Tag: ontsnappen

  • Leven in een kistje IX (De eerste keer 4)

    Leven in een kistje IX (De eerste keer 4)

    Het was koud buiten. De ijzigheid die we binnen voelde was als een koude natte grot, bedompt. Hier buiten was de kou fris. De stroom van mensen vulde de donkere straat. Hier was geen dreiging die ieder moment kon omslaan in geweld. Veilig was het ook niet. We waren allemaal gewend geraakt aan de onderstroom die bezit had genomen van de stad. Voor we aan de hoek van de straat kwamen hoorde we geschreeuw vanuit de open deuren van de club. Er vielen twee mannen naar buiten, rollend over de grond. Scheldend en tierend in de nacht. Opnieuw maakte men zich uit de voeten. Het leek alsof zij door deze dreiging werden achtervolgd, er geen ontkomen aan was.


    De rest van de groep en de uniformen waren ook naar buiten gekomen moedigde aan en in sommige gevallen namen zij deel aan de afranseling die gaande was. De mensen die al buiten stonden werden met harde hand uit de weg geduwd. Zonder tegenspraak onderging het merendeel deze behandeling. Vanuit verschillende mensen werd hun ongenoegen geuit. Vooral als zij op afstand waren. Maar het ongenoegen keerde zich langzaam tegen de mensen die de club uit waren gekomen. Als een groep jagers waaierde zij zich in alle richtingen uit. We sloegen de hoek om. Langs het grote warenhuis waar de verlichte ruiten hun waren tot diep in de nacht tentoonstelde. Zij gaven iets van rust. Tot de hoek waar wij de straat overstaken. Ander kalmeerde mij op de een of andere manier. De straatlantarens beschenen afgebakende cirkels op het trottoir. Als statige supposten die bijschijnen in een donkere theaterzaal. 

    Achter ons klonken nonchalante voetstappen, te ver weg om duidelijk te onderscheiden of het om één of meerdere paren ging. ‘Rustig door blijven lopen,’ zei Ander langzaam en zacht. Dat was voor het eerst dat ik zijn accent hoorde. Ik kon alleen niet onderscheiden waar hij vandaan kwam. Ander keek schichtig over zijn schouder. ‘Ze steken over,’ voegde hij toe. Het voelde alsof hij mij daarmee gerust wilde stellen. Ook ik keek even over mijn schouder. De twee mannen waren al aan de andere kant van de straat en liepen een steeg in. 
    ‘Waar moet je naartoe?’ vroeg Ander zonder op te kijken.  Voetstappen klonken wederom, wij keken beide op. Een echtpaar kwam ons arm in arm tegemoet. Ik hield nog steeds Ander zijn arm vast. De vrouw haar blik bleef op ons hangen, zelfs toen zij ons voorbij was, keek zij nog een aantal keer achterom. 


    ‘De volgende straat moeten we links, die lopen we helemaal uit en rechts om de hoek is mijn kamer,’ vertelde ik Ander. Hij knikte. Opnieuw klonken voetstappen, deze keer achter ons. Maar bij het achterom kijken zag ik niemand. ‘Verbeeld ik mij voetstappen te horen?’ vroeg ik Ander. Hij schudde zijn hoofd, maar zei niets. Ik keek opzij maar zag daar ook niemand. Nogmaals achter ons. Even meende ik een schaduw te zien bewegen… niets! We sloegen zwijgend links af. In de halfschaduw van een steegje stond iemand. De gloed van de smeulende sigaret die zo nu en dan sterker oplichtte, verraadt de figuur. Toen we dichterbij kwamen liet deze zich door het duister verhullen. Alleen het rookwolkje van de sigaret op de grond, gaven nog bewijs van de persoon. Naast het steegje aangekomen was er niemand meer. 


    Ben zo terug – Bart