Metafoor

Midden in zijn pas, bevroren. De tijd stilgezet ten behoeve van het beeld.

Hij houdt zijn lange regenjas dicht geklemd met de vuist op zijn borst. De twee flappen zijn door de storm naar achter geslagen. Zijn andere hand heeft de zuidwester beet gegrepen en half voor zijn gezicht getrokken. Met grote passen baant hij zich een weg door het natuurgeweld; voorovergebogen tegen de druk die op hem losgelaten wordt. Het is alsof hij zo naar buiten is gerend, haastig de warmte van zijn woning verlaten. En toch…

Het heldergroene gras komt tot zijn knieën. De helmen staan fier overeind, licht te schommelen in de warme wind. Het licht van de zon brandt op het asfalt dat op sommige plekken zacht is geworden. De geur van teer, grond en drogend gras van een pas gemaaid weiland, walmt op en wordt meegedragen door de wind. De lucht wordt hier en daar bevolkt door helderwitte wolken, die schaduwen werpen op het landschap. 

Daar staat hij, vastgelegd in een storm, in de brandende zon.  

Ben zo terug – Bart 

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *