Tag: Warmte

  • Stranddroom

    De zon was duidelijk boos op mij. Haar stralen prikte mijn witte huid en hadden het zand zo verhit dat het voelde alsof het mijn voeten zou branden. Een koele bries blies van over de zee, het hielp mij bij het vasthouden van mijn verstand. Ik stond op om wat af te koelen in het zoute water. Toen ik er naartoe liep verdwenen de golven. Als een luchtspiegeling die altijd voor je uitstrekt, maar nóóit bereikbaar. Met elke stap leek er meer zand te verschijnen. Het voelde of er blaren op mijn voeten ontstonden, maar ik had nog een woestijn te gaan. Achter mij was de plaats waar ik vandaan kwam verdwenen. Alleen nog zand en zonneschijn.
    Toen ik mij terugdraaide naar de zee, raakte een koude, natte hand mijn arm aan. Een schok van kippenvel ging door mijn warme lichaam. Hij omhelsde mij.  Nam mij mee naar het koude water. Een verkoelende kou voor een dwaler over eindeloze stranden. Hij hield mijn hoofd vast en kuste mij terug naar de werkelijkheid.   

    Ben zo terug – Bart

  • Zonnige zondag

    Het licht van de ochtend dwaalde door het raam naar binnen. 
    Inplaats van de kou die ik verwachte bij het uit bed stappen; had het licht het laminaat verwarmd daar, waar het als een plas water de grond raakte.
    Een aangename verrassing bij het ontwaken, nu deze goede dag begon.

    Ben zo terug – Bart

  • Ontmoeting I

    ‘Jij kan hier niet zijn!’ het klonk alsof de jongeman hem kende. ‘Hoe bedoel je, jij kan hier niet zijn?’ vroeg Damian. Hij bekeek de man voorzichtig, hij was lang, tegen de twee meter. Zijn lichaam gespierd, maar slank. Het sluike zwarte haar was doorvlochten met groen, alsof moedernatuur zichzelf bezig had gehouden met het in toom houden. Zijn kleding leek gemaakt van geweven gras en had verschillende kleuren. Zijn huid had een lichtbruine waas en zijn ogen waren helder. Op dit moment keek hij wat verdwaast. Zijn hand leunde nonchalant op zijn zwaard.

    ‘Barraskr,’ siste hij. ‘Het is gevaarlijk, je moet hier weg!’  Pas toen hij dichterbij gekomen was zag Damian hoe helder zijn ogen waren. De één mosgroen en de ander azuurblauw. Beiden leken gouden vlokken in zich te dragen. Hij drukte Damian de donkere schaduw van de bomen in. De felle ogen, met de donkere zwarte wenkbrauwen, keken hem dreigend aan: ‘Je kan hier niet zijn!’ Hij keek om zich heen alsof hij iemand verwachtte.  Pas nu Damien in de schaduw stond, voelde hij hoeveel koeler het was dan in de zon. 

    Ben zo terug – Bart

  • Zomer op het dak

    ‘Dus de wereld is al veel te lang hetzelfde?’ zij keek naar de rode maan en knikte. ‘Wat gaan we daar aan doen?’ Het was nog warm van de dag. De wereld was stil geworden nadat de avond was gevallen. Nu de vogels hun plaatsen in de bomen hadden gevonden en de wind was stil gevallen, hadden de meeste mensen hun achtertuin verruild voor hun bed. De dakpannen waren nog warm van de dag tegen de blote huid van mijn benen aan, wat het ruwe van het steen iets aangenaams gaf.

    Hoe zij mijn leven binnen was gedrongen zou ik u niet kunnen vertellen. Opeens was zij er. Zoals sommige spullen ooit je leven binnen zijn gekomen en waar het lijkt of zij er altijd zijn geweest. Deze dagen leek het bijna een ijl-droom. Een ontzettende warmte die overal doorheen drong. Het was net of zij een gedeelte, een ruimte innam. Het was geen binnendringen alleen een kleine opstap die zij gebruikte om het dak op te komen. Een tweestapper die voor veel caravan-deuren staat. De laatste stap naar het dak was een grotere. Wat er op dat dak was? Een wereld om op neer te kijken, vertes om te overzien en de rest van de wereld, die de muren buiten sloten.

    ‘Ik kijk’ ze zei het achteloos alsof er niets meer was dat zij deed. Nu was het niet dichtbij maar de verdere, wijde omgeving die zij bekeek. Ze keek vol verwondering.
    ‘Waar naar?’ vroeg ik zonder mijn blik van het rondzwaaiende licht van de vuurtoren te wijzigen. ‘Ik bedoel’, begon ik toen zij geen aanstalten maakte tot een antwoord. ‘Ik vind de afstand tot de wereld hier fijn’. Mijn antwoord had haar uit haar trans gehaald.

    Beneden liep een figuur onder de lantarenpalen door, van lichtbundel tot lichtbundel. In het midden verdween hij even uit het zicht totdat hij de volgende ‘spot’ inliep.
    ‘De mens’, zij focuste haar blik, ‘alleen maar zichtbaar en te zien als hij een spot gevonden heeft…’ zij viel stil en maakte haar beschrijving zacht af ‘ altijd opzoek naar gezien worden’. Even stopte zij, alsof er een gedachte zich in haar hoofd vormde die alles omver wierp. ‘Misschien heeft het veel meer te maken met zien…’
    ‘Dat zou best wel eens kunnen’.

    Ben zo terug – Bart

  • Regen

    Zijn lichaam was bezweet. De koele lucht in de ochtend had het besluit te gaan rennen makkelijker gemaakt. Het was half zes toen hij de deur uit stapte. Vroeg genoeg om vóór de warmte weer thuis te zijn. Hij was eerst richting de dijk gerend. Had wat rek en strek oefeningen gedaan voor hij de dijk over liep om daar zijn vijf kilometer te rennen. In de ochtendstralen van de zon was er grijzer weer aan komen waaien. Toen hij weer aankwam bij zijn begin punt, was het begonnen met regenen. Alsof moeder natuur hem wilde schoonspoelen na zijn tocht.

    Ben zo terug – Bart