Tag: dagboek

  • Leven in een kistje V

    Leven in een kistje V

    Met mijn hoofd vol gedachten bladerde ik nog wat door de agenda. De tekst veranderde van Deens naar Duits, waar ik hier en daar een woord van meen te begrijpen. Alsof het de aangenomen taal was van de schrijver. Eerst nog met wat fouten, doorgekraste en verbeterde woorden. Zonder dat ik precies begreep wat er stond, kon je een soort zekerheid zien ontstaan in het schrijven. De paar regels die aan iedere dag waren toebedeeld vol afspraken met tijden en plaatsen. En dan de twee rijen op het onbeschreven gedeelte van de dagen; het jaar, datum en een korte beschrijving. 



    9 Januari 2000

    Ik had, voor de taak die ik mijzelf had opgelegd voor vandaag de scanner uit de kast tevoorschijn gehaald. Toen mijn computer mij liet weten dat er van Floor een e-mail binnen was gekomen. Zij liet mij weten dat haar collega de tekst had doorgestuurd aan iemand die kon helpen met vertalen van het Deens. Haar collega had een manier gevonden om de scans van de overige bladzijdes met hun te delen. Via een link in haar email kon ik de gescande pagina’s uploaden naar een server waar we allemaal toegang toe hadden.

    Ik besloot te beginnen met de in leer gebonden pagina’s. In het begin was elke scan proberen om alles er zo goed mogelijk op te krijgen. Maar op een gegeven moment ontstond er een soort ritme waardoor het sneller ging dan ik had verwacht. De handgeschreven tekst was groter dan die in de agenda en dus makkelijker te lezen. Dat was eigenlijk het meeste werk. Opletten wanneer een tekst voorbij was. Het brak ook het ritme die de handeling in zich droeg.

    Pagina omslaan, zorgen dat deze recht ligt, klep dicht, druk op de knop. En opnieuw. Het bestand opslaan, met als titel, de datum die boven aan de pagina genoteerd stond. Ergens op de helft besloot ik de al gescande pagina’s door te sturen naar de server. Het gaf me de tijd om thee te maken. Toen ik terugkwam met de warme mok in mijn handen was 95% verstuurd. Ik wachte tot dat alles verstuurd was. Alsof het staan toekijken het versturen sneller maakte. De tweede helft ging sneller. Het ritme van de handeling bracht mij in een trance. Toen ik klaar was, stond de mok halfvol met koude thee. 

    De agenda was meer werk. Elke pagina apart scannen en doorsturen. Na ongeveer vijf uur was deze ook ingescand en doorgestuurd. Nu begint het grote wachten. Ik had nog wat losse documenten, sommige schrijfsels, andere meer officiële documenten. De schrijfsels die vertaald moesten worden stuurde ik ook door. De andere documenten liet ik op mijn bureau liggen. Uitzoekwerk tijdens het wachten op de vertalingen. 



    Ben zo terug – Bart

  • Een dagboek fragment

    19 september 1965

    Mijn beste vriend,

    Het is een poos geleden dat ik geschreven heb. Ik heb meerdere malen gepoogd mijn gedachten te vangen, om je hier van deel te kunnen laten maken. Echter is mij dit niet gelukt. Mijn vermoeden is dat dit onlosmakelijk is verbonden met de wereld waarin ik mij bevind. Die mijn brein bedwelmd. Het zijn de geuren van de stad. De zondigende bevolking, die zich verzamelt in deze buurt. De geur van schraal bier, van wiet, goedkope reukwateren. Geworpen schaduwen in rode lichten. Rijkelijk vloeit de alcohol, het bezoedeld de weldenkendheid en laat hen stappen in de val. Het zijn deze mensen die bedwelmd en onder invloed zijn. De constante geluiden. Ze zijn gebonden aan deze plaats, vast gelopen in de vrijheid die hen hier gevangen houdt. De esthetiek van de duivelse verleiding.

    Zoals dát de ene kant van de medaille beschrijft, is het aan de andere kant waar mijn wereld prijkt. Hoewel ik niet gevangen ben zoals zij, voel ik mij gevangen op een andere manier. Alles wat ik hier beschreven heb, houdt mij in zijn greep. Het fascineert mij. Hoe kan een mens blijven bestaan zonder dat zij aanwezig is. Wat bezield deze mensen, of juist niet? Ik schrijf het bestaan. De hoogmoed, een vervloekte kus. Gisternacht werd er voor mijn deur gevochten en vanmorgen lag er iemand voor mijn deur te slapen. Alles werkt op mij als een zich steeds verstikkender dwangbuis, die mij zowel onpasselijk maakt als wel intrigeert, waardoor ik zelf ook gevangen ben in deze wereld. En met de zondigen, die ik beschrijf, reis. Het is een project dat zich volledig meester van mij heeft gemaakt en er voor zorgt dat ik één met hen ben. Laat ik mij een kroniekschrijver van de zondigen noemen. Het bestaan lijkt mij alleen bestemt om te gebruiken voor mijn kunsten. Het beschrijven van een zó kleine wereld die mij de ruimte geeft voor grootse beelden.

    Het enige dat mij beangstigt is dat mijn zijn, zich zo diep in deze wereld heeft vast gezet dat het voor mij onmogelijk wordt nog afstand van deze wereld te nemen. Dat ik verslingerd ben geraakt aan het opiaat dat zo vast zit aan dat bestaan. Het is daarom dat ik steeds meer verlang naar de rust, ruimte, de mogelijkheid om mijzelf af te zonderen. Alleen te zijn met mijn gedachte. De geluiden van de natuur op te zoeken en mijzelf met deze te laten vullen. Om er voor te ervaren dat ik nog compleet ben. Geen deel van mijzelf verloren is gegaan. Het is daarom dat ik zo verlang naar het leven zoals dat buiten de dichtbevolkte stadsdelen zich afspeelt. Het is het soort verlangen dat mij haastig maakt mijn werk, waar ik nu mee bezig, ben zo spoedig mogelijk tot een einde te brengen. Opdat ik mijzelf aan dit verlangen kan geven.

    Ben zo terug – Bart