Auteur: Bart

  • Oorlogsrequiem

    Een trompet in de duisternis schalt over het slagveld. De soldaten zijn alleen met velen. In hun toegewezen loopgraven. Het gestolde bloed, waarin de wagens vastlopen, schittert in het witte licht van de maansikkel. Het stukgetrapte gras en de wereld veranderd in een modderpoel. Daar klinkt zacht een mannenstem, in de desolate ruimte. De moed wordt nog gezocht. Hun leiders van de wereld verwikkeld in de beeldvorming. In optochten en parades. Hij zingt; laat ons nu slapen. Een tweede stem klinkt vanaf de andere kant. Bijval klinkt door de nacht. De gevallenen slaapt, een nachtmerrie die voor de wakkere wacht.

    Ben zo terug – Bart

  • Kijk een indiaan III

    ‘Waarom huilt die mevrouw?’. Haar kleine vingertje drukt op de foto om aan te wijzen wie ze bedoeld. Ik was het artikel aan het lezen toen zij bij mij kwam zitten. De vrouw was een indiaanse, niet een stereotype maar herkenbaar een indiaan, zelfs voor iemand van vier. ‘Nou…’ begin ik mijn zin, onzeker nog waar deze gaat eindigen ‘de mensen in de foto zijn samen gekomen om hun drinkwater te beschermen.’ Een frons rolt over haar voorhoofd terwijl zij diep nadenkt over wat ik haar verteld heb. Na een paar seconden vraagt ze: ‘Waarom?’ Ik twijfel. Ja waarom. ’Leven….’

    Ben zo terug – Bart

  • Kijk een indiaan II

    In het bruinend grasland staan honderden tenten die tot ver buiten de focus van het beeld rijken.  De jongeman op de foto is getekend, een lijn loopt van onder zijn lip over zijn kin tot op zijn nek waar het uitwaaiert. Zijn zwarte haren zijn strak naar achter getrokken. De dichtstbijzijnde van de tenten, is en tipi. Het beeld heeft iets vreemds alsof de tipi uit een filmset afkomstig is. Alleen is hij omringd door koepeltentjes. Verder op de achtergrond staan rijen pick-up trucks. Er loopt iemand met een mobiele telefoon en een regenboogvlag hangt verloren aan een scheerlijn.

    Ben zo terug – Bart

  • Kijk een indiaan I

    ‘Kijk een indiaan!’ zegt ze, als zij op de stoel naast mij is geklommen. Ik hoef niet meer te helpen, zij is vier en kan het allemaal zelf. ‘Ja’, bevestig ik haar opmerking. Lichtbruine ogen staren vanaf het krantenpapier de kamer in. De breedgeschouderde jongeman houdt in zijn ene hand een flesje water de andere is gevuld met een aantal bruine veren. De foto beslaat de halve pagina. Als ze opnieuw verdiept is in het beeld, lees ik het onderschrift: “De afgevaardigde van verschillende stammen hebben zich verzameld in Standing Rock om te protesteren tegen de aanleg van een oliepijpleiding.”

    Ben zo terug – Bart

  • Een ander

    Zijn twee dagen stoppels schuren langs mijn schouderblad. Zijn lippen tegen mijn nek. De adem en kippenvel. Hij trekt mij tegen zich aan. ‘Ik moet morgenochtend vroeg weg…’ spreekt zijn schorre stem, meer in het algemeen. Een zoen. De haren op zijn borst kriebelen mijn rug. Langzaam komt zijn lichaam in beweging. Slaat het laken van zich af en stapt uit bed. ‘Ik ga douchen’. Alleen, bleef ik in een eindeloos bed. Straks is hij een ander. Ik snuif zijn geur, een geest. Straks is hij in pak.
    In de zomer vind ik hem leuker; langere haren een robuuster personage.

    Ben zo terug – Bart

  • Gesprek

    ‘Waar kijk je naar?’

    ‘Je ogen.’

    ‘En?’

    ‘Ik probeer er achter te komen wat je ziet.’

    ‘Ik kijk naar jou’

    ‘Ja, ik zie mijzelf weerspiegeld in je pupil.’

    ‘Dat zie ik…’

    ‘Oké. Als ik naar jou kijk zie ik een sterke man die met een glimlach midden in zijn leven staat. Die sterk is, waar ik mij veilig bij voel en waar ik mij sterk tot voel aangetrokken.’

    ‘Wil je dat ik je opsom?’

    ‘Nee. Ik zoek naar de betekenis van jouw kijken. Misschien gaat het wel meer over mijzelf.’

    ‘Wat zie je in mijn kijken?’

    ‘Jaloezie over de baardgroei…’

     

    Ben zo terug – Bart

  • De bel II

    Haar zwarte lakschoenen waren door de modder besmeurd toen zij voor zijn deur stond te wachten. Zij had aangebeld en terwijl ze wachtte probeerde zij met een papieren zakdoekje haar schoenen van de modder te ontdoen. Haar aktetas onder haar arm geklemd drukte zij nogmaals op de bel. Nu zij beter oplette hoorde ze helemaal niets. Het was haar de eerste keer niet eens opgevallen. De wind suisde rond haar hoofd. Met haar oor tegen de deur probeerde zij het nog een keer.
    Met een triomfantelijk gezicht verscheen de oude man voor het raampje en zei: ‘Ik ga hier niét weg!’

    Ben zo terug – Bart

  • De bel I

    Het kleine huisje lag verscholen in het landschap dat Hendrik Marsman in zijn “Herinnering aan Holland” beschreef. Het was de tweede poging die zij waagde om de oude man te bezoeken. Het was haar taak de man over te halen zijn oude huis te verlaten. De geweldige ruimte uit te stappen en zich te laten bemoederen in een aanleunflat. Hij wist van haar komst, toch had hij niet open gedaan. De olmen-laan waaraan zijn kleine boerderijtje lag zal snel door de grote machines worden verdrukt. Zij had zijn hoofd even voor het raam zien verschijnen tussen raampost en plant.

    Ben zo terug – Bart

  • Mijn boekenkast is vol

    Mijn boekenkast is vol, te vol!
    Of het nu om Les Misèrables gaat, de bijbel die teveel ruimte beslaat. Of de onzinnigheden die ik verzameld heb. Het staat er allemaal. In Engels en Nederlands, Hongaars en Frans. Er staat een hoeveelheid aan fantasie en een hoekje voor het genre. En links helemaal onderin… één vakje muziek. Niet geschreven maar gespeeld op zwart-kleurig plastiek. Er staan paperbacks en hardcovers en zelfs een paar met een niet. In alle kleuren die je maar verzinnen kunt. De Russische-bibliotheek, de Griekse wijsbegeerte en de Oosterse mystiek. En bovenop Plato, Couperus en Meijsing.

  • Vogel

    Tegen het raam van mijn woonkamer hebben twee zwaluwen een nestje gebouwd. Ik had te lang gewacht met mijn besluit om het nestje weg te halen. Het zachte gepiep van de jongen had mijn beslissingstijd ingehaald. De zwaluwen vlogen af en aan met eten voor de jongen. Het leek alsof zij door het glas kwamen vliegen. Na een paar weken was het gepiep over. Ik had de jongelingen niet zien uitvliegen. Het was zeker gebeurd toen ik er niet was. Ik heb ze nooit meer gezien totdat ik afgelopen week thuis kwam en eenzelfde bouwsel tegen mijn raam aan vond.

    Ben zo terug – Bart