
Als ik ga zitten in de galerij van het museum, op een van de ongemakkelijke houten bankjes in het midden van de ruimte, overvalt de stilte mij pas. Aan het einde van de lange gang, staat een oudere heer leunend op zijn wandelstok. Zijn gezicht een paar centimeter van een van de schilderijen. Alsof hij een inspectie aan het uitvoeren is. Verder is er niemand, is het stil. De eerste keer dat ik hier kwam, dacht ik niet zoveel over het schilderij. Het is niet groot, geschilderd door een beroemde kunstenaar of indrukwekkend of opzichtig. Eigenlijk is het bankje te ver bij het schilderij vandaan om het goed te bestuderen. Hoewel het onderwerp groot genoeg is, zijn het de subtiliteiten die het werk nog beter maken. Er is iets Jheronimus Bosch’s aan de details, iets Monet’s aan de figuur. Behalve haar gezicht; sommige onderdelen van haar gezicht. Haar grijze haren in wilde, onvolledige kwast-streken. Het is opgestoken, met een losgevallen lok, die als een grijze pluim rook langs haar gezicht kringelt. Licht, doorzichtig, maar net genoeg aanwezig om te laten opvallen, met hoeveel precisie het is vastgelegd. Iets anders dat mij pas opviel toen ik langer bleef kijken.

Er is iets geks met het perspectief. Aan de linkerkant van het schilderij lijk je voor haar te staan, aan de rechterkant, kijk je met haar door het raam naar buiten. Toch is het een doorlopend beeld waaraan ik niet kan ontdekken waar het niet zou kloppen. Misschien is het omdat overal ook een stukje van het buiten aanwezig is. Waar je ook kijkt. De ogen lijken door je heen te staren, werkelijk te zijn. Alsof een fotograaf ze heeft vastgelegd. Met de reflectie van het buitentafereel als een doorzichtige waas over haar ogen. Een kleine klodder wit in het rood van haar ooghoek, vlezig, echt. Alsof je het traanvocht kan voelen, als je eroverheen strijkt. Haar gezicht is lief, kindelijk bijna. Zij heeft iets open’s over zich. Ze kijkt met compassie de wereld in.
De onbelangrijke details worden simpelweg door een veeg verf aangegeven. De bloemen op de stof van haar jurk, de knopen. Maar buiten lijkt het alsof het beeld extra scherp word weergegeven. Zo scherp dat je de fantasie kan grijpen, er meer te zien is dan de werkelijkheid. Daarom moet je van dichtbij kijken. De jongentjes met een rode vlieger. Zijn die er wel? In haar ogen staat het buiten afgebeeld zonder de kinderen, of de baby op de arm van de dame die nog net het schilderij binnen komt wandelen. Een van de mannen die aan het werk zijn, is er ook niet.
“Vrouw bij het raam” valt er te lezen op het bordje naast het schilderij.
Maar wie is zij? Waarom is er met zoveel zorg een portret van haar geschilderd? Wat is er verloren gegaan met de tijd?
Ben zo terug – Bart




