Tag: gebeurtenis

  • Een diner

     

    Het was een avond zoals dat is in een restaurant, waar vrienden met elkaar eten, drinken en discussiëren. In een schemerige hoek van het kleine Italiaanse etablissement zaten wij, met vijf personen en een flakkerend kaarsje in het midden van de tafel. Hoe wij precies op het onderwerp kwamen kan ik mij niet meer echt herinneren. Alleen de vraag:
    ‘Zou je iemand bij jou laten onderduiken in een situatie zoals die was tijdens de tweede wereldoorlog?’ Met bravoure gaf hij onmiddellijk antwoord op zijn eigen vraag. ‘Natuurlijk zou ik iemand bij mij laten schuilen als dat hen het leven zou redden.’ Mijn brein ging mijn eigen overtuigingen na. Natuurlijk zou ik proberen iemand te helpen. Maar heb ik daar het lef voor? was de vraag die zich vast zette. Ik pakte het wijnglas op en nam een slok om meer tijd te hebben, ik moest hier meer over nadenken. Het was vele malen ingewikkelder dan de vraag in eerste ogenschouw deed vermoeden. De vriendin tegen over mij nam het woord over:
    ‘Ik weet niet of ik dat zo zou zeggen. Het ingewikkelde van zo’n situatie is dat het niet meer alleen de ander is die gevaar loopt.’ zei ze terwijl in mijn eigen hoofd hetzelfde idee ronddwaalde. Wat, als jijzelf de persoon bent die moet onderduiken? Hoe valide is de zekerheid dat je op dat moment iemand anders zult helpen? Toen ik na enig nadenken over die vragen mij realiseerde dat ik die persoon zou zijn, mijn homoseksualiteit zou een tripje werkkamp opleveren. Hoe je daar vandaan zou komen was maar de vraag. Niet dat er geen voorbeelden zijn van mannen die de werkkampen hebben overleefd. Ik zette mijn glas terug op tafel terwijl zij haar betoog eindigde met:
    ‘Het heeft te maken met het feit dat we weten welke uitkomst het heeft voor de personen die erbij betrokken zijn.’

    Ik prikte mijn vork in een stuk pasta en stak deze in mijn mond, rustig kauwend schoof ik wat achteruit in mijn stoel. In het hedendaagse klimaat waarin de samenleving en de politiek zich bevindt, lijkt het onmogelijk voor de toekomst om in zo’n situatie te raken. Maar hoe langer ik mijzelf probeerde te overtuigen van deze zekerheid hoe meer twijfels ik daarbij kreeg. De groep mensen waarvan ik onderdeel ben, worden steeds “uit de kast” getrokken als iemand zegt dat een politicus minderheden discrimineert. Als wij zo normaal zijn, zou dat geen argument meer moeten zijn. Wie besluit eigenlijk hoe je kan afmeten welke minderheid zwaarder weegt dan een andere? En waarom zal mijn minderheid, als zij uit zwang raakt, niet net zo makkelijk opzij geschoven kunnen worden. Er is geen enkele reden waarom dat niet zou kunnen gebeuren.
    ‘Ik denk dat ik het zou proberen. Maar de vraag die zich als eerste in mijn hoofd opwerpt is: Wat doe ik een ander aan? Ik leef met mijn familie en kan niet verwachten dat zij mee gaan in mijn …’ Zijn stem zakt weer weg in het geroesemoes van het restaurant als mijn brein nogmaals over de voor en na delen van onderduiken mijmeren. Wie helpt mij en hoe kan ik een ander helpen? Wat is er voor nodig om iemand anders te dragen, als het onmogelijk is om dat zelf te doen?

    Wanneer er een populist opstaat die langzaam zijn echte ideeën tot uitvoer zal brengen, is het vaak te laat voor de bevolking, of de politiek, om in te grijpen omdat zij allang buitenspel zijn gezet door de partij. Hoe meer ik er over nadenk hoe minder ik tot een uiteindelijk antwoord kan komen.   ‘Zeg jij ook eens wat!’ zegt de jongen naast mij, ‘jij bent wel heel stil’
    Even denk ik na. ‘Ik zal moeten onderduiken omdat ik één van de mensen ben die het gevaar loopt opgepakt te zullen worden, waardoor een ander helpen heel lastig zal zijn.’ Meer toevoegen heeft geen zin.

    Ben zo terug – Bart

  • Was?!

    Nadat ik de laatste hap van mijn middag eten heb opgegeten en ik de mok heb geleegd, sta ik met hernieuwde moed op om mijzelf weer te werk te stellen. Het schamele maal zal net genoeg zijn om de werkdag vol te houden. Het is juist deze baan die mij nog in leven houd, voor net genoeg geld zorgt om mijn bestaan te garanderen. Alles in de hoop, in volledige overgave van onze keuze. Ik sleep mijzelf door de gangen naar buiten het gazon over de zinderende hitte in, waar mijn werkplek, een houten hoge tafel, aan het water is. Een stapel droge linnen lakens ligt al op mij te wachten. Opvouwen, dat is mijn bestaan. Van 6 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds was op vouwen. Het kan nog erger er is ook iemand die de was ophangt en weer van de lijnen af moet halen. Ieder zijn eigen taak, zijn eigen invulling van het leven. De hernieuwde moed is mij al weer diep in de schoenen gezakt bij het zien van deze treurigheid. Hoe heerlijk is de frisse geur van schoon wasgoed, zo bruut verpest door de deze overdaad. Een harde klap ontwaard mij uit mijn beslommeringen. Het gerinkel van glasscherven.

    Aan de overkant van het water staat een man met een honkbalknuppel op de voorruit van een auto in te slaan. Bij mijn opkijken zie ik zijn gezicht veranderen, de woede ebt langzaam weg en de zo vastbesloten, hooggeheven knuppel laat hij moedeloos zakken. De knuppel nog net zichtbaar boven de motorkap totdat zijn vingers de grip volledig verliezen en de klank van vallend hout mijn oor bereikt. Is het dan toch waar? Vraag ik mijzelf af. kunnen wij alleen vredig bestaan als iemand ons verteld wat wij moeten doen en hoe we ons dienen te gedragen? Zijn wij niet instaat om zelf invulling aan ons leven te geven?

    Lang leven de vervallen utopie!

    Ben zo terug – Bart