Tag: ongemak

  • Leven in een kistje VIII  (De eerste keer 3)

    Leven in een kistje VIII (De eerste keer 3)

    Bij de tafeltjes was enige commotie ontstaan. Eén van de jongens die bij de groep uniformen hoorde was opgestaan, zijn stoel was omgevallen en een glas viel stuk. Een ander hield hem tegen. Eén van de uniformen kwam erbij en schold de man, die tegenover de jongen stond, uit. Het uniform die het verst bij ons vandaan zat bleef maar in onze richting staren, zelfs tijdens de commotie. Alsof hij iets in het donker kon doorgronden, hij ons vanuit het licht kon zien. Het maakte mij onrustig. Ik seinde naar Ander dat we geobserveerd werden. Ander’s wilde ogen veranderde en tegelijk zijn hele houding. Hij bewoog zich achterwaarts en trok mij mee verder de schaduw in. Met een strakke blik op de groep, alsof hij zichzelf als schild had ingezet, draaide hij mij achter zijn lichaam. Toen hij zich omdraaide fluisterde hij,
    ‘We moeten hier weg!’ en greep mijn arm beet.

    Een groepje stamgasten maakte zich uit de voeten voor het gevecht dat was ontstaan. Nog een aantal andere waren ook opgestaan van de omringde tafeltjes. Vanuit verschillende punten dromde mensen richting de uitgang. De piano en het zingen stopte. Er hadden nog meer mensen zich in het gevecht gemengd. In de hectiek trok Ander mij mee. Hopelijk onopgemerkt! Tussen de kapstokken door, mantels en overjassen, zochten wij de onze. Er was geen paniek, er heerste een soort ongemak over een wat een gezellige avond had moeten zijn die in het water viel. En tegelijk een berusting in de wetenschap dat het bijna te voorspellen was dat dit zou gebeuren. 
    ‘Wij gaan niet wachten tot het uit de hand loopt!’ riep een kort gekapte dame in een glitterjurk. ‘Dat is het al’ zei de man die haar in haar mantel hielp, met een diep sarcasme in zijn stem. Ander kwam, van een paar rijen kapstokken verder, met zijn jas aan terug. Tussen de mensen door glipte we naar buiten.  

    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje VII (De eerste keer 2)

    Leven in een kistje VII (De eerste keer 2)


    Wij stonden naast de drukte. Een spot scheen op de grond voor de alkoof waar wij ons in bevonden. Het voelde alsof wij daar niet bij het gedruis van de mensen hoorde. Het geluid was zachter waardoor we zonder toekijkers en toehoorders met elkaar konden praten. Ik speelde hier piano ter begeleiding van de artiesten op het toneel. Zo kon ik wat bijverdienen. Dát was hoe het kwam, dat ik mij hier in eerste instantie kon begeven. Niet dat het een club was met een hoog aanzien. Meer een nachtclub die nog wat naweeën van de opstandige antifascisten vertoonden. Zolang er publiek was, werd er gespeeld!

    En terwijl wij daar zo in het halfduister verhuld stonden, kwamen er een groepje uniformen binnen, omringd door de gebruikelijke aanhangers. Even stopte de piano en het gezang en startte snel weer op met een ander lied. Toepasselijker voor de nieuwe toehoorders. Niet dat deze luisterde. Ze namen plaats aan een paar van de tafeltjes die eerder bezet werden door de gebruikelijke clientèle. Die bij binnen komst van de groep zich uit de voeten maakte. Niet uit ontzag, maar uit angst die hoorde bij een gewelddadige onderdrukker. Die elk moment van liefhebbende, naar geweldenaar kan omslaan zonder enige voorbode. De sfeer werd bedrukt door het overdreven luide spreken en de onberekenbaarheid van de groep. De drie mannen in uniform, hadden iets over zich dat voelde alsof zij elke verdorvenheid, verbastering en alles wat verboden was in je konden ontwaren.

    Eén van de uniformen knipte in zijn vingers om de aandacht te trekken van het personeel. De heren diende aan hun tafel te worden bediend. Terughoudend werd een bestelling opgenomen. Alles veranderde. Niet alleen de sfeer, de muziek klonk blikkeriger, het licht werd heller en de ruimte verviel in een soort kille stilte. Onzeker over welke houding aan te nemen, ging het geruis over in gefluisterde gesprekjes. De aanhangers lachte extra hard alsof het een wedstrijd was. Het geheel had iets homo-erotisch. De verering van de uniformen, bijna aanbiddelijk. Als kwijlende jonge honden die ruiken dat hun baasje iets lekkers bij zich had. Het dedain ten opzichte van de andere mensen was voelbaar voor iedereen.


    Even kleefde wij tegen de verste muur van de alkoof. De spanning van hun aanwezigheid maakte iedereen ongemakkelijk. Ons ritme verstoord, wij herpakte ons gesprek. Hij gaf mij een hand. ‘Ander,’ zei hij met een ongemakkelijke glimlach. 
    ‘David,’ stelde ik mij aan hem voor. 
    ‘Eigenlijk Erik…’ even viel zijn stem stil ‘maar ik ben geen Erik.’ zei hij resoluut.  ‘Ik werk als technisch tekenaar voor een architect.’ Zijn ogen opende zich wijder, terwijl hij voor zich uit keek. Wenkbrauwen opgetrokken van verbazing. Ander draaide zich van het licht weg. ‘Dat is de zoon van mijn baas!’ Hij wees naar een van de tafeltjes met de uniformen. ‘Ik werk met hem! Hij kan mij hier niet zien’ siste hij. Iets wilds in zijn ogen.    


    Ben zo terug – Bart

  • Leven in een kistje VI (De eerste keer 1)

    Leven in een kistje VI (De eerste keer 1)

    10 januari 2000

    De eerste vertaalde tekst is terug gekomen. de eerste is uit de agenda en kwam via de mail van een Amená, floor bleef niet lang achter met de eerste tekst uit de leren bundel.

    Beste Josi

    Bij deze de vertaling van de eerste bladzijde van de Agenda uit 1934. De eerste twee dagen zijn vertaald uit het Deens. Telkens heb ik voor de tekst aangegeven uit welke taal deze vertaald is….

    Vriendelijke groeten Amená

    December 1933


    30 zaterdag 

    (Deens) De mooiste jongen ter wereld gezien. Als een spion van een afstand gadegeslagen. Te bang om hem aan te spreken.


    31 Zondag 

    (Deens) Oogcontact gemaakt. Als een schooljongen staan blozen. Later gesproken. Zijn naam is David. Thuis gebracht aan het einde van de avond. Onveilig op straat. 


    Beste Josi,

    Bij deze de vertaling van de eerste bladzijde uit de leren bundel. De tekst is oorspronkelijk geschreven in het Nederlands…

    Groeten Floor

    De eerste keer

    Berlijn 1 januari 1934

    (Nederlands) De statische lucht hing verstild te wachten op een ontladingspunt. Dat waren zo af en toe schermutselingen, uitgedaagd door hen die daarop liepen. Maar het kwam nooit tot een volledige ontlading. Alsof het juiste moment nog niet was aangebroken. Het was al gewoonte geworden om de politie uit de weg te gaan en nog meer de onzuivere figuren. Je kon ze herkennen, vooral de geüniformeerde; iets te trots op het uniform dat altijd en overal gedragen moest worden. En de geheime politie die vooral niet zó geheim was. Alleen wat er achter gesloten deuren gebeurde was geheim. Maar niet de afranselingen, die waren openbaar. Vooral van tegenstanders. Om hen die andere ideeën, hadden af te schrikken. 

    Onder die omstandigheden bevond ik mij op een feest ter viering van het einde van het oude en het begin van het nieuwe jaar, in nabijheid van een vriendelijke jonge man. Ik had hem de afgelopen dagen al een aantal keer gezien én zien kijken. Hij was groter en breder maar niet grof. Zijn stem was zwaarder dan die van mij en toch had deze iets lichts.  

    ‘Mag ik je iets te drinken aanbieden?’ had hij gevraagd met alle zekerheid die hij op kon brengen. Ik had zijn aanbod aangenomen. Het was een donker etablissement, dat was doortrokken van de sigaretten die er geconsumeerd werden. Er werd gelachen, gedronken en gezongen in afwachting van het nieuwe jaar. 

    Toen hij terugkwam overhandigde hij mij een glas cider en nam na het klinken van onze glazen onhandig een slok. Waardoor de schuimkraag van zijn bier in zijn snor bleef hangen. Hij veegde het snel weg en ik deed alsof ik het niet gezien had. Ik kon een glimlach niet helemaal onderdrukken. 

    ‘Lach je mij nu uit?!’ met glinsterende pretogen. Net of hij vergeten was hoe serieus hij nog geen tel terug naast mij had gestaan, als een soort bediende. Ik knikte bevestigend, terwijl ik mijn lach liet doorbreken. …

    Ben zo terug – Bart

  • Een leven in een kistje IV

    Een leven in een kistje IV

    ‘Ik zal je de vertaling sturen’ voegde ze nog toe. Ik kon het niet nalaten te vragen over de andere foto’s die ik haar had gestuurd. ‘De tweede foto is niet in het Nederlands het lijkt op Deens, zoals je zelf al in je mail schreef. De derde foto is moeilijker te ontcijferen. Daar ga ik even voor zitten. Deze zal ik zo snel mogelijk naar je toesturen.’

    Een paar uur later ontving ik een e-mail met de vertaling van het stuk op de derde foto. Een los stuk papier met handgeschreven tekst.  

    “Beste Josi,

    Deze is lastiger omdat het niet alles is. De tekst is incompleet en er zijn delen doorgekrast. 


    Ik ben bang voor wat het betekend dat ik wil dat hij mij vasthoudt. Zelfs het opschrijven voelt als te veel openheid. Alsof ik mijzelf verraad aan het papier. Blootstel. ‘Wat als iemand het leest?’ blijft door mijn hoofd spelen. Net zoveel als het verlangen naar die eerste keer dat we elkaars lichamen ontdekten. 


    Hier staan doorgekraste regels. Daarvan kan ik niet ontdekken wat er geschreven staat. 


    Gelukkig heb ik taal. Een andere taal die mij daartegen beschermd. En toch, kan ik het niet uit mijn hoofd krijgen dat iemand het kan lezen.  Dus, houd ik het schrift bij mij. Alsof het een object van grote waarde is. 


    Meer doorgekraste regels.  


    (Volgens mij heb ik tussen de krassen door “Voor Ander” kunnen ontwaren. Of dat betekent dat het dit stukje van de tekst betreft, is moeilijk vast te stellen.)

    Ik wil op zijn schouder mijn tranen laten. Mij volledig laten dragen. Eén omhelzing die meer is dan een omhelzing tussen twee mannen op de vlucht. De wereld laten breken. En niemand zijn. Zonder geschiedenis. Misschien nog wel het liefst zonder andere mensen. Zonder begrijpende blikken. Wat een armoede zo te leven.
    Om daarna voor net zo een lange tijd als nodig blijkt, hem te dragen


    Hierna is het blad onbeschreven.


    Het vluchten uit de eerste tekst komt hier terug. Als het daadwerkelijk uit de jaren van de tweede wereldoorlog komt, maakt mij dat zeer geïnteresseerd in de andere teksten. Staat er iets op de achterkant van dit Blad? 

    Ik heb een collega gevraagd of zij iemand kent die kan helpen met vertalingen vanuit het Deens. Als ik van haar terug hoor, laat ik het je weten. 

    met vriendelijke groeten,

    Floor”

    Als reactie op Floor haar vraag, stuurde ik haar een foto van het blad. Zwart! Volledig uitgewist schrijven. Het intrigeert mij immens. Wat staat er achter dat zwart?   


    Ben zo terug – Bart

  • Een leven in een kistje III

    Een leven in een kistje III

    8 januari 2000

    Bij het wakker worden vanmorgen, was het eerste waar ik aan moest denken… het kistje. Misschien kan het internet mij helpen wat tekst te vertalen. Zover ik heb kunnen achterhalen is het grootste gedeelte in het Nederlands geschreven. Allemaal, zover ik dat tot nu toe heb kunnen bekijken, van dezelfde hand. Het andere handschrift lijkt mij in het Deens. De vertalingen zijn niet zo best. Alsof het de woorden op zich vertaalde, maar de context compleet negeert. Ik heb een paar foto’s verstuurd naar Floor die vertalingen doet voor een uitgeverij. Dat in de hoop dat zij betere vertalingen kan geven, waarin de context blijft bestaan. 


    Binnen een uur reageerde Floor. Zij had een van de foto’s gezien. Daarnaast gaf zij de suggestie om de stukken in te scannen, zodat deze duidelijker leesbaar waren. “Zijn dit allemaal stukken uit die tijd?” en “Om hoeveel stukken gaat het?” vroeg zij. Ik vertelde haar, dat het om een grote hoeveelheid ging, waarvan meerdere documenten in verschillende talen. Na een paar minuten belde zij mij. 

    ‘De eerste foto die je stuurt is een soort beschrijving’ zei ze. ‘Dit is zo interessant’ haar stem ging een octaaf omhoog. En als een klein kind begon ze te vertellen, als een waterval aan woorden die niet te stoppen was. 



    ‘De beschrijving is van het gevoel tijdens het vluchten. Er staat geen datum bij, tenminste niet zichtbaar. Ik denk dat de tekst een persoon noemt, genaamd Ander. Maar ik weet niet of dat ook echt de naam is of dat het een aanduiding is van een persoon. En het spreekt over het menszijn onder die omstandigheden. Zal ik het je voorlezen?’ Nog voor ik kon antwoorden begon ze het stuk op te lezen. 

    “Het voelt eng om op de vlucht te zijn! Het is eng om niemand om je heen te hebben; daarentegen is het net zo eng om onder de mensen te zijn. Omdat je nooit weet wie je kunt vertrouwen. Ik heb het geluk gehad dat ik Ander bij mij had. Ik denk dat ik anders allang mijn menselijkheid verloren zou zijn.”

    ‘Eng in deze context kan bang betekenen. Maar in het Nederlands kan eng ook betekenen dat je een vernauwde blik hebt op de wereld om je heen. In deze tekst zou ik bijna willen zeggen dat het duidt op de realisatie dat als je vlucht, je moeilijk zonder achterdocht naar alles om je heen kunt kijken.’ Zo ratelde Floor haar gedachten af. Daarna viel het even stil. 

    ‘Ander is… als het om een persoon gaat, waar het wel op lijkt, de figuur die de schrijver helpt om die achterdocht in toom te houden.’


    Ben Zo terug – Bart  

  • Witte verf 3/3

    Witte verf 3/3

    Lees hier vanaf het begin.

    Het water uit de doek die hij uitwrong was nog warm. Hij droogde zijn handen met de doek en probeerde zonder alles onder de latex te smeren, de verf op te vegen. Dat lukte hem niet in één keer. Voor de zekerheid vouwden hij de schone kant naar buiten. Haalde het nogmaals langs de vloer en stond op. Bij het weglopen, gleed zijn voet weg tegen de ladder. ‘Shit!’ zei hij bij zichzelf.

    hands with white paint on brown paper
    Photo by Nataliya Vaitkevich on Pexels.com

    De bak die hij had aangevuld met verf verschoof, gelukkig bleef deze staan en kon hij zichzelf in evenwicht houden. De adrenaline schoot door zijn lichaam. Een stroomstoot warmte trok in minder dan een seconde door hem heen. Met een boogje wierp hij de doek in de emmer sop en zocht de handdoek die hij eerder had gebruikt. Die hing over de reling. Hij greep de handdoek en droogde op zijn knieën de natte plek. 

    In de gauwigheid met opstaan, stootte hij zijn hoofd tegen de stijl en drukt de ladder daarmee uit evenwicht. Hij greep naar de trap om hem overeind te houden. Maar de adrenaline maakte zijn beweging iets te snel en liet de ladder de andere kant op kantelen. De verfbak verschoof. De roller bleef achter één van de stijlen haken terwijl de verfbak van het platform van de trap gleed. Hij gooide de handdoek naar achter, stabiliseerde de trap en probeerde de verfbak tegen te houden. 

    Zijn hand raakte de bak maar kon niets aan de gladde onderkant vastgrijpen, met als gevolg dat deze in zijn geheel met latex en al naar beneden viel. Als een soort laken van witte verf, een paraplu. Net toen hij zijn ogen gesloten had spatte de koude verf over zijn gezicht. De verfbak raakte zijn voorhoofd, draaide over zijn hoofd en gleed langs zijn rug naar beneden. 

    Toen hij zijn ogen had vrij geveegd kwam de roller alsnóg naar beneden en lande midden in zijn gezicht. Het wilde nog even laten merken… ‘Dat krijg je er nou van!’

    En toen ging de bel!

    Ben Zo Terug – Bart

  • Witte verf 2/3

    Witte verf 2/3

    leest hier deel 1

    Hij verzette de trap naar links en inspecteerde zijn werk. De eerste helft was sneller gegaan dan hij had gedacht; ondanks de dwarsbalken die het schuine dak onderverdeelde in drieën. Zo-even had hij het gevoel nog gehad dat het hem nog een uur gaan kosten… maar het viel mee. “Nog het laatste stuk,” zei hij tegen zichzelf. Hij nam een slok uit het blikje cola dat hij boven op de kachel terugzette. 

    person painting the wall with a roller
    Photo by Blue Bird on Pexels.com

    “I Want to break free,” zong hij met Freddie Mercury mee. Met het oppakken van de roller, viel een dikke klodder witte latex naast de trap op de grond. Al zingend zette hij de roller tegen de schuine wand en haalde deze langs het grauwe wit. Haalde een pluisje van de verf en rolde tot aan de nok en weer terug, er opnieuw langs. De verfbak was leeg. Een grote emmer stond beneden op de grond. Hij legde de roller op het geribbelde schuine deel en stapte naar beneden. Daar pakte hij het roerhoutje dat op de deksel van de emmer lag, opende deze en roerde de verf om. 

    Hij was op de onderste trede van de trap gaan staan om de bak te pakken. Met zijn andere hand hield hij zich vast. Met het van de trap afstappen raakte hij de verfbak tegen een van de treden. Het was genoeg, om de roller die topzwaar was te laten verschuiven, om over de rand te vallen. Hij liet de trap los en probeerde hem op te vangen in zijn vrijgekomen hand. Maar… hij was te laat. En voelde hem tegen zijn dij aan komen. Alsof het instinct was sloeg hij de dijen tegen elkaar en kon de wit geworden vacht nog net tussen zijn knieën klemmen. 

    ‘Alsof ik in de verf geknield ben,’ dacht hij bij zichzelf toen hij de roller tussen zijn benen vandaan had gehaald. Hij zette de blauwe bak naast de emmer op de grond en vulde de verfbak. Met het roerhoutje schraapte hij de rand van de emmer schoon en drukte met zijn volle gewicht de deksel weer dicht. Terwijl hij de spullen weer bovenop de trap zette viel hem de klodder verf die eerder was gevallen, op. ‘Voor ik uitglij en alles wit is. Laat ik dát maar even weghalen.’

    Lees hier verder

    Ben Zo Terug – Bart

  • Witte verf 1/3

    Witte verf 1/3

    Op de achtergrond klonk Queen vanuit de kleine boxjes van zijn telefoon. Onder de schuine wanden van het dak, dat hij met witte verf aan het beschilderen was. Het leek alsof de verf wilde bewijzen hoe verkleurd de wanden waren. Na de installatie van de nieuwe kachel had het hem een goed idee geleken om alles weer een nieuwe laag helder wit te geven. Het gaf aan hoeveel tijd er verstreken was na de vorige keer. Alsof hij het had laten verslonzen, vervallen.

    De roller was volledig doordrenkt en liet een dunne laag achter, die met elke beweging een meer voldaan gevoel gaf. Tegen het hoogste punt was het een overeenkomst tussen balans en houvast. De trap stond stevig, de hoogte bracht wat onzekerheid met zich mee. De mengeling van het vasthouden van de roller, de trap en de bak waar de verf in zat. Om het hoogste punt te bereiken moest hij zich volledig uitrekken. Tot hij op zijn tenen stond. 

    Met een kleine beweging bracht hij zichzelf even uit balans en drukte zijn hand tegen het pas geschilderde oppervlakte om zichzelf staande te houden. Tijdens het neerzetten van de verf en roller had hij ongemerkt zijn andere hand en een paar vingers in de verf gedrukt. Hij smeerde het wit aan zijn broek. Haalde zijn andere hand langs zijn voorhoofd en liet daarmee een witte veeg achter. 

    Weer zeker geworden kon hij zijn handafdruk opnieuw wegwerken alsof het nooit gebeurd was. Onopgemerkt de geschiedenis in verdwenen.

    Lees hier deel 2

    Ben Zo Terug – Bart

  • Wit

    Het fluitende geluid maakt mij duizelig. Het schoonmaakmiddel prikt in mijn neusholte en maakt mijn maag onrustig. Mijn shirt plakt aan mijn rug door het zweet, van de imitatieleren stoel waarin ik achterover lig. Een slangetje zuigt het vocht af. Het rochelt door de kleine hoeveelheid speeksel die mijn mond aan maakt. Er wordt gerommeld met metalen instrumentjes op een klein tafeltje naast mij. Alleen mijn ogen beweeg ik met de handen van de in wit geklede man mee. Als ik mijn ogen sluit is alles rood door het felle witte licht dat de lamp in mijn gezicht, oogleden schijnt.

    Ben zo terug – Bart

  • De tijd heeft stil gestaan vannacht

    De tijd stond stil. De wind had de vallende sneeuwvlokken in zijn armen genomen om ze op hun plek te laten rusten. In het licht van de maan schitterden zij, het leek of de hemel er duizenden sterren bij had gekregen. De pompeuze dikke man die de lantarens op de brug ontstoken had was net uit het zicht verdwenen. Johannes was zijn naam en telkens als hij iemand tegemoet trad waar hij niets van moest weten. Voor nagenoeg iedereen trok hij zijn neus op, wat de wollige snor op zijn bovenlip als een borstel heen en weer deed bewegen. Hij was hier helemaal alleen, een jonge man, verder was de brug van elk levend wezen verlaten.

    Overdag stonden hier de venters die hun waren aan de man probeerde te brengen. Waren er de straatjongens die rond rende en werd er vrolijk gesproken, muziek gemaakt. In stilte door de schilders geportretteerd of een stilleven van het uitzicht vanaf de brug gemaakt. Aan de twee zijdes van de brug was een soort wachthuisje waar overdag de wacht werd gehouden. Aan het begin van de brug een torentje waar de wachten werden afgelost. Met haviksogen werd iedereen die zich op de brug bevond in de gaten gehouden. De rivier stroomde tussen de drie pijlers door, het was nog het enige wat de twee steden van elkaar scheidde. Ooit was het duidelijk dat er aan beide zijdes van de rivier een dorp was, maar steeds meer mensen hadden zich van het platteland naar de stad begeven. Nu was het haast onmogelijk om nog diezelfde scheiding terug te vinden, behalve dan de rivier die altijd dezelfde plaats had ingenomen.

    Maar het was avond nu, dichter naar de nacht en in de volkomen stilte stond de jonge man aan de rand van de brug over de balustrade naar beneden te kijken. Zonder te bewegen, zonder ook maar iets te zeggen kon je zijn treurigheid zien. Zijn schouders hingen zover naar beneden dat het leek of zijn armen iets te lang waren voor zijn lichaam. Zijn rug was krom, door de last die hij moest dragen of misschien wel gedragen had. In zijn ogen een vurig verlangen om zich mee te laten voeren door de rivier.

    De dag was lang geweest, maar de avond duurde zonodig nog langer. In zijn herinnering haalde de jonge man een uitspraak van een Amerikaanse politicus omhoog: “Ik ben ooit een jaar in Philadelphia verbleven, het moet een zondag zijn geweest.” Zolang duurde de minuten, uren. De uren, jaren en het oneindige licht van de dag leek onnodig gerekt in de winter. De hopen bladeren ritselde onder zijn schoenen toen hij zich naar de brug had begeven, hoewel het overgrote deel als een zompig moerasland was platgestampt door de menigte die zich over de straten begaf. Het was vroeg in de winter maar deze leek niet in zichzelf te willen geloven. Het had het nog geen enkele nacht gevroren. De stad had zich al klaar gemaakt voor de koude dagen, extra kolen waren ingeslagen en de meeste inwoners hadden de voorraadkasten goed gevuld, zodat zij de deur niet uit hoefde als het écht koud werd.

    Het was de eerste nacht dat er sneeuw viel. Voordat het gestopt was en de jongeman in de stilte, zichzelf in deze van tijd verlaten ruimte terug vond, voordat ene moment.
    Toen alles weer in beweging was gekomen en de brug zich weer begon te vullen met de eerste kooplieden. Toen de eerste klanten van de dag zich weer melden en de jongens weer tussen de mensen door rende. Toen de eerste schaterlach weer klonk en een bulderende stem van een koopman over de brug schalde. Toen, als je heel goed keek, kon je nog net een zweem van een gezicht herkennen, een bleek gelaat, de ebbenzwarte haren die als een wolk om het gezicht heen werden gebogen door de stroom van de rivier. Maar er keek niemand, iedereen was te druk. Té druk met inkopen doen en té druk met het achtervolgen van vriendjes om het lichaam te zien. Laat staan het te herkennen. Want wie herkent iemand, die niemand kent?

    Ben zo terug – Bart