Tag: boeken

  • Een leven in een kistje II

    Een leven in een kistje II

    7 januari 2000

    Wij hebben de hele avond nog berichtjes uitgewisseld over wat er misschien in het kistje kan zitten. Allemaal wilde verhalen. De mogelijkheden met een heel hoop fantasie.

    sleutel mart begon:  

    Mart:

    Misschien is het wel een schat met allerlei verschillende gouden/zilveren sieraden. 



    Mart:

    Ow… Ik dacht het zouden ook nog goudstaven of zilver kunnen zijn. Maar dat gaat dus niet door.




    Mart:

    liefdesbrieven! Een verbodenliefde is ook een schat! Vooral als het van een hele tijd geleden is?!







    Mart:

    Net wat ik zeg. Als het oud genoeg is wordt het vanzelf interessant.




    Mart:

    Ja is helemaal goed. Zie ik je morgen rond 18:00 uur




    Ik:

    Of het zijn allemaal aandelen in grote bedrijven. Het gewicht is niet al te hoog. Geen sieraden denk ik. 






    Ik:

    Of het zijn allemaal foto’s. 





    Ik:

    Twee jonge mannen die verliefd zijn geworden? Is een intrigerend idee. De vraag is dan, waarom willen zij dat het bij de Historische Vereniging terecht komt?




    Ik:

    We zullen het morgen zien. Kom je eten, zorg ik wel dat er wat extra is?!




    Ik:

    👍

    Als twee kleine kinderen die hun enthousiasme niet in bedwang konden houden zaten we aan tafel te eten. Wie als eerste zijn bord leeg had! Eerste probeerde Mart verschillende sleutels maar het bleek niet zo gemakkelijk. Hij had gelukkig andere spullen mee die hem in mijn ogen een inbreker maakte. Het kleine leren tasje zat vol met allerlei platte metalen staafjes in verschillende vormen. Het was veel sneller gedaan dan ik had verwacht. ‘Aan u de eer’ zij hij toen het slot open klikte. 

    Toen ik het deksel opende moet je op allebei onze gezichten iets van teleurstelling hebben kunnen zien. Het waren papieren, notitieboekjes een agenda. ‘Geen goud’ mompelde ik. Heel voorzichtig pakte ik een stapel uit het kistje en lag het voor ons op tafel. Mart pakte de agenda van 1933. Ik las een brief, althans dat probeerde ik. Het was in een andere taal. Ik meende wat woorden te herkennen maar kon andere niet plaatsen. 

    ‘Lubbe’ herhaalde Mart ‘van der Lubbe’ meer voor zichzelf ‘Ik herken die naam. Maar ik kom niet op waarvan…’ Ergens in mijn hoofd was ook bij mij iets van herkenning maar kon het in de mist van mijn herinneringen niet aan iets linken. ‘Mag ik je computer even gebruiken?’ vroeg Mart. 

    ‘Ga je gang’ zij ik. Onder tussen was ik verder tussen de papieren aan het kijken. Ik probeerde op de envelop van een brief te ontcijferen waar het vandaan kwam. 

    ‘De rijksdagbrand! Marinus van der Lubbe zou de rijksdag in brand gestoken hebben.’  



    Ben zo terug – Bart

  • Zoeken… II (Een beetje fantasie)

    Lees hier terug wat er eerder gebeurd is…

    Cheiron drukte op de bel. Het geluid was overdonderend, in het kleine portaal dat als een versterker werkte. De stem van de journaal-lezer klonk monotoon, bijna dreunend. Callas’s hoge noot galmde er boven uit. Het orkest maakt het crescendo compleet. En dit alles bleef, in het portaal, tussen de muren kaatsen. Nogmaals de bel. Er klonk niets van binnenuit dat er op leek dat de deur open gedaan zou worden. Met een vuist gaf Cheiron een harte klop op de deur. ‘Ja ja ja,’ klonk het van uit de diepte van het huis.

    Toen de deur openging stond een oude man voor hem. ‘Aiōn!’ zei de man. Nog voor Cheiron zijn naam kon zeggen had Aiōn zich al omgedraaid. Hij opende de deur helemaal en stapte er soepel omheen. Met zijn arm gebaarde hij Cheiron naar binnen te komen. Eenmaal over de drempel zei hij met een luide stem: ‘Helemaal doorlopen… achterin… de keuken.’ Cheiron ging op een van de lege stoelen zitten en pakte het boek van zijn grootvader op schoot. Hij keek op, er was niemand. Nog voor hij zich verder kon verwonderen over Aiōn klapte de voordeur dicht. Met verassende snelheid stapte hij de keuken binnen. ‘Ik wil u iets vragen,’ begon Cheiron voorzichtig. ‘Ja ja ja,’ zei Aiōn ‘wat is er met het boek?’
    ‘Hoe weet u dat…?’ zei Cheiron vol ongeloof. ‘Er staat een herinnering in van mijn grootvader…’ Aiōn trok zijn wenkbrouwen op. ‘Lees het nu maar voor!’

    “De eerste keer dat ik iets vermoede… dat moet in mijn jeugd zijn geweest.
    Het was ergens in augustus, denk ik. Toen het gras geel begon te worden van de warmte en de beek naast ons huis volledig was opgedroogd. Ik had de hele ochtend in de weilanden gespeeld in de schaduw van de bomen, tussen de bladeren die waren afgevallen. Mijn vader vroeg mij mee naar de stad waar hij wat spullen moest ophalen. Wij liepen tussen de weilanden over de stoffige zandweg, het landschap glooide en langs de rand van de weg stonden hier en daar wat bomen. Soms was het een laan, dan weer een landweg, maar steeds waren er stukjes schaduw die de hete zon onderbroken. Ik kon de warmte van het zand, door mijn zolen van leer, heen voelen. Na wat voor mij een eeuwigheid leek, stopte wij bij een laag hangende boomtak. Mijn maag gromde, hongerig naar voedsel.

    De eerste slok van het koele water gleed voelbaar door mijn lichaam. Het was als een verkoelende duik in de rivier. Mijn vader haalde een doek uit zijn tas met nog warm brood en een glazen pot met aardbijenconfituur. Het witte brood was romig en de frisse aardbeiengelei zoet. Het was het lekkerste wat ik ooit had gegeten. De doffe kloppen van hoeven op het zand naderden ons. Een boerenknecht op een open wagen. Zijn gezicht lichtte op, alsof wij de eerste mensen waren die hij in dagen had gezien. Hij groette ons gedag nog voor hij dicht bij genoeg was om tegen ons te spreken. ‘Eetsmakelijk’ zei hij toen hij dichterbij gekomen was. ‘Als ik zo vrij mag zijn, waar zijn de heren naar onderweg?’ Mijn vader sprak met respect: ‘Dank u, wij zijn onderweg naar Ergon.’
    ‘Dan heeft u geluk,’ zei de knecht, ‘u kunt op mijn wagen meerijden, ik moet daar vlakbij zijn.’ Triomfantelijk keek hij van af de bok op ons neer. ‘Als u het geen probleem vindt ga ik ook even een broodje eten’. Nog voor mijn vader kon reageren was de knecht al op de grond in de schaduw neer geploft.  Ik weet niet meer of er iets gezegd is, of dat wij alle drie stil zaten te eten.”

    Lees hier verder.

    Ben zo terug – Bart

  • Boeken Kopen

    Het grootste probleem met boeken is niet dat de verhalen verdwijnen als je ze gelezen hebt; het grootste probleem is dat zij een verslavende werking hebben op je brein. Eigenlijk is dat niet helemaal waar… om eerlijk te zijn is het de ruimte. Mijn boekenkast puilt zo langzamerhand uit. En toch, als ik mijzelf weer eens onverhoopt in een boekwinkel terug vind, kom ik er steeds uit gewandeld met minstens één boek. Twee weken geleden was ik in Steenwijk. Daar vind ik mijzelf zo af en toe terug, verdwaald in een wereld vol nieuwe maar vooral tweedehands boeken. Titels lezend van plank tot plank. In deze wereld, opgebouwd uit letters, kwam ik van alles tegen waarvan ik niet wist dat ik het zocht. Een grijze stoffen kaft met zwarte letters bedrukt: Willem Elschot Verzameld Werk! Nadat ik afgelopen zomer “Kaas” van hem had gelezen, wilde ik wat meer en bleef zijn naam in mijn achterhoofd zweven. Met deze bundel had ik in één keer zijn gehele oeuvre.
    Rustig struinend kwam ik bij de volgende. Een aanvulling van de Gerard Reve boeken: “Moeder en Zoon”. De lichtgrijze kaft was nog omhuld met dezelfde lichtgrijze papieren hoes. Daarna kwamen er een paar planken met interessante titels of namen, maar niet genoeg om mij aan te zetten tot kopen. Pas bij de S, Jean-Paul Sartre “De Muur”. Ooit had ik het korte verhaal gelezen. In diezelfde zomervakantie had ik ook een aantal essays gelezen van Albert Camus. Eén daarvan was een recensie van “De Muur”.
    Het laatste dat ik vond was een eerste druk van een dichter. Alleen waren het geen gedichten. Leo Vroman Proza. Het eerste dat ik altijd doe als ik een boek vind wat mijn nieuwsgierigheid wekt: staat er voorin iets geschreven…? Bij tweedehands boeken krijg je als je geluk hebt, een extra verhaal.

    Leo Vroman Proza
    Leo Vroman Proza eerste druk 1960

    Soms krijg ik ideeën bij de namen. De jaartallen, data die in de boeken geschreven staan en in sommige gevallen krijg je een bericht van de gever aan de ontvanger.
    Ik kan nooit helemaal loskomen van de gedachte dat iemand afscheid heeft moeten nemen van een boek dat iemand met een inscriptie aan hen gegeven heeft. Dan vult mijn hoofd zich met vragen.
    Wie was deze persoon? Van wie heeft hij/zij het gekregen? Wat heeft die persoon uit het boek gehaald? Heeft het boek betekenis gehad voor hem/haar? Hoe is het hier gekomen?Nooit komt daar iets uit. Toch blijft het mij altijd mateloos fascineren.

    Ben zo terug – Bart

  • Zoeken……. I (Een beetje fantasie)

    Schuifelend tussen de stapels boeken zocht hij naar het verhaal van Aeneas van Vergilius. ‘Wie was ook alweer de vader van Odysseus?’. Tijdens het zoeken bleef de man steeds die vraag herhalen. Zijn haren waren grijs, zijn handen bibberig en zijn voeten onvast. De donkerrood, fluwelen kamerjas hing los om zijn schouders. Aiōn of Aeon of nog duidelijker… Eon. Zijn naam betekende letterlijk tijd. ‘…de vader van Odysseus?’ klakkend met zijn tong keek hij de kamer rond. Op de piano in de voorkamer onderaan, Vergilius. Met zijn hand drukte Aiōn de boeken tegen de muur en trok met zijn andere hand het boek onderuit de stapel. Toen hij langs de tv liep zette hij het ding aan en drukte nog een paar maal op de volumeknop. Hij luisterde nooit naar de tv, het was om zijn gehoor af te sluiten. Schuifelend begaf hij zich naar de keuken. Naast de deur, naar de gang, stond een stereo. Ook hiervan stond het geluid nagenoeg vol aan.

    Aiōn zat graag in zijn keuken. Niemand kon hem aan de achterkant van het huis zien. De houten tafel kon zes gasten aan, maar was nu vooral bedoeld als bureau. Toen hij ging zitten aan het enige vrije stukje tafel kwam er een soort genoegzame glimlach over hem. Hij sloeg het boek open en begon te lezen. Opeens kwam de halve zin weer uit zijn mond.
    ‘…de vader van Odysseus? Wie was de vader van Odysseus?’ Aiōn bladerde door het boek voorbij de aantekeningen, naar het register en begon te lezen: “Aarde, Moeder aarde; moeder van Fama, godin van het gerucht en zuster van de Nacht (VII 286)”.

    Maria Callas galmde door de gang en liet de houten voordeur en zijn beslag trillen. Uit de voorkamer klonk een tv die met hetzelfde volume geluid produceerde. Het huis was oud, vervallen. In de donkere gang naar de voordeur stonden stapels kranten en lege flessen wijn. De voortuin was dusdanig overgroeid dat het vanaf de weg onmogelijk was om te zien of het huis nog bewoond werd. Cheiron keek nogmaals op het stukje papier dat hij bij zich had. Dit moest het zijn.  Hij trok aan de bel en wachtte.
    ‘Laertes, natuurlijk!’ Aiōn’s stem kwam boven al het geluid uit en was buiten duidelijke te horen.

    Lees hier verder.

    Ben zo terug – Bart

  • De Zoeker III (Een Beetje fantasie)

    Er was iets donkers aan hem. In de glimlach die hij over zijn gezicht liet spelen was niets vriendelijks te zien. Voor de snelle kijker leek het spontaan, maar het was allemaal geveinsd. Hij was uit het niets komen opduiken. Ik had in de dagen, na Helops zijn begrafenis, in de weilanden achter ons huis eindeloos liggen lezen. Het was tussen het graan waar hij opdook. Alsof hij zo uit de grond tevoorschijn kwam. ‘Wat lees je?’ zijn stem was scherp en rauw. Het klonk alsof hij al dagen geen woord meer had uitgebracht. De glans in zijn ogen verraadde dat hij meer kennis had. Ik trok mijn schouders op en bleef gefascineerd naar hem kijken.

    De wind om ons heen leek te verstillen, de bladeren van de grote eik bewogen geluidloos. Hij rook naar natte aarde en vers geploegde landerijen. ‘*Tages’, zijn borst vooruitstekend wees hij naar zichzelf. ‘Zeg eens’, vervolgde hij, ‘wanneer denk je te weten wat je aan het lezen bent’. Ik sloeg mijn boek dicht. ‘Ik ben Cheiron’, ik hield mijn hand op het boek en keek hem recht in zijn gezicht. Hij grijnsde terug met een venijnige blik in zijn ogen en griste het  boek onder mijn hand vandaan. Bladerend door het boek zei hij: ‘Onder de tweede rij boeken in je kast is misschien niet de beste verstopplaats’. Ik probeerde het boek uit zijn handen te pakken. ‘Misschien een betere zoeken?’, zijn ogen vlogen over de pagina’s. Hoe kon hij weten waar ik de boeken van Helops verstopt had? ‘Als je wilt dat niemand er bij kan komen is het beter ze bij je te houden’. Met een zucht gooide hij het boek in mijn richting. ‘Hier… er staat niets belangrijks in. Jammer, ik had meer van Helops verwacht’. ‘Hoe weet jij!’, begon ik. ‘Jij moet nog zoveel leren’, zijn grijns was weer terug. ‘Ik…’ mijn gedachte raasde ‘mijn…’ het notitieboek, ‘ heb jij…?’. ‘Rustig maar kleintje’, zijn stem zakte een octaaf, ‘mijn kennis is onvolledig. Dat komt nog wel, daar maak ik mij geen zorgen over’. Het koste mij mijn volledige beheersing om niet tegen hem te gaan schreeuwen.

    En zo plotseling als hij tevoorschijn was gekomen verdwenen hij weer. Een klein stofwolkje. De wind blies weer en de bladeren van de oude eik ruiste. Het was weer licht…

    Lees hier verder.

    Ben zo terug – Bart

    *Tages – Grieks –  goddelijke verschijning die uit de aarde voortkomt. Leerde de Etrusken de kunst van het  voorspellen (Ziener).

  • De Zoeker I (Een beetje fantasie)

    Wat Helops bedoelde met zijn uitspraak ontdekte ik een week later. Ik had de hele middag in het hoge gras liggen lezen en het boek al dichtgeslagen. Terwijl ik op mijn buik lag was ik de tekst aan het overdenken, toen schoot het klavertje mij te binnen. Het zwarte leer voelde warm aan door de zon. De klaver! Weg! Geen spoor. Niet onder het boek, of er naast. In mijn haast het te vinden miste ik het hele symbolische moment. Niet het klavertje maar een kleintje, nog groeiend net naast mijn hand. Pas toen ik het op zou pakken merkte ik dat het nog groeide. Voorzichtig plukte ik het van zijn steeltje dat nog in de aarde vast zat. De vervangende klaver plaatste ik weer op dezelfde manier tussen de pagina’s.

    Helops overleed vrij snel nadat hij mij het boek had gegeven. De paar boeken die hij bezat kwamen bij mijn vader. De begrafenis was klein en van de paar mensen die er waren kende ik alleen mijn vader, moeder en een oude buurvrouw. Het weer was stemmig met de gebeurtenissen van de dag. De ceremonie werd geleid door mijn vader. De eerste die naar ons toekwam was een oude man. ‘Atréus zoon van Helops.’ Zijn stem was zwaar. ‘Kvasir heeft veel voor mij en mijn familie betekend. Ik moest hier wel aanwezig zijn.’ Hij schudde mijn vader de hand en keek naar mij, verwonderd, alsof hij probeerde meer te zien. ‘Dit is mijn zoon Cheiron’, zei mijn vader tegen de man. Naarmate de man langer naar mij keek, leek het of zijn ogen meer kleur kregen. ‘Freyr’, zei hij toen hij mij de hand schudde. ‘Geinteresseerd in muziek?’ vroeg hij mijn vader ‘Lezen, leren, kunst?’ ratelde hij een mij onbekend lijstje af. ‘Belangrijk voor een ziener’, zei hij in het algemeen. ‘Du sir’, zei hij en knikte naar mij voor hij verderop plaats nam tussen de andere. ‘Du sir?’ vroeg ik aan mijn vader. ‘U meneer of gewoon meneer’, het is Noors. Ik knikte. Er kwamen nog wat andere handen schudden en condoleren. Toen mocht ik vrij rondlopen. De motregen weerhield mij ervan naar buiten te gaan. Door de ongemakkelijkheid van de locatie, kon ik mijn plaats binnen niet vinden. Ik bleef op een afstand staan kijken naar Freyr die in gesprek was met twee andere mensen. Pas, nu er wat afstand was en mijn ongemak over hem wat wegzakte, kon ik hem goed bekijken. Hij was oud, misschien nog wel ouder dan Helops. Zó oud dat zijn lichaam bezig was geest te worden. Er was iets doorzichtigs aan hem. ‘Eén van de Waanen’ zei mijn vader toen hij mij zag kijken. Hij bleef naast mij staan en legde zijn hand op mijn hoofd. Hij voelde zwaar alsof hij steun zocht voor zijn verdriet. Ik had mijn interesse. Niet dat ik het niet verdrietig vond dat mijn opa helops er niet meer was, maar… oude mensen gaan nu eenmaal dood.

    Verder lezen

    Ben zo terug – Bart

  • Tegenovergestelde

    ‘Ik ben vrouw en zwart. Wat ben jij?!’
    Wat onthutst kijk ik op van mijn boek. Ik weet niet precies wat er van mij wordt verwacht. ‘Mijn naam is Stephan?’ probeer ik. De trein is nagenoeg leeg. Een oudere dame zit verderop uit het raam te kijken, maar luistert naar ons gesprek.
    ‘Nee, ik bedoel identificeer jezelf’
    ‘Bent u van de politie?’, zeg ik met een glimlach. Haar gezicht blijft ongemakkelijk, zonder uitdrukking. ‘Ik lees een boek en maak aantekening in de marges?’ Ik houd mijn vulpotlood onhandig omhoog. Haar ogen richten zich op de pagina die opengeslagen voor mij op schoot ligt.
    ‘Wat lees je?’, een autoritaire ondertoon klonk door in haar stem. Er was niets grappigs hier. Ik hield het dicht geslagen boek omhoog.
    ‘The Human Stain van Philip Roth’

     Een donkere hand rijkt mij het boek aan. ‘Philip Roth hé? wat vind je er van?’ Het vulpotlood hangt nog tussen mijn verslapte vingers.
    ‘Dank u wel’ zeg ik zo verontschuldigend mogelijk, ‘het is een interessant boek’.
    ‘Lezer?’ vraagt ze.
    ‘Vanmorgen niet echt…’ ik glimlach. Zij glimlacht terug en trekt haar schouders op.
    ‘Het is vroeg en het geluid van de trein monotoon. Dat heb je wel eens.’ Er klinkt een gedempt geroesemoes. ‘Heb je de andere twee delen ook gelezen? American Pastorale en ik geloof dat die ander I Married a Communist heet’. Ik schud mijn hoofd en schrijf de titels op het schutblad.
    ‘Daar ga ik achteraan. Dank u. Wat bent u aan het lezen?’
    ‘Heb je wel eens James Baldwin gelezen?’, wederom moet ik ontkennen. ‘Ik zal je eerlijk vertellen ik lees veel maar ik had mijzelf er nooit de tijd voor gegund. Hier is nog een tip lees deze een keer.’ Zij houdt haar boek naar mij omhoog. Een geel/groene kaft met witte letters James Baldwin Go Tell It on the Mountain. Ik noteer de titel.
    ‘Verplichte literatuur!’
    ‘Vanmiddag even langs American Book Center’
    ‘Doe dat maar’ zegt zij lachend.

     Ben zo terug – Bart

     

  • Samenkomst I

    “Het regende zacht.”
    Het waren de eerste woorden die ik las toen ik buiten ging zitten lezen. De eerste druppel deed me opschrikken van de pagina.
    “De wereld was nog rustig hoewel de wolken boven hun hoofden niet veel rust voorspelde.”
    Las ik verder terwijl de werkelijkheid steeds meer mijn boek imiteerde. Er was niets verontrustends aan; regen tijdens de zomer, het bleef Nederland. In de verte sloeg een hond aan, wat kinderen rende lachend over straat.
    “De wind trok aan en de bomen aan de rand van het bos kraakten. De bladeren ritselden. Tussen de donkere takken klonk wolvengehuil”

    Ben zo terug – Bart

  • Mijn boekenkast is vol

    Mijn boekenkast is vol, te vol!
    Of het nu om Les Misèrables gaat, de bijbel die teveel ruimte beslaat. Of de onzinnigheden die ik verzameld heb. Het staat er allemaal. In Engels en Nederlands, Hongaars en Frans. Er staat een hoeveelheid aan fantasie en een hoekje voor het genre. En links helemaal onderin… één vakje muziek. Niet geschreven maar gespeeld op zwart-kleurig plastiek. Er staan paperbacks en hardcovers en zelfs een paar met een niet. In alle kleuren die je maar verzinnen kunt. De Russische-bibliotheek, de Griekse wijsbegeerte en de Oosterse mystiek. En bovenop Plato, Couperus en Meijsing.

  • Briefwisseling #2

    Beste Bart

    In de laatste brief die je mij schreef had je het over de hoeveelheid boeken die je nog wilt lezen. De dingen die je nog wilt begrijpen, ik ken het gevoel. Ik weet nog goed dat ik maanden aan het zoeken ben geweest naar: The Rubaiyat of Omar Khayyam in een vertaling van Richard Le Gallienne. Iemand had iets verteld over de tekst, de herinnering is mij ontschoten. Tot ik bij een kleine boekhandel kwam en de man mij vertelde dat hij zou proberen of hij het misschien kon krijgen via een vriend in Engeland. Dat lukte en uiteindelijk kreeg ik het een maand later in mijn handen gedrukt. De vergeelde pagina’s gaven een tekst weer die ik niet snel meer zal vergeten. Het heeft diepe indruk op mij gemaakt, tot dat ik veel later de vertaling van Edward Fitzgerald las. Vele malen poëtischer dan Le Gallienne maar veel minder provocatief. – Het blijft zo, het hele leven zal je nieuwe boeken vinden en alles wat je vindt wil je lezen. Er is te veel geschreven, gemaakt en bedacht om alles in je op te kunnen nemen. Dat geldt eigenlijk voor alles in deze wereld.

    Ik heb met plezier je ideeën gelezen over diezelfde Rubaiyat. (vandaar de reverentie in het eerste deel van mijn brief). Ik ben weer thuis dus mijn boekenkast ligt naast mij op mijn bureau terwijl ik dit aan jou schrijf. Het is inderdaad zo, dat het een ingewikkelde tekst is. Misschien is het een goed idee voor je om eens te kijken naar de andere vertalingen die er van deze tekst zijn.
    Vanmiddag tijdens mijn vaste wandeling heb ik mijn boekhandel nog eens bezocht op zoek naar nieuwe verhalen en ander interessants. Kwam thuis met een behoorlijke stapel. John Milton’s Areopagitica and Other Writings. Ik kende alleen een aantal gedichten ben zeer benieuwd naar zijn polemisch schrijven. drieëndertig beroemde verhalen van Guy de Maupassant ook eerder in het frans gelezen, dit zijn Nederlandse vertalingen. Anton Tsjechov, Op kamers, ook korte verhalen. Eén van de grootmeesters. En als laatste Arthur Rimbaud een bundel gedichten waarin onder anderen; Een Seizoen in de Hel en Illuminations, zijn opgenomen. Je ziet… zo ook bij mij wordt de lijst met nog te lezen boeken steeds aangevuld.

    Het interview waarover je schrijft tussen Charlie Rose en David Foster Wallace ken ik niet, hoewel ik moet zeggen dat de thematiek mij bekend voorkomt. Het is zeker interessant om na te denken over de auteur als onderdeel van het boek en de rol die hijzelf als auteur speelt in zijn verhaal. Hij heeft gelijk als hij zegt dat die kijk naar het schrijverschap en de lezer iets is, wat al in de jaren zeventig een punt van discussie was.
    Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit iets van hem gelezen heb. (Ook, één voor op de lijst!). Misschien is Mandarijnen op zwavelzuur iets om te lezen van W. F. Hermans.

    Ik zie uit naar ons volgend corresponderen,

    Chris