Tag: Onthouden

  • notitieboek

    Soms wordt het leven even samengevat. Soms in één enkele zin, of in een paar woorden. Waar het veranderd, is als het leven van iemand, in een eigen handschrift valt te lezen. Een agenda vol afspraken en notities. Het leren omslag is, waar het veel was vastgehouden, donkerder. De krassen op het leer, van de spullen die er tegenaan gelegen hadden. Een lichte plek waar de pen altijd het leer omklemd had. Het was blanco geweest. Elke bladzijde zonder enige beperking of restrictie. De eerste pagina was gevuld met kalligrafische letters. De naam, de datum en fijn geschreven letters in donkerrode inkt, “Notities van …”

    Nu ik er doorheen blader zie ik data langskomen. Afspraken die genoteerd staan voor de toekomst. Nu, jaren geleden. Kleine notities, belangrijke gedachten. Zo af en toe komt er een tekening voorbij. Lijstjes en vakantiebelevenissen. Diagrammen. Soms een rijtje woorden die niets met elkaar te maken lijken te hebben, of een quote. Baudelaire, Rimbaud, Marcus Aurelius en een gedicht van Vasalis. Een stukje krant, een polaroid van vrienden. Een gedroogde bloem. Een koffievlek. Boven aan de pagina staat steevast de datum. De kleuren van de inkt veranderen na elke paar pagina’s. Dan opeens zijn de pagina’s weer leeg. Zelfs de datum ontbreekt. De notities zijn gestopt… nog voor het einde. 

    Ben zo terug – Bart 

  • Aan denken!

    Zij keek wat ongelooflijk toen ik de deur binnenstapte. Haar fragiele lichaam voorovergebogen op de bank. Deze lag vol met paparassen. ‘Ik ben aan het uitzoeken!’ haar stem kraakte. Zij wees naar de papieren, de dozen naast haar waren tot de rand toe gevuld. Boekjes, blaadjes, foto’s en agenda’s. ‘Hier heeft niemand iets aan. Maar het zal toch uitgezocht moeten worden.’ Ze zuchtte en liet zich tegen de kussens van de bank aanzakken. ‘Ow’ ik zei het iets wat ontdaan van de hele rechtstreeksheid. ‘Waarom moet het weg?’

    ‘Stel dat er iets bewaard moet blijven! Als ik dood ben gooien zij het gewoon weg!’ Ik kon niet goed bedenken wat te zeggen. ‘Heeft u al iets gevonden om te bewaren?’ vroeg ik tenslotte. Ze wees met haar hand richting de salontafel. ‘Ik heb dingen die ik belangrijk vind. Wat een ander daarvan denkt weet ik niet.’ Zij keek naar mij alsof ze wilde zeggen heb jij geen antwoord. Zij sloot haar ogen. Haalde een aantal keer diep adem. Zij opende haar ogen, boog naar de stapel papieren en haalde er een klein blaadje tussenuit. 

    In diejen perelaar, daar zat van morgen vroeg een merelaar.
    ‘lijk carillon in doodstil uur, van blauwe nacht.
    Zó klankend zacht, zo blinkend puur
    en hij ving aan met zingen! En toen hij zong!!
    Het klaarde en klong en klinkte, als duuzend bellen

    ‘Dat heb ik geschreven!’ haar ogen glommen. Over de rand van haar bril keek ze mij aan. ‘Misschien kunnen anderen dit voor mij onthouden. Maar ik zou niet weten hoe ik dat voor elkaar zou kunnen krijgen’. 

    Ben zo terug – Bart