7 januari 2000
Wij hebben de hele avond nog berichtjes uitgewisseld over wat er misschien in het kistje kan zitten. Allemaal wilde verhalen. De mogelijkheden met een heel hoop fantasie.
sleutel mart begon:
Mart:
Misschien is het wel een schat met allerlei verschillende gouden/zilveren sieraden.
Mart:
Ow… Ik dacht het zouden ook nog goudstaven of zilver kunnen zijn. Maar dat gaat dus niet door.
Mart:
liefdesbrieven! Een verbodenliefde is ook een schat! Vooral als het van een hele tijd geleden is?!
Mart:
Net wat ik zeg. Als het oud genoeg is wordt het vanzelf interessant.
Mart:
Ja is helemaal goed. Zie ik je morgen rond 18:00 uur
Ik:
Of het zijn allemaal aandelen in grote bedrijven. Het gewicht is niet al te hoog. Geen sieraden denk ik.
Ik:
Of het zijn allemaal foto’s.
Ik:
Twee jonge mannen die verliefd zijn geworden? Is een intrigerend idee. De vraag is dan, waarom willen zij dat het bij de Historische Vereniging terecht komt?
Ik:
We zullen het morgen zien. Kom je eten, zorg ik wel dat er wat extra is?!
Ik:
👍
Als twee kleine kinderen die hun enthousiasme niet in bedwang konden houden zaten we aan tafel te eten. Wie als eerste zijn bord leeg had! Eerste probeerde Mart verschillende sleutels maar het bleek niet zo gemakkelijk. Hij had gelukkig andere spullen mee die hem in mijn ogen een inbreker maakte. Het kleine leren tasje zat vol met allerlei platte metalen staafjes in verschillende vormen. Het was veel sneller gedaan dan ik had verwacht. ‘Aan u de eer’ zij hij toen het slot open klikte.
Toen ik het deksel opende moet je op allebei onze gezichten iets van teleurstelling hebben kunnen zien. Het waren papieren, notitieboekjes een agenda. ‘Geen goud’ mompelde ik. Heel voorzichtig pakte ik een stapel uit het kistje en lag het voor ons op tafel. Mart pakte de agenda van 1933. Ik las een brief, althans dat probeerde ik. Het was in een andere taal. Ik meende wat woorden te herkennen maar kon andere niet plaatsen.
‘Lubbe’ herhaalde Mart ‘van der Lubbe’ meer voor zichzelf ‘Ik herken die naam. Maar ik kom niet op waarvan…’ Ergens in mijn hoofd was ook bij mij iets van herkenning maar kon het in de mist van mijn herinneringen niet aan iets linken. ‘Mag ik je computer even gebruiken?’ vroeg Mart.
‘Ga je gang’ zij ik. Onder tussen was ik verder tussen de papieren aan het kijken. Ik probeerde op de envelop van een brief te ontcijferen waar het vandaan kwam.
‘De rijksdagbrand! Marinus van der Lubbe zou de rijksdag in brand gestoken hebben.’
Ben zo terug – Bart
