Tag: keuken

  • Verzoek I (Een beetje fantasie)

    Lees hier eerdere delen.

    Luid geklop galmde door de gang. Aiōn’s blik verschoof zich van mijn gezicht naar de keukendeur. ‘Ja,’ antwoorde ik zijn vraag. Aiōn siste mij tot stilte. Nog voor hij iets kon doen klikte de voordeur uit het slot, opende zich en een voet stapte over de drempel. Met twee grote stappen was Aiōn de keuken door. Het verbaasde mij opnieuw hoeveel jeugd er in deze oude man zat. Hij stak zijn hoofd om de hoek van de keukendeur. ‘Verdomme Syn! Had je niet iets kunnen zeggen!’ bulderde hij boos door de gang. ‘Ik kan naar binnen’ zei een heldere hoge vrouwenstem. ‘Jíj kan overal naar binnen. Bij Nix en Chaos, ik schrik van je!’ Aiōn’s stem veranderde van boosheid in verontrusting. ‘Wat zie jij er uit,’ voegde hij aan het ganggesprek toe en stapte achteruit de keuken in. ‘Ik moest wat dingen regelen,’ zei ze nonchalant. ‘Het liep niet helemaal zoals ik het gepland had’. Ze bleef op de drempel staan. Schommelde met haar voeten van voor naar achter als een kind dat niet stil kan blijven staan. Ze bekeek mij. Ik zat nog steeds verbaast, van alles wat er gebeurd was, omgedraaid in mijn stoel haar te bekijken. ‘Is dit hem?’ zij vroeg het met een toon van ongenoegen. ‘Gedraag je!’ zei Aiōn met een frons. Ze stak haar hand op: ‘Syn’ zei ze. Zij stapte de keuken in zonder te wachten op mijn antwoord. Ze pakte een glas, vulde het met water en leunde tegen de koelkast. 

    Terwijl ze naar Aiōn zijn rug keek zei ze ‘Tages was lastig’. Aiōn zat te bladeren in een van zijn boeken. Syn nam een slok, spoelde het water door haar mond en slikte het door. ‘Mijn naam is Cheiron,’ zei ik ongemakkelijk tegen haar. Met een plagerige blik keek ze naar mij. Een glimlach vormde zich om haar mond. ‘Heb je al een vriendje? Je bent zeventien toch? Nog geen leuke man gevonden?’ Mijn hart bonsde in mijn borst. ‘Ik…’ begon ik. ‘Uhm…’. Haar glimlach groeide met elk gestameld woord. ‘Nou…’ probeerde ik. Aiōn keek mij vanonder zijn wenkbrauwen aan. ‘Syn’ zei hij, het was een waarschuwing. Haar glimlach verdween van haar gezicht. Alsof de waarschuwing iets in haar gedachte opnieuw naar de voorgrond bracht, kwam er paniek in haar ogen. ‘Oh!’ zei ze serieus. Ze zette haar glas neer en terwijl ze naar de deur van de keuken liep zei ze ‘wij moeten hier weg!’ Aiōn was alweer verdiept in het boek. Met een klap trok Syn de keukendeur dicht. Weer werd er geklopt op de voordeur. Een zware mannenstem klonk door de hal “doe open!’ Gebeuk, het huis trilde, het hout van de deur kraakte. ‘Aiōn! Doe open!’ het hout splinterde, voetstappen zetten zich in de gang. ‘Sága,’ zei Aōn vanuit het niets. ‘Oké’ zei Syn en reageerde door haar wijs en middelvinger langs de deur te strijken. Inplaats van naar de gang, opende de deur naar buiten. Warme lucht stroomde de keuken in. Syn stapte naar buiten, Aiōn greep mijn arm en trok mij door de deur. Ik hoorde nog het bonken op de deur vanuit de keuken. Toen sloeg Syn de deur met een klap dicht. 

    De schaduw van het huis waar wij in stonden, hielp op geen enkele manier tegen de verzengende hitte van de plaats waar wij waren. ‘Waar… is dit?’ vroeg ik. ‘Niet geheel wat ik in gedachte had’ zei Aiōn tegen Syn. ‘Ik moest snel zijn,’ zei Syn. Ze liet haar armen langs haar zijde vallen. ‘Het is de achterdeur, maar wij zijn weg’ probeerde zij te vergoelijken. ‘Juist’ Aiōn stapte zonder verder iets te zeggen uit de schaduw om de hoek. ‘Dit is Lesbos’ ook Syn stapte uit de schaduw en verdween om de hoek. ‘Kom je nog?’ riep ze naar mij. ‘Maar…’ stamelde ik opnieuw ‘Hoe?’  Syn kwam terug om de hoek en trok mij aan mijn arm mee. 

    Ben zo terug – Bart