Tag: herinneringen

  • Leven in een kistje X (De eerste keer 5)

    Leven in een kistje X (De eerste keer 5)

    Nog steeds was er niemand te zien. Maar het gevoel dat wij achtervolgt werden werd steeds sterker. In een portiek stond een oudere man te praten met zijn buurvrouw. Toen hij opkeek viel er een soort onrust over zijn gezicht. Niet door ons, hij had langs ons gekeken en iets gezien dat hem zorgen baarde. Binnen een paar seconden hadden hij en de buurvrouw afscheid genomen en waren de voordeuren dicht geslagen. De voetstappen achter ons versnelde. Toen ik opnieuw omkeek zag ik één van de jonge mannen uit de club het lantarenlicht uit stappen. ‘Ander,’ zei ik zacht ‘ze zijn hier!’ met de laatste woorden schoot mijn stem een octaaf omhoog. Ik kneep in zijn arm. ‘De mannen uit de club…’ voegde ik toe. 

    Angst

    Ander pakte met zijn vrije hand mijn schouder. ‘Rustig blijven!’ zei hij met zijn gezicht naar mij gedraaid. Onrust had bezit van mij genomen. Elke schaduw kreeg een onguur trekje. De portieken en steegjes leken nog wel meer gehuld in duisternis.  De lantarens die ons eerst nog bijgeschenen hadden, dimde hun licht. Alsof zij zich overgegeven hadden aan de schimmige figuren; de voorkeur geven aan hun overwinning. De voetstappen klonken niet meer. Zelfs het geluid had zich gecapituleerd! 

    Het einde van de straat kon mij niet spoedig genoeg dichterbij komen. De steegjes in duisternis gehuld, leken allemaal gevuld met kwade opzet en schimmige types. Alsof wij elk moment het zwart konden worden in getrokken en alleen met een gebroken lichaam weer terug konden keren in het licht. Onder de straatlamp, aan het einde van de weg, stond één van de jonge mannen opzichtig te roken zodat wij hem zouden zien. Een hooghartige glimlach op zijn gezicht. Achter ons was de andere man uit de schaduw gestapt. Liep nonchalant fluitend met een wapenstok te zwaaien. ‘Ze jagen ons op!’ fluisterde Ander mij toe, ‘laat je niet opjutten!’ De rokende man moet iets hebben gezien in mij wat hem nog vrolijker stemde. Zijn glimlach bereikte nu ook zijn ogen, zijn mond opende zich in een geluidloze lach. ‘Geef ze geen aanleiding om ook maar iets te doen!’  


    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje IX (De eerste keer 4)

    Leven in een kistje IX (De eerste keer 4)

    Het was koud buiten. De ijzigheid die we binnen voelde was als een koude natte grot, bedompt. Hier buiten was de kou fris. De stroom van mensen vulde de donkere straat. Hier was geen dreiging die ieder moment kon omslaan in geweld. Veilig was het ook niet. We waren allemaal gewend geraakt aan de onderstroom die bezit had genomen van de stad. Voor we aan de hoek van de straat kwamen hoorde we geschreeuw vanuit de open deuren van de club. Er vielen twee mannen naar buiten, rollend over de grond. Scheldend en tierend in de nacht. Opnieuw maakte men zich uit de voeten. Het leek alsof zij door deze dreiging werden achtervolgd, er geen ontkomen aan was.


    De rest van de groep en de uniformen waren ook naar buiten gekomen moedigde aan en in sommige gevallen namen zij deel aan de afranseling die gaande was. De mensen die al buiten stonden werden met harde hand uit de weg geduwd. Zonder tegenspraak onderging het merendeel deze behandeling. Vanuit verschillende mensen werd hun ongenoegen geuit. Vooral als zij op afstand waren. Maar het ongenoegen keerde zich langzaam tegen de mensen die de club uit waren gekomen. Als een groep jagers waaierde zij zich in alle richtingen uit. We sloegen de hoek om. Langs het grote warenhuis waar de verlichte ruiten hun waren tot diep in de nacht tentoonstelde. Zij gaven iets van rust. Tot de hoek waar wij de straat overstaken. Ander kalmeerde mij op de een of andere manier. De straatlantarens beschenen afgebakende cirkels op het trottoir. Als statige supposten die bijschijnen in een donkere theaterzaal. 

    Achter ons klonken nonchalante voetstappen, te ver weg om duidelijk te onderscheiden of het om één of meerdere paren ging. ‘Rustig door blijven lopen,’ zei Ander langzaam en zacht. Dat was voor het eerst dat ik zijn accent hoorde. Ik kon alleen niet onderscheiden waar hij vandaan kwam. Ander keek schichtig over zijn schouder. ‘Ze steken over,’ voegde hij toe. Het voelde alsof hij mij daarmee gerust wilde stellen. Ook ik keek even over mijn schouder. De twee mannen waren al aan de andere kant van de straat en liepen een steeg in. 
    ‘Waar moet je naartoe?’ vroeg Ander zonder op te kijken.  Voetstappen klonken wederom, wij keken beide op. Een echtpaar kwam ons arm in arm tegemoet. Ik hield nog steeds Ander zijn arm vast. De vrouw haar blik bleef op ons hangen, zelfs toen zij ons voorbij was, keek zij nog een aantal keer achterom. 


    ‘De volgende straat moeten we links, die lopen we helemaal uit en rechts om de hoek is mijn kamer,’ vertelde ik Ander. Hij knikte. Opnieuw klonken voetstappen, deze keer achter ons. Maar bij het achterom kijken zag ik niemand. ‘Verbeeld ik mij voetstappen te horen?’ vroeg ik Ander. Hij schudde zijn hoofd, maar zei niets. Ik keek opzij maar zag daar ook niemand. Nogmaals achter ons. Even meende ik een schaduw te zien bewegen… niets! We sloegen zwijgend links af. In de halfschaduw van een steegje stond iemand. De gloed van de smeulende sigaret die zo nu en dan sterker oplichtte, verraadt de figuur. Toen we dichterbij kwamen liet deze zich door het duister verhullen. Alleen het rookwolkje van de sigaret op de grond, gaven nog bewijs van de persoon. Naast het steegje aangekomen was er niemand meer. 


    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje VIII  (De eerste keer 3)

    Leven in een kistje VIII (De eerste keer 3)

    Bij de tafeltjes was enige commotie ontstaan. Eén van de jongens die bij de groep uniformen hoorde was opgestaan, zijn stoel was omgevallen en een glas viel stuk. Een ander hield hem tegen. Eén van de uniformen kwam erbij en schold de man, die tegenover de jongen stond, uit. Het uniform die het verst bij ons vandaan zat bleef maar in onze richting staren, zelfs tijdens de commotie. Alsof hij iets in het donker kon doorgronden, hij ons vanuit het licht kon zien. Het maakte mij onrustig. Ik seinde naar Ander dat we geobserveerd werden. Ander’s wilde ogen veranderde en tegelijk zijn hele houding. Hij bewoog zich achterwaarts en trok mij mee verder de schaduw in. Met een strakke blik op de groep, alsof hij zichzelf als schild had ingezet, draaide hij mij achter zijn lichaam. Toen hij zich omdraaide fluisterde hij,
    ‘We moeten hier weg!’ en greep mijn arm beet.

    Een groepje stamgasten maakte zich uit de voeten voor het gevecht dat was ontstaan. Nog een aantal andere waren ook opgestaan van de omringde tafeltjes. Vanuit verschillende punten dromde mensen richting de uitgang. De piano en het zingen stopte. Er hadden nog meer mensen zich in het gevecht gemengd. In de hectiek trok Ander mij mee. Hopelijk onopgemerkt! Tussen de kapstokken door, mantels en overjassen, zochten wij de onze. Er was geen paniek, er heerste een soort ongemak over een wat een gezellige avond had moeten zijn die in het water viel. En tegelijk een berusting in de wetenschap dat het bijna te voorspellen was dat dit zou gebeuren. 
    ‘Wij gaan niet wachten tot het uit de hand loopt!’ riep een kort gekapte dame in een glitterjurk. ‘Dat is het al’ zei de man die haar in haar mantel hielp, met een diep sarcasme in zijn stem. Ander kwam, van een paar rijen kapstokken verder, met zijn jas aan terug. Tussen de mensen door glipte we naar buiten.  

    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje VI (De eerste keer 1)

    Leven in een kistje VI (De eerste keer 1)

    10 januari 2000

    De eerste vertaalde tekst is terug gekomen. de eerste is uit de agenda en kwam via de mail van een Amená, floor bleef niet lang achter met de eerste tekst uit de leren bundel.

    Beste Josi

    Bij deze de vertaling van de eerste bladzijde van de Agenda uit 1934. De eerste twee dagen zijn vertaald uit het Deens. Telkens heb ik voor de tekst aangegeven uit welke taal deze vertaald is….

    Vriendelijke groeten Amená

    December 1933


    30 zaterdag 

    (Deens) De mooiste jongen ter wereld gezien. Als een spion van een afstand gadegeslagen. Te bang om hem aan te spreken.


    31 Zondag 

    (Deens) Oogcontact gemaakt. Als een schooljongen staan blozen. Later gesproken. Zijn naam is David. Thuis gebracht aan het einde van de avond. Onveilig op straat. 


    Beste Josi,

    Bij deze de vertaling van de eerste bladzijde uit de leren bundel. De tekst is oorspronkelijk geschreven in het Nederlands…

    Groeten Floor

    De eerste keer

    Berlijn 1 januari 1934

    (Nederlands) De statische lucht hing verstild te wachten op een ontladingspunt. Dat waren zo af en toe schermutselingen, uitgedaagd door hen die daarop liepen. Maar het kwam nooit tot een volledige ontlading. Alsof het juiste moment nog niet was aangebroken. Het was al gewoonte geworden om de politie uit de weg te gaan en nog meer de onzuivere figuren. Je kon ze herkennen, vooral de geüniformeerde; iets te trots op het uniform dat altijd en overal gedragen moest worden. En de geheime politie die vooral niet zó geheim was. Alleen wat er achter gesloten deuren gebeurde was geheim. Maar niet de afranselingen, die waren openbaar. Vooral van tegenstanders. Om hen die andere ideeën, hadden af te schrikken. 

    Onder die omstandigheden bevond ik mij op een feest ter viering van het einde van het oude en het begin van het nieuwe jaar, in nabijheid van een vriendelijke jonge man. Ik had hem de afgelopen dagen al een aantal keer gezien én zien kijken. Hij was groter en breder maar niet grof. Zijn stem was zwaarder dan die van mij en toch had deze iets lichts.  

    ‘Mag ik je iets te drinken aanbieden?’ had hij gevraagd met alle zekerheid die hij op kon brengen. Ik had zijn aanbod aangenomen. Het was een donker etablissement, dat was doortrokken van de sigaretten die er geconsumeerd werden. Er werd gelachen, gedronken en gezongen in afwachting van het nieuwe jaar. 

    Toen hij terugkwam overhandigde hij mij een glas cider en nam na het klinken van onze glazen onhandig een slok. Waardoor de schuimkraag van zijn bier in zijn snor bleef hangen. Hij veegde het snel weg en ik deed alsof ik het niet gezien had. Ik kon een glimlach niet helemaal onderdrukken. 

    ‘Lach je mij nu uit?!’ met glinsterende pretogen. Net of hij vergeten was hoe serieus hij nog geen tel terug naast mij had gestaan, als een soort bediende. Ik knikte bevestigend, terwijl ik mijn lach liet doorbreken. …

    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje V

    Leven in een kistje V

    Met mijn hoofd vol gedachten bladerde ik nog wat door de agenda. De tekst veranderde van Deens naar Duits, waar ik hier en daar een woord van meen te begrijpen. Alsof het de aangenomen taal was van de schrijver. Eerst nog met wat fouten, doorgekraste en verbeterde woorden. Zonder dat ik precies begreep wat er stond, kon je een soort zekerheid zien ontstaan in het schrijven. De paar regels die aan iedere dag waren toebedeeld vol afspraken met tijden en plaatsen. En dan de twee rijen op het onbeschreven gedeelte van de dagen; het jaar, datum en een korte beschrijving. 



    9 Januari 2000

    Ik had, voor de taak die ik mijzelf had opgelegd voor vandaag de scanner uit de kast tevoorschijn gehaald. Toen mijn computer mij liet weten dat er van Floor een e-mail binnen was gekomen. Zij liet mij weten dat haar collega de tekst had doorgestuurd aan iemand die kon helpen met vertalen van het Deens. Haar collega had een manier gevonden om de scans van de overige bladzijdes met hun te delen. Via een link in haar email kon ik de gescande pagina’s uploaden naar een server waar we allemaal toegang toe hadden.

    Ik besloot te beginnen met de in leer gebonden pagina’s. In het begin was elke scan proberen om alles er zo goed mogelijk op te krijgen. Maar op een gegeven moment ontstond er een soort ritme waardoor het sneller ging dan ik had verwacht. De handgeschreven tekst was groter dan die in de agenda en dus makkelijker te lezen. Dat was eigenlijk het meeste werk. Opletten wanneer een tekst voorbij was. Het brak ook het ritme die de handeling in zich droeg.

    Pagina omslaan, zorgen dat deze recht ligt, klep dicht, druk op de knop. En opnieuw. Het bestand opslaan, met als titel, de datum die boven aan de pagina genoteerd stond. Ergens op de helft besloot ik de al gescande pagina’s door te sturen naar de server. Het gaf me de tijd om thee te maken. Toen ik terugkwam met de warme mok in mijn handen was 95% verstuurd. Ik wachte tot dat alles verstuurd was. Alsof het staan toekijken het versturen sneller maakte. De tweede helft ging sneller. Het ritme van de handeling bracht mij in een trance. Toen ik klaar was, stond de mok halfvol met koude thee. 

    De agenda was meer werk. Elke pagina apart scannen en doorsturen. Na ongeveer vijf uur was deze ook ingescand en doorgestuurd. Nu begint het grote wachten. Ik had nog wat losse documenten, sommige schrijfsels, andere meer officiële documenten. De schrijfsels die vertaald moesten worden stuurde ik ook door. De andere documenten liet ik op mijn bureau liggen. Uitzoekwerk tijdens het wachten op de vertalingen. 



    Ben zo terug – Bart

  • Een leven in een kistje III

    Een leven in een kistje III

    8 januari 2000

    Bij het wakker worden vanmorgen, was het eerste waar ik aan moest denken… het kistje. Misschien kan het internet mij helpen wat tekst te vertalen. Zover ik heb kunnen achterhalen is het grootste gedeelte in het Nederlands geschreven. Allemaal, zover ik dat tot nu toe heb kunnen bekijken, van dezelfde hand. Het andere handschrift lijkt mij in het Deens. De vertalingen zijn niet zo best. Alsof het de woorden op zich vertaalde, maar de context compleet negeert. Ik heb een paar foto’s verstuurd naar Floor die vertalingen doet voor een uitgeverij. Dat in de hoop dat zij betere vertalingen kan geven, waarin de context blijft bestaan. 


    Binnen een uur reageerde Floor. Zij had een van de foto’s gezien. Daarnaast gaf zij de suggestie om de stukken in te scannen, zodat deze duidelijker leesbaar waren. “Zijn dit allemaal stukken uit die tijd?” en “Om hoeveel stukken gaat het?” vroeg zij. Ik vertelde haar, dat het om een grote hoeveelheid ging, waarvan meerdere documenten in verschillende talen. Na een paar minuten belde zij mij. 

    ‘De eerste foto die je stuurt is een soort beschrijving’ zei ze. ‘Dit is zo interessant’ haar stem ging een octaaf omhoog. En als een klein kind begon ze te vertellen, als een waterval aan woorden die niet te stoppen was. 



    ‘De beschrijving is van het gevoel tijdens het vluchten. Er staat geen datum bij, tenminste niet zichtbaar. Ik denk dat de tekst een persoon noemt, genaamd Ander. Maar ik weet niet of dat ook echt de naam is of dat het een aanduiding is van een persoon. En het spreekt over het menszijn onder die omstandigheden. Zal ik het je voorlezen?’ Nog voor ik kon antwoorden begon ze het stuk op te lezen. 

    “Het voelt eng om op de vlucht te zijn! Het is eng om niemand om je heen te hebben; daarentegen is het net zo eng om onder de mensen te zijn. Omdat je nooit weet wie je kunt vertrouwen. Ik heb het geluk gehad dat ik Ander bij mij had. Ik denk dat ik anders allang mijn menselijkheid verloren zou zijn.”

    ‘Eng in deze context kan bang betekenen. Maar in het Nederlands kan eng ook betekenen dat je een vernauwde blik hebt op de wereld om je heen. In deze tekst zou ik bijna willen zeggen dat het duidt op de realisatie dat als je vlucht, je moeilijk zonder achterdocht naar alles om je heen kunt kijken.’ Zo ratelde Floor haar gedachten af. Daarna viel het even stil. 

    ‘Ander is… als het om een persoon gaat, waar het wel op lijkt, de figuur die de schrijver helpt om die achterdocht in toom te houden.’


    Ben Zo terug – Bart  

  • Een leven in een kistje

    Een leven in een kistje


    6 januari 2000

    Na mijn werk kreeg ik een telefoontje met de vraag of ik voor de Historische Vereniging iets zou willen ophalen. Meestal krijg ik spullen aangeleverd, dus dit was wat onverwachts. Ik kon er makkelijk langs rijden, het was maar een klein stukje om, dus dat was geen probleem. Bij aankomst stond er een statige dame op mij te wachten. Ze vertelde dat zij geen familie was, maar dat zij hier eten langs kwam brengen voor de twee oudere heren. Ze hadden haar gevraagd om dit te regelen. In het midden van een ronde tafel stond een kistje. “Dit is het!” had ze gezegd. Er zou een sleutel moeten zijn maar die kon ze niet vinden. Mocht ze die nog tegenkomen zou zij die alsnog aan mij komen brengen. Toen ik vroeg of zij wist wat erin zat, welde er tranen op in haar ogen. “Een leven…” zei ze stil, maar kon niet precies uitleggen hoe of wat. Wel gaf ze me nog een envelop met twee krantenknipsels van de overlijdensadvertenties.


    Het kistje staat nu voor mij. Ik heb het gevoel dat het zelfgemaakt is. Het lukt mij niet om het slot open te krijgen en ik wil het niet kapot maken. Misschien vertelt het wel veel meer een verhaal dan het lijkt. Heb gevraagd of Mart de sleutelmaker een kijkje wil nemen. Dus de inhoud moet nog een dagje wachten.  Morgenavond komt hij langs om het te proberen met zijn ‘oude sleutelbos’. 


    Ben zo terug – Bart

  • Onder de tulpenboom deel 1

    Onder de tulpenboom deel 1

    In de felle zon schitterde het gras van de dauw. Binnen was het warm, de koffie was gezet en de koekjes stonden op tafel. Het huis was even stilgevallen. Jacob slurpte van de walmende koffie. Aangekleed en wel, zat hij in de stoel te genieten. Te wachten op de zuster die hem zou komen helpen, maar hij had het zelf allemaal gedaan. Negenentachtig was hij, waarom zou iemand mij moeten helpen? Wat weggedraaid van de kamer keek hij naar buiten. De tulpenboom begon te knoppen. De eerste waren al opengebarsten en lieten het lichtroze van de bloemen zien. De meeste bomen en struiken hadden net een waas van groen gekregen. Teken van leven! Op het bankje dat rond de stam van de tulpenboom stond zat een jongen naar de grond te staren. 

    Thea reed het pad op met de fiets. Ze had hem niet gezien door het voorraam. ‘Goede morgen!’ riep ze vanuit de achterdeur.
    ‘Dag Theodora, wil je een kopje koffie van mij?’ Het was een ritueel dat zich iedere dag herhaalde. ‘Dat lijkt mij een heel goed idee Jacobus…’ antwoorde ze met een glimlach, ‘daar ben ik wel aan toe!’ Zij stapte de kamer binnen. ‘U bent al helemaal klaar!’ De rode blos op haar wangen van de kou, glom in het licht. Jacob knikte, nam zijn kopje en stond op om de koffie in te schenken. ‘Drukke dag vandaag?’ vroeg hij vanuit de keuken. Ze was op de bank gaan zitten, ‘Dat valt wel mee hoor.’ Hij zette de koffie voor Thea neer en liep naar de stoel voor het raam.  

    De jongen zat niet meer alleen. Er was een jongen bij komen zitten. Hij had zijn arm om hem heen geslagen alsof hij hem wilde troosten. Maar toen de jongen opkeek, glimlachte hij.

    Even keken ze elkaar aan en raakte hun voorhoofden elkaar. En schuchter draaide hun blikken naar de omgeving. Maar zij waren alleen. 
    ‘Waar kijkt u naar?’ vroeg Thea en kwam naast hem staan. ‘Ik was bezorgd, maar ik denk dat het wel goed komt,’ zei Jacob. Thea glimlachte, ‘dat denk ik ook wel.’ Ze waren beiden gaan zitten. 

    Ben zo terug – Bart

  • Verdwenen…

    Toen de klok begon aan de twaalf slagen, dronk hij de laatste slok, wenste mij geluk voor het nieuwe jaar, stapte van zijn kruk, pakte zijn jas en liep naar buiten. Verlicht door het vuurwerk, zag ik hem nog. Bij de laatste klokslag was hij helemaal in het donker verdwenen. 

    Ben zo terug – Bart

  • Aan denken!

    Zij keek wat ongelooflijk toen ik de deur binnenstapte. Haar fragiele lichaam voorovergebogen op de bank. Deze lag vol met paparassen. ‘Ik ben aan het uitzoeken!’ haar stem kraakte. Zij wees naar de papieren, de dozen naast haar waren tot de rand toe gevuld. Boekjes, blaadjes, foto’s en agenda’s. ‘Hier heeft niemand iets aan. Maar het zal toch uitgezocht moeten worden.’ Ze zuchtte en liet zich tegen de kussens van de bank aanzakken. ‘Ow’ ik zei het iets wat ontdaan van de hele rechtstreeksheid. ‘Waarom moet het weg?’

    ‘Stel dat er iets bewaard moet blijven! Als ik dood ben gooien zij het gewoon weg!’ Ik kon niet goed bedenken wat te zeggen. ‘Heeft u al iets gevonden om te bewaren?’ vroeg ik tenslotte. Ze wees met haar hand richting de salontafel. ‘Ik heb dingen die ik belangrijk vind. Wat een ander daarvan denkt weet ik niet.’ Zij keek naar mij alsof ze wilde zeggen heb jij geen antwoord. Zij sloot haar ogen. Haalde een aantal keer diep adem. Zij opende haar ogen, boog naar de stapel papieren en haalde er een klein blaadje tussenuit. 

    In diejen perelaar, daar zat van morgen vroeg een merelaar.
    ‘lijk carillon in doodstil uur, van blauwe nacht.
    Zó klankend zacht, zo blinkend puur
    en hij ving aan met zingen! En toen hij zong!!
    Het klaarde en klong en klinkte, als duuzend bellen

    ‘Dat heb ik geschreven!’ haar ogen glommen. Over de rand van haar bril keek ze mij aan. ‘Misschien kunnen anderen dit voor mij onthouden. Maar ik zou niet weten hoe ik dat voor elkaar zou kunnen krijgen’. 

    Ben zo terug – Bart