Tag: Hond

  • Schrik

    Schrik

    In de schaduw ligt de hond op het gras.  Een koolwitje fladdert door de tuin alsof het haar werk is elke millimeter te bestuderen. De hond volg de vlinder met haar ogen, alleen als het nodig is verlegt ze haar kop. Het is veel te warm om te bewegen. Wanneer de vlinder iets onverwachts doet schieten haar wenkbrauwen omhoog. Als de vlinder recht op haar afvliegt kan zij niet langer haar kop laten liggen. Dan waagt de vlinder het ook nog op haar neus te gaan zitten. Ze houd haar kop schuin, snuift  en slaat verontwaardigt haar poot langs haar snuit.


    Ben zo terug – Bart

  • Onder een boom in de nacht

    Onder een boom in de nacht

    De warmte van de dag is in de wind getrokken. Zoveel als wij naar de koelte verlangen, hij is uitgebleven. Zelfs de nacht is er door overvallen. Na een paar stappen hangt de hond haar tong uit haar bek en hijgt ze alsof zij al een einde heeft gerend. Zo kuieren we hier over een van de onverharde paden, tussen uitgedroogde weilanden, die naarstig behoefte hebben aan het lang uitgebleven vallend water. Even staan we hier stil, in het laatste licht van de dag dat nog net aan de horizon staat, zo onder een boom samen met de eerste sterren. 


    Ben zo terug – Bart

  • Perspectief

    Er is een hoop te zien. Het vreemde is dat iedereen leeft. Het vrouwtje dat voor mij zorgt is in de zeventig en zit stil naast mij. Wij staan buiten het leven, iedereen negeert ons. Een jongetje steekt zijn hand naar mij uit. Ik strek mijn nek uit, ruik zijn geur en lik zijn vinger. De moeder trekt hem bij mij weg. Even was er contact met de buitenwereld. De trein stopt en leegt zichzelf, dan word hij opnieuw bevolkt. Nieuwe geurtjes en mensen om mee te communiceren. De wanden blijven staan en zij zit nog steeds stil naast mij.

     Ben zo terug – Bart