich losser op het matras te laten rusten. Behalve het hoofd, alsof het een los onderdeel is. Dan ontworsteld het hoofd zich van de dekens en gooit zich in de nek achterover met de mond open als een verstomde schreeuw.  

    Tenminste dat denk ik, want ik lag nog te slapen.


    Ben zo terug – Bart  

  • Verloren

    Verloren

    Onzeker zette ik mijn voet op een even pad. Ik kon de stenen door de zool van mijn schoenen voelen. Het leek het meest op afgesleten stenen in een oude stad. Kinderkopjes in het bos? Het donker hield ze uit mijn zicht. Het gaf in ieder geval een wat stabielere voeting. Een rank haakte zich vast in mijn shirt, het leek mij bij zich te willen houden. Als ik mij aan de weerhaakjes heb ontworsteld en verder stap word ik door blaadjes in mijn gezicht geslagen. Ik knipper…

    Zo strompelde ik vantussen de letters in zwart op het wit papier.


    Ben zo terug – Bart

  • Verduistering

    Verduistering

    Zo was het licht en zonder dat de zon onder ging schemerde het. Eigenlijk had ik het eerst niet zo erg in de gaten. Ik had mij ter afkoeling verscholen tussen de naaldbomen. Zij hielden iets van de koelte en het donker van de nacht vast. Dat was ook de reden dat ik het niet in de gaten had gehad. Het was hier aangenamer dan in de openlucht. Het zou een korte wandeling in de schaduw worden. Een klein gaatje tussen de dennennaalden liet één enkele zonnestraal door. Op de grond werd een ronde stip geprojecteerd met een hapje eruit. 


    Ben zo terug – Bart

  • Licht op de muur

    Licht op de muur

    Als ik mijn ogen open, plakt mijn t-shirt aan mijn lichaam. Mijn voorhoofd is bezweet alsof ik een halve marathon gerend heb. Licht stroomt, als heet water, de kamer binnen. Als ik het laken van mij afsla voel ik de warmte in de ruimte. Het schuifgordijn, voor het dakraam, is een klein stukje opengeschoven. Een streep zonlicht tekent zich af op de muur aan het voeteneind van mijn bed. Het raam open of gesloten laten? Is de vraag die door mijn hoofd speelt. Als ik het dakraam open trek stroomt er nog meer warme lucht naar binnen.  Toch maar dicht!


    Ben zo terug – Bart

  • IJdele hoop

    IJdele hoop

    De dag voelde zwaar. Het gewicht van de warmte en het vocht in de lucht. Het schuren tussen de wolken is begonnen. De blauwe regen heeft zijn uitlopers over een lijn lichtjes gedrapeerd en zij hangen stil in de lucht. Een zuchtje wind laat ze schommelen.  Even heeft het waaien soelaas geboden; maar de warmte drukt zichzelf opnieuw tegen mijn lichaam. Vanuit mijn ooghoek zie ik de dikke wolken naar elkaar toe sluipen, alsof zij proberen onopvallend samen te zweren.  Een zachte rommel lijkt het onweer aan te kondigen. Lijkt, maar zelfs een paar uur later is er niets gekomen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Onder een boom in de nacht

    Onder een boom in de nacht

    De warmte van de dag is in de wind getrokken. Zoveel als wij naar de koelte verlangen, hij is uitgebleven. Zelfs de nacht is er door overvallen. Na een paar stappen hangt de hond haar tong uit haar bek en hijgt ze alsof zij al een einde heeft gerend. Zo kuieren we hier over een van de onverharde paden, tussen uitgedroogde weilanden, die naarstig behoefte hebben aan het lang uitgebleven vallend water. Even staan we hier stil, in het laatste licht van de dag dat nog net aan de horizon staat, zo onder een boom samen met de eerste sterren. 


    Ben zo terug – Bart

  • Even bij een rivier

    Even bij een rivier

    Onder een canapé van groene bladeren, op een kiezelbank van een rivier. Zijn de wortels van een grote oude eik die ver over het water reikt; schoon gespoeld door koude smeltwateren die samen komen in de bovenloop. Meanderend door bochten en kronkelend, buldert het water stuk op grote rotsen aan de zijde van de bergen. 

    De grote stenen zitten nog vast tussen de wortels. Als een natuurlijk bankje tegen de oeverwal. Uitkijkend over het water is het wat koeler in de schaduw. Pluisjes vliegen door de lucht en landen op de verstilde stromen. Waar kleine visjes soms boven water springen.


    Ben zo terug – Bart

  • Een aroma

    Een aroma

    Van voeten stinkend, bezweet in leren schoenen die soppen van de warmte. Het loeven van oude kaarsen, uitgeblazen, nog kringelende rook. Wierook van vergane dagen. Hondenpoep, plat getrapt in een grove zool. Oude mannen, asem doordrongen van wijn van vorig avonden. Naar binnen gelopen natte hond. Water van de daken,  zure regen van de straten, urine of ander lichaamsvocht. Oud zweet, oude boekenlucht. Koude grond, schaduw, lagen die nooit worden beschenen door de zon.  Tombes waarin mensen lagen. Grafzerken in de grond. Het zorgt voor een ‘Ik vind dat het stinkt’. 

    Maar het licht schijnt zo mooi door de ramen. 


    Ben zo terug – Bart

  • Verwildering

    Verwildering

    Op een klein achteraf, net buiten het openbaar zicht, in een hoekje achter de blauwe regen. Staat een muurtje dat langzaam overgenomen wordt. Een verticale geheime tuin. Waar de natuur zich stiekem, in alle stilte, voorzichtig uitstrekt. Waar een oude granieten waterbak, overgroeid door mos; onnodig staat te zijn.  Een beginnende boom heeft zich door het steen gebroken. Drie zinken  petroleumvaten op een rijtje half onder die blauweregen. Een beginnend groen tapijt trekt zich over de tegels uit. Jonge varens hebben zich hier in de muren vast gezet. Het is bijna een huiskamer. Maar dan een die is vergeten.


    Ben zo terug – Bart

  • Appels op het gras

    Appels op het gras

    De takken zijn bedekt met korstmossen. Het is een fiere boom die met volle takken probeert te overtuigen dat hij nog leven heeft. De overvloed aan fruit buigt zijn takken als een treurwilg, kranig weert hij zich onder al dat gewicht. Als een loodswerker die blijft slepen met de waren uit het schip. Die door de hitte heen moet om een wagen in te laden. Maar van de warmte soms even uit balans raakt en wat morst. Zo vallen met een kleine plof af een toe kleine appelen naar beneden. Een last minder zo zonder het noodzakelijke water. 

    Ben zo terug – Bart