Tag: fantasie

  • De erfenis II

    Na een paar dagen kwamen aan de verdorde stokjes twee blaadjes. Er gebeurde verder niets. Het verbaasde mij dat het nog leefde. Na een paar weken zag ik een groen puntje. Het knopje opende een maand later. Een spierwit bloemetje. Ik denk dat het een week heeft geduurd voordat ik het in de gaten had. Het was geel, nog licht maar duidelijk een andere kleur. Na een half jaar had het alle kleuren van de regenboog gehad en sloot de knop zich. Een derde blad vormde en de plant liet het knopje vallen, zoals bomen hun bladeren in de herfst.

    Ben zo terug – Bart

  • Samenkomst III

    De spanning van het verhaal was even samengekomen met de werkelijkheid. Toen het te donker werd om nog te lezen sloeg ik het boek dicht en ging naar binnen. De warmte van de dag had zich vast gehouden in het huis. Ik plofte op de bank neer om het verhaal verder te lezen.
    “Het was warm en behaaglijk in de herberg. Het vuur was opgestookt om de koude wind van de storm buiten te houden. ‘U gaat toch niet de straat meer op…’ had de herbergier gezegd. ‘het is veel te gevaarlijk buiten’.  Er was ruimte genoeg om te overnachten.”

    Ben zo terug – Bart

  • Samenkomst II

    De donder rommelde in de verte. Ik had de bliksem niet gezien. Waar ik mij bevond was er alleen nog maar regen. De wolken werden door de wind in mijn richting gestuwd.
    “Gillend rende de kinderen over straat richting de veiligheid van hun huizen. Als het niet harder ging regenen, zou het woud in lichterlaaie staan. Er was geen andere mogelijkheid dan door het woud heen. De groep reizigers moesten aan de andere kant zijn.”
    ‘Het is te gevaarlijk als het buiten onweert’, hoorde ik een moeder haar zoon uitleggen toen hij vroeg waarom hij naar binnen moest.
    “Te gevaarlijk…”

    Ben zo terug – Bart

  • Samenkomst I

    “Het regende zacht.”
    Het waren de eerste woorden die ik las toen ik buiten ging zitten lezen. De eerste druppel deed me opschrikken van de pagina.
    “De wereld was nog rustig hoewel de wolken boven hun hoofden niet veel rust voorspelde.”
    Las ik verder terwijl de werkelijkheid steeds meer mijn boek imiteerde. Er was niets verontrustends aan; regen tijdens de zomer, het bleef Nederland. In de verte sloeg een hond aan, wat kinderen rende lachend over straat.
    “De wind trok aan en de bomen aan de rand van het bos kraakten. De bladeren ritselden. Tussen de donkere takken klonk wolvengehuil”

    Ben zo terug – Bart