Tag: Zoeken

  • Het weten/Het niet weten 2

    Het weten/Het niet weten 2

    Lees hier het eerste deel

    Misschien… Misschien waren zij wel…

    Terwijl ik daar denkend over het schilderij op het bankje zat, liep er iemand van het museum langs. Toen ik haar aanhield om te vragen of er meer informatie was over het schilderij, de schilder en de persoon die daar afgebeeld stond, viel het stil. 

    ‘Ik zal het voor u navragen’ antwoorde ze zacht. Luid genoeg echter, om de man die leunend op zijn wandelstok achterin de galerij te doen opkijken. Ik kon hem net over haar schouder zien staan, maar kon zijn uitdrukking niet lezen van deze afstand.

    Terwijl ik weer ging zitten, draaide mijn ideeën over wat ik zag weer verder. Alsof de film na de pauze weer begon.

    Misschien waren zij wel oude geliefden die elkaar opnieuw ontdekt hadden. Opnieuw de liefde waren begonnen. Een passievolle relatie die tientallen jaren later opeens, opnieuw opvlamt. Vanuit stille nog gloeiende kooltjes, die door een frisse windvlaag opnieuw in vlammen ontstak.

    Of was zij een inspiratiebron? De vrouw die impact heeft gehad in zijn leven door haar uitvinding, of nieuw inzicht in het medisch veld? Vandaar de medische symbolen? Het gouden kooitje dat open staat met vliegen erin?

    Was zij een van de mensen die meegewerkt heeft in de doorbraak op het gebied van het verwekken van kinderen? Voor mensen waarbij dat niet lukt? Is de schilder een van die kinderen? Gedachte en beelden tuimelden over elkaar heen als golven. Als er een speciaal sterke golf door mijn gedachte raast, laat ik mij even mee voeren op het verhaal…

    De warme lucht hing, gevuld met de geur van jasmijn, als een wolk parfum om hem heen. Alsof een over-geparfumeerde dame een deel van haar geur had losgelaten in de buitenwereld.  Hij was midden in zijn pas tot stilstand gekomen. Zijn lichaam had niet meer geweten hoe zich voort te bewegen. Hij kon zichzelf niet forceren te lopen. Er was iets in haar gezicht dat hem totaal overviel. Hij had haar helemaal niet herkend. Zij wist ook niet wie hij was. Twee meter bij elkaar vandaan, hadden zij als standbeelden stil gestaan. Zijn gevoelens waren zo intens, dat hij ervan overtuigd was dat iedereen in zijn omgeving moest hebben gezien, wat er in zijn hoofd gebeurd was. Zoveel leven! Zij was prachtig…

    Als een zevende golf, groter en sterker dan ooit verwacht. Zijn onzekerheid speelde op. De zelfbescherming, het onbevangen beest dat onvolmaaktheid heet. Zijn ogen zakte met een zekere droefheid naar —

    ‘Het spijt mij,’ zei een donkergekleurde stem. Het duurde even voor ik de gedachte te boven kwam. Ik maakte mijn excuses. 

    ‘Ow!’ zei ze lachend ‘dat is mijn favoriete manier van denken over wat is afgebeeld’

    Ik voelde mijn konen rood worden, een soort verlegenheid over die openbaring. 

    ‘U vroeg mijn collega naar het verhaal achter dit werk?’ Knikkend keek ik terug naar het schilderij. Uit mijn ooghoek kon ik zien hoe ze naast mij plaats nam op het bankje. Ze had iets in haar handen dat me nog niet was opgevallen.

    ‘Ik begrijp dat het bordje weinig informatie geeft en u nieuwsgierig bent.’ Een glimlach. ‘Ik moet eerlijk zeggen, dit is de eerste keer dat iemand naar dit schilderij vraagt.’ 

    Haar ogen schoten op naar de afbeelding van de dame. ‘Ik moet u teleurstellen.’ Ik meende een zorgelijkheid te ontwaren aan haar blik. ‘We weten eigenlijk niets over het schilderij. Het is aangekocht in negentienzeventien, in een tentoonstelling waar drie grote musea een werk  van deze kunstenaar aankochten. We weten de naam van de schilder en de titel, omdat het achterop het schilderij staat. Verder is er niet zoveel bekend. We denken dat het om een pseudoniem gaat, omdat we de naam verder niet terug kunnen vinden in de tijd dat het schilderij is opgenomen in de collectie van het museum. We weten dat de kunstenaar aanwezig was en grote plannen had voor de toekomst van zijn werk.’ Ze wees op een handgeschreven document dat op haar schoot lag. 

    ‘De toenmalig directeur geeft aan in een bijschrift in de aankoop, dat hij denkt dat hij een groot kunstenaar zal worden.’ Ze pakt het bovenste blad en legt het onder het volgende. Ze laat mij rustig lezen en voegt toe:

    ‘Ik ben bang dat ik niet veel meer informatie kan verschaffen.’ 

    Er viel een treurigheid over mij, ‘Dan blijft het bij de fantasie…’

    Ze knikte. 

    Ben zo terug – Bart

  • Zoeken … IV (Een Beetje fantasie)

    lees hier de eerder delen terug

    Het bleef even stil. Het beeld van de jongen, met zijn vader onderweg naar huis, hing in de stille lucht. Aiōn draaide zijn duimen en begon; ‘Van wie kom jij?’ zijn stem voorzichtig, alsof hij bang was het beeld met te veel geluid versplinteren. ‘Cheiron zoon van…’
    ‘Helops’ zei hij, voor ik verder kon vertellen van mijn vader. ‘Juist…’, hij keek uit het raam waar een merel tussen de bladeren opzoek was naar wat eten. ‘Het begin van het begin’ fluisterde hij. Op de achtergrond klonk het geluid van de radio die Aiōn zachter had gezet. ‘Mag ik niet…’ Aiōn hield zijn hand naar mij op alsof hij wilde zeggen: wacht. ‘De Witte Heiligen’ zei hij zacht, alsof hij tegen zichzelf sprak. Langzaam draaide hij zijn hoofd terug en keek mij recht in het gezicht. ‘Weet u waarom ik hier ben meneer Cheiron?’ zuchtte hij zijn vraag. De warme middagzon scheen door het hoge raam over de met stapels boeken gevulde tafel. Het zwarte leer voelde warm tussen mijn vingers. ‘Ik probeer te begrijpen wat uw vraag is’, zei ik. ‘Ik ben hier om het verloop van de tijd te observeren. Ik ben er, maar ik weet niet alles wat er in die tijd gebeurd.’ Zijn stem klonk bedroeft. ‘Het is belangrijk dat je begrijpt wat ik doe. Ik observeer de tijd. Begrijp je dat?’.
    Ik knikte.

    ‘Dingen veranderen niet zo snel als het soms lijkt. De boeken die je zoekt om te begrijpen wat er gebeurt in het schrijven van je grootvader, zijn er misschien niet meer. Het is aan jou om op zoek te gaan naar de mensen die kunnen weten wat er precies gebeurd is’.
    Opeens herinnerde ik mij de begrafenis van Helops; ‘Kan Freyer het weten?’ vroeg ik Aiōn. Hij had zo oud geleken. ‘Freyer is niet iemand die zich bezighoudt met… ons’ was het woord dat hij koos. Een glimlach gleed over zijn lippen. ‘Wie heeft je dat gegeven?’ Aiōn wees naar mijn hals. Het medaillon dat ik op de begrafenis gekregen had van de oudere dame. Ik kon haar gezicht voor mij zien. ‘Ik weet haar naam niet’ zei ik terwijl ik het oog op de achterkant bestudeerde. ‘Hoe zag zij eruit’ vroeg Aiōn.

    Lees hier het volgende deel.

    Ben zo terug – Bart